`Een beetje voorkennis, dat moet toch kunnen'

Kleine beursfondsen hebben het moeilijk. Door de komst van de euro, door debacles als World Online en door de fusie tot Euronext.

De Amsterdamse effectenbeurs kreeg er gisteren behoorlijk van langs op de Dag van het Aandeel, de jaarlijkse bijpraatdag van de Nederlandse particuliere belegger. Euronext (de gefuseerde beurzen van Amsterdam, Brussel en Parijs) werd voor een gehoor van 1.700 beleggers, grotendeels gepensioneerde mannen met een beleggingsportefeuille van een paar ton, afgeschilderd als een monopolist. Het nieuwe handelssysteem voor kleine beursfondsen is gevaarlijk, en bij de debacles met fondsen als World Online gaat de beurs niet vrijuit.

De Dag van het Aandeel wordt georganiseerd door de Vereniging van Effectenbezitters en een vereniging van beleggingsstudieclubs, instellingen die hebben bijgedragen aan de emancipatie van de particuliere belegger. Bijvoorbeeld door telkens weer de informatieachterstand aan de kaak te stellen van de `kleine' belegger – die afhankelijk is van de openheid van bedrijven – ten opzichte van grote aandeelhouders als verzekeraars en pensioenfondsen, fondsen die regelmatig een vorkje prikken met het management.

Gisteren in de RAI in Amsterdam ging de centrale forumdiscussie over de `kleine' beursfondsen, beneden de topvijftig van Nederland, die geen onderdeel zijn van belangrijke indices als de AEX. De kleine fondsen zijn nog lang niet tevreden, bleek uit de betogen van vier bestuursvoorzitters. De beurs meent zich bijvoorbeeld te kunnen veroorloven nauwelijks service te verlenen. ,,De notering kost ons ongeveer 1 miljoen gulden per jaar'', vertelde Joop Janssen van bouwconcern Heijmans. ,,En het enige contact dat we met de beurs hebben is één telefoontje per jaar en allerlei uitnodigingen voor bijeenkomsten op een zo korte termijn dat geen enkele bestuursvoorzitter dan nog ruimte in zijn agenda heeft.''

Nog bozer zijn de `kleintjes' over de beslissing dat na de fusie tot Euronext de kleine fondsen via een Frans systeem zullen worden verhandeld. Een `animateur', meestal een zakenbank, onderhoudt dan de handel, bepaalt de prijs van het aandeel en mag ook voor eigen rekening posities innemen. Zo'n animateur behoort veel te weten over het fonds, én mag er zelf in handelen. ,,Dat is de kat op het spek binden'', zei Sasker de Boer van hoekmansbedrijf AOT.

Janssen van Heijmans vertelde dat de beurs ter kennismaking een gerenommeerd Frans beursfonds had uitgenodigd om te vertellen over de ervaringen met een `animateur'. Toen de Nederlanders bleven doorvragen over het risico van een al te innige relatie tussen bedrijf en handelsbank, riep de Franse zakenman uit: ,,Maar een beetjes voorkennis, dat moet toch kunnen''.

Ook was er kritiek op de te soepele houding van de beurs bij het toelaten van nog verliesgevende bedrijven en op de te lakse regels over het vasthouden van het aandelenbezit door oprichters. Daardoor heeft het beleggen op de beurs het imago van gokken in een casino gekregen.

Janssen was vooral boos over het snel kunnen `cashen' door oprichters van bedrijven. ,,Een beursgang is bedoeld voor het versterken van het eigen vermogen van bedrijven, niet om te cashen. Toen Heijmans naar de beurs ging, werd de familie keurig opgesloten en mocht haar belang pas na vijf jaar in porties gaan verkopen. Bij recente beursgangen heeft de beurs daar zijn verantwoordelijkheden laten liggen.''

Er zijn te veel nieuwe bedrijven toegelaten, vond Jan Westerhoud, topman van technisch installateur GTI (pas overgenomen door het Belgische Tractebel). ,,Wij hebben daar zeker last van gehad, omdat onze consistentie en voorspelbare winstgroei plotseling werd vergeleken met enorme koersexplosies van bedrijven die alleen maar toekomstige winsten beloofden.''

De Boer van AOT, dat leeft van aandelenhandel, dacht er iets genuanceerder over. ,,We moeten de beurs openhouden voor beginnende bedrijven met goede plannen. Dat zijn aandelen met een hoog risico maar ze kunnen ook een hoog rendement opleveren. Maar beleggers moet er wel op gewezen worden welk risico ze nemen.''

    • Remmelt Otten