De zusjes Yesildal lezen Nederlands in bed

Allochtonen zijn ambitieus. Hun kinderen moeten een goede opleiding krijgen. ,,Als ik tegen een vader zeg: `Uw zoon doet het niet zo goed', dan zegt hij: `Ik begrijp het, maar hij moet wel naar de havo.'''

Elke morgen rijdt Yurdagül Yesildal (36) met haar dochters Esra (10), Esin (8) en Esenur (6) de Rotterdamse wijk Lombardije uit naar montessorischool De Mare in Vreewijk. ,,Tegenover mijn huis staat wel een basisschool'', zegt Yesildal, ,,maar daar zitten te veel allochtone kinderen op. Ik wil dat mijn kinderen op school alleen Nederlands spreken.''

Voordat Yesildal De Mare uitkoos, bestudeerde ze bij de afdeling onderwijszaken in het stadhuis informatie over de school. Ze was tevreden. Er blijven nauwelijks kinderen zitten, minder dan 10 procent is allochtoon en veel leerlingen gaan naar het vwo.

Yurdagül is ambitieus. ,,Mijn kinderen gaan naar de universiteit'', zegt ze. Yurdagül, geboren in Turkije, is niet de enige. Allochtone ouders hechten veel aan de schoolresultaten van hun kinderen, bleek vorige week uit het rapport Allochtonen in Nederland 2001 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Toch gaan allochtone kinderen nog steeds, vaker naar het vmbo dan autochtone kinderen. In het schooljaar 1999/2000 deed driekwart van de allochtone kinderen vmbo-examen; van de autochtone Nederlandse kinderen was dat iets meer dan de helft.

Yesildal zet haar ambities om in daden. Zij en haar man zijn nauw betrokken bij de school. Ze helpen hun kinderen dagelijks met het huiswerk. ,,Ik met taal en mijn man met rekenen.'' En 's avonds in bed lezen Esra, Esin en Esenur Nederlandse boeken. ,,De jongste Jip en Janneke, de middelste beer Paddington, de oudste Harry Potter en sprookjes.'' Yesildal is helaas een uitzondering, denkt Zeki Arslan, onderwijskundige en lid van het instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum. ,,Steeds meer allochtone ouders worden zich bewust van de waarde van een goede opleiding. Maar ze weten nog niet hoe ze dat ook moeten bereiken.''

Dat zegt ook Stoffel Boot, directeur van De Akker, een zwarte basisschool in de Rotterdamse Millinxbuurt. ,,Ouders willen vaak het hoogste voor hun kinderen, maar denken: de school zorgt ervoor. Ze begrijpen niet dat ze er ook zélf wat voor moeten doen. Ze moeten de natuurlijke nieuwsgierigheid van de kinderen ontwikkelen. Wij vertellen kinderen verhalen over het strand en het bos en de kinderboerderij, maar veel leerlingen hebben geen flauwe notie waar we het over hebben. Nooit gezien. Nooit geweest.''

Hanneke Drost, directeur van basisschool De Margriet in Rotterdam, met zo'n 50 procent allochtonen, merkt dat allochtone ouders het vooral belangrijk vinden dat jongens goede cijfers halen. Voor de meisjes is het minder belangrijk. ,,Als ik tegen een vader zeg: `Uw zoon doet het niet zo goed', dan zegt hij: `Ik begrijp het, maar hij moet wel naar de havo.'''

Dat botst vooral in groep acht, als een middelbare school gekozen moet worden. Met name Marokkaanse en Turkse ouders, zo blijkt uit het CBS-rapport, zijn het vaker dan autochtonen oneens met het schooladvies voor hun kind. Zij menen dat de basisschool een te laag onderwijsniveau adviseert.

Volgens Arslan moeten leraren op de basisschool de ouders al vroeg duidelijk zeggen welk niveau het kind heeft, ,,Ik heb het idee dat leraren de lat voor een allochtoon kind vaak wat lager leggen. Ze zeggen dan: `Het gaat goed.' Maar ze bedoelen: vergeleken met andere allochtone leerlingen. Dat loopt dan uit op een teleurstelling.''

Op de achterbank van de groene Audi, op weg naar huis, vertellen Esra, Esin en Esenur wat ze willen worden. Esra wordt advocaat, omdat ze het zo leuk vindt om mensen te helpen. Esin wordt tandarts, want dan word je rijk. ,,En dan koop ik een witte villa voor je, hoor mam.'' Esenur wil iets worden met huizen kopen en verkopen, dat lijkt haar tof. Yurdagül Yesildal, streng, vanaf de voorbank: ,,Hoe heet dat, Esenur? Dat heet ma-ke-laar.'' Esenur: ,,Makelaar, dát wil ik worden.''