Derde aanklacht tegen Miloševic liet op zich wachten

De Joegoslavische ex-president Slobodan Miloševic wordt in een derde aanklacht beschuldigd van genocide in Bosnië.

Al bijna drie maanden geleden, na de tweede voorbereidende zitting, zei Carla Del Ponte, openbaar aanklager van het Joegoslavië-tribunaal, dat Slobodan Miloševic zou worden aangeklaagd voor genocide in Bosnië. In de rechtszaal had Del Ponte het niet makkelijk die dag. De rechter vroeg waarom het zo lang moest duren. Er werd zelfs nog gewerkt de Kosovo-aanklacht, die toch al meer dan twee jaar openbaar was. En Del Ponte wist ook nog niet hoeveel getuigen ze zou oproepen.

Miloševic glimlachte. Zie je wel, vond hij, er was helemaal geen bewijsmateriaal. Híj had zijn zaakjes wel op orde: hij zwaaide met een toespraak van 26 a-viertjes waarin hij uitlegde waarom het tribunaal illegaal was. Maar die tekst mocht hij van de rechter niet voorlezen.

De woordvoerder van Del Ponte zei destijds na de zitting dat hij hoopte dat haar moeizame uitleg in de rechtszaal ,,het is zo'n ingewikkelde zaak, we hebben meer tijd nodig'' de berichten niet zou overheersen. En dat gebeurde ook niet doordat Del Ponte met het nieuwtje kwam van de genocide-aanklacht voor Bosnië. Maar bij Miloševic' derde voorgeleiding, eind vorige maand, was die nog niet af. En toen de tekst wel af was, op 12 november, was rechter Richard May ontevreden. Uit het persbericht, waarin de aanklacht gisteren eindelijk openbaar werd gemaakt, blijkt dat May meer materiaal wilde. En hij vond ook dat Del Ponte meer tijd nodig had om de tekst aan te passen. Maar om welk extra materiaal het ging, en wat er moest worden aangepast, werd niet bekendgemaakt.

Miloševic wordt ervan beschuldigd dat onder zijn verantwoordelijkheid meer dan 250.000 Bosnische moslims en Bosnische Kroaten werden verdreven uit gebieden in Bosnië. Duizenden kwamen om in gevangenkampen, of werden gemarteld en vernederd. Hem wordt ook het bloedbad na de val van de moslimenclave Srebrenica ten laste gelegd, in de zomer van 1995. Zo'n zevenduizend moslimmannen uit Srebrenica werden gedood door Bosnisch-Servische eenheden.

Volgens de aanklacht zou Miloševic het Bosnisch-Servische leger, de politie en ook paramilitaire groepen financieel en logistiek hebben ondersteund. Hij zou Bosnisch-Servische politieke leiders hebben gecontroleerd en beïnvloed, en hij zou verantwoordelijk zijn voor de media-manipulatie waardoor valse berichten werden verspreid over aanvallen op Serviërs door moslims en Kroaten. Doel was, volgens de aanklacht, Bosnische moslims en Kroaten te vernietigen als etnische groep in grote delen van Bosnië.

In de beide eerdere aanklachten, over Kroatië en Kosovo, gaat het niet om genocide, maar om misdaden tegen de menselijkheid en schending van het oorlogsrecht. Aanklager Del Ponte wil de drie aanklachten het liefst in één zaak behandelen, die dan naar verwachting niet al in februari volgend jaar zal beginnen, zoals de rechter graag wil.

Miloševic zelf houdt vol dat hij niks met het tribunaal te maken wil hebben. Op de laatste zitting, op 29 oktober, nam hij nadrukkelijk afstand van de drie `amici curiae', die door het hof zijn aangewezen om toe te zien op een eerlijke procesgang. Hij accepteert ook het voorstel van de griffie niet dat hij twee `juridische adviseurs' in dienst neemt, de Amerikaanse oud-minister Ramsey Clark en de Britse advocaat John Livingston. Hij wil hun advies wel, maar hij wil absoluut niet dat het tribunaal zich daarmee bemoeit.

Volledige tekst van Miloševic verboden toespraak: www.nrc.nl.

Derde aanklacht Miloševic : www.un.org/icty/