De kick van `een meisje lekker de baas zijn'

In Amsterdam-Westerpark verkrachtte en mishandelde een groep jongens een meisje van dertien. Niks nieuws, zegt onderzoeker Jan Hendriks, die de daders behandelt. ,,Ze laten zich meeslepen.''

Jan Hendriks, psycholoog en pedagoog, wil iets rechtzetten. Het zijn niet voor het merendeel allochtone jongens die met elkaar een meisje grijpen en haar om de beurt verkrachten. Vijf jaar geleden dacht hij dat nog, hij vertelde erover in deze krant. Marokkaanse en andere allochtone jongens, zei hij, hebben een `verwrongen beeld' van Nederlandse meisjes. Die zijn, vinden ze, `niet netjes' en daarom kunnen ze hun gang gaan.

Jan Hendriks dacht toen ook dat groepsverkrachtingen steeds meer voorkwamen en dat de daders gewelddadiger werden. Nu zegt hij dat het net zo vaak Nederlandse jongens zijn die het doen. Dat het een `delict van alle tijden' is, iets dat vooral in de grote stad gebeurt. En in oorlogen.

Jan Hendriks is hoofd behandeling jeugd bij De Waag, de tbs-polikliniek van de Van der Hoevenstichting. Hij doet ook de jeugdstrafzaken voor het landelijke forensische onderzoeksbureau FORA. Hij ziet de meeste jonge jongens die een verkrachting op hun geweten hebben en door de rechter zijn veroordeeld tot behandeling. ,,We hebben er nu ongeveer honderd.'' De jongens uit Amsterdam-Westerpark die door de rechter tot tbs werden veroordeeld kent hij ook.

Samen met anderen deed Jan Hendriks onderzoek naar de verschillen tussen jongens die in hun eentje verkrachten en jongens die het in een groep doen. De groepsplegers, stelde hij vast, zijn bijna nooit ernstig gestoord. Het zijn meestal vrij normale jongens, die misschien alleen wat `grenzelozer' zijn en zich slecht kunnen inleven in een ander. ,,Ze laten zich meeslepen door de omstandigheden.''

Hij vertelt hoe een groepsverkrachting vaak gaat: ,,Een jongen heeft een band met een meisje, ze wil best wat met hem en ze gaat met hem mee naar zijn kamer of naar de kelderbox. En daar ziet ze zes vrienden van die jongen die ook allemaal met haar willen. Dat wil dat meisje niet, ze is bang en laat dat merken. Maar na dader drie geeft ze het op en verzet zich niet meer. Dus wat zegt dader vier? `Ze lag stil, ik dacht dat ze het leuk vond'.'' Het is niet alleen de kick van de seks die de jongens opwindt. Het is, zegt Jan Hendriks, ook ,,gewoon machtswellust, lekker die meid de baas zijn''. En dat is voor Marokkanen niet anders dan voor Nederlanders of Surinamers of Turken. ,,Vaak zijn er maar twee hoofddaders. De rest zegt dat ze hebben meegedaan.''

Van de zedendelicten gebeurt dertig procent in groepen. In Nederland zijn er ongeveer honderd groepsdaders per jaar. ,,Maar er is een gigantische onderrapportage'', zegt Jan Hendriks. ,,Als de jongens die jou hebben verkracht bij je om de hoek wonen en ze zeggen dat ze je kleine zusje van de trap zullen slaan als je naar de politie gaat. Of dat ze je een mes in de rug zullen steken. Of als je denkt: ik heb het over mezelf afgeroepen, had ik die kleren maar niet moeten aantrekken, had ik maar niet mee moeten gaan. Wat doe je dan?''

Hij denkt dat die honderd daders per jaar met drie vermenigvuldigd mogen worden. En dan is hij nog voorzichtig. ,,In Amerika zeggen onderzoekers dat verkrachtingen tien keer vaker gebeuren dan blijkt uit de aangiften.''

Jan Hendriks ziet ook slachtoffers. Zijn er overeenkomsten tussen de meisjes? ,,Riskant om daar wat over te zeggen. Er is nooit onderzoek naar gedaan. Het meisje in Amsterdam-Westerpark was heel kwetsbaar. Maar het kan alle meisjes overkomen.''

En heeft porno invloed? Vijf jaar geleden zei Jan Hendriks dat `de mate waarin seks en porno op straat liggen niet voor elke jongen even goed is'. Hij zei toen: ,,Programma's als Baywatch, wie daarnaar kijkt, krijgt het idee dat elke vrouw seks wil en de hele wereld van siliconen aan elkaar hangt.'' En nu? ,,Porno is het probleem niet. Op iemand die zich normaal ontwikkelt, heeft het geen invloed. Voor jonge jongens at risk kan het de trigger zijn. Maar je kunt porno niet verbieden, het zal er altijd zijn.''

Jan Hendriks laat de jongens die hij behandelt video's zien van verkrachte meisjes. ,,Over de gevoelens van hun slachtoffer hebben ze meestal nog nooit nagedacht.'' Hij laat ze excuusbrieven schrijven. Hij praat met ze over wat normaal is en wat niet. ,,Ze wist het toch, zeggen ze dan. Ze kon toch weten dat jongens zulke dingen doen als je met ze meegaat? Of: had ze maar niet zo'n kort rokje aan moeten trekken. En dan hoop je dat andere jongens tegengas geven.''

De groepen zijn `verticaal opgebouwd', zegt Hendriks. Jongens die een maand in behandeling zijn, zitten samen met jongens die al een jaar in behandeling zijn. ,,Van elkaar nemen ze meer aan dan van mij. Ik ben een man van middelbare leeftijd.''

Hij maakt de jongens ook bang. ,,Ik leg uit: nu ben je er nog genadig van afgekomen. Maar de volgende keer? Als je volwassen bent? Hoe denk je dat ze in de gevangenis met je zullen omgaan?'' Soms nodigt hij een veroordeelde verkrachter uit om te laten vertellen hoe erg de pesterijen daar zijn.

Jan Hendriks hoopt bij iedere jongen dat hij `het licht' ziet, dat hij snápt waarom je geen meisjes mag verkrachten. Maar veel jongens, weet hij, zullen het alleen uit angst voor straf nooit meer doen. Hem maakt het niet uit. En hoeveel van de jongens die hij behandelt, vallen in herhaling? ,,Valt reuze mee. Minder dan tien procent.'' En als ze recidiveren, zegt Hendriks, hoeven het niet weer verkrachtingen te zijn. ,,Het zijn generalisten. Ze kunnen ook in groepen gaan stelen en roven.''

    • Jannetje Koelewijn