Clickfondszaak naar anticlimax

De zaken tegen de hoofdverdachten in de Clickfondszaak bereiken hun hoogtepunt. De kans bestaat dat alle hoofdverdachten uit het oorspronkelijke beursfraudeonderzoek vrijuit zullen gaan.

Eindelijk is het hoge woord eruit. Het openbaar ministerie (OM) laat het hoger beroep vallen dat zij had ingesteld tegen het belangrijkste vonnis tot nu toe in de beursfraude-affaire (Operatie Clickfonds). Daarmee is de zaak tegen het voormalige commissionairshuis Leemhuis en Van Loon en zijn directie, onder wie Han Vermeulen, in de geschiedenisboeken verdwenen. Voorlopig. Want het gevecht om een omvangrijke schadeclaim staat op de rails en zal nog jaren voortduren.

Leemhuis en Van Loon werd in oktober 1997 beschuldigd van ,,beursfraude en witwaspraktijken''. Lopende het onderzoek bleef van die verdenkingen weinig over. In de rechtszaal ging het, wat `beursfraude' betreft, slechts om het aanhouden van enkele coderekeningen. In april, bij een andere Clickfondszaak, had het OM op dat aspect overigens al een domper te verwerken gekregen. Toen oordeelde de rechtbank dat er juridisch niets met zo'n constructie aan de hand is en sprak drie verdachten vrij.

In de Leemhuis en Van Loon-zaak kwamen de rechters aan die inhoudelijke afweging niet eens toe. Het OM werd niet ontvankelijk verklaard omdat het onderzoek zó onzorgvuldig was verricht dat het niet alleen schadelijk was voor de verdachten, maar ook ,,voor de strafrechtspleging in het algemeen''. Er volgde alleen een kleine geldboete voor een loonbelastingaffaire van het bedrijf.

De vrijspraak over de coderekeningen en de niet ontvankelijkheid in de Leemhuis en Van Loon-zaak, trokken belangrijke pijlers onder de Clickfondszaak weg. Het eerste vonnis verwerpt de inhoudelijke visie van het OM op een kernonderdeel van de beursfraudezaak; het tweede maakt korte metten met de handelwijze van justitie. Over de coderekeningen is het OM nog in beroep, maar in de Leemhuis en van Loon-zaak was weinig eer meer te behalen. De ernst en hoeveelheid aan misstappen in de vervolging was te ernstig.

In een gistermiddag uitgegeven persbericht kwam het OM met een wonderlijke motivatie voor het intrekken van het beroep: hoewel de niet ontvankelijkheid als ,,een al te sterke sanctie op de geconstateerde onzorgvuldigheden'' wordt gekenschetst, stopt het OM de rechtszaak omdat de lange duur niet zou opwegen ,,tegen de zware belasting van onzekerheid'' voor de verdachten.

Deze geste van barmhartigheid, zo valt in justitiekringen te beluisteren, is vooral bedoeld voor de beeldvorming naar buiten. Intern, zoals bij het college van procureurs-generaal, was al de analyse gemaakt dat het spijkerhard en grondig gemotiveerde vonnis van de rechtbank nauwelijks ruimte liet voor succes bij het hof.

De zaken tegen de Clickfonds-hoofdverdachten naderen het einde. Nu het OM zich heeft neergelegd bij dit vonnis, staat het voor de vraag of het zinvol is de zaken tegen twee overgebleven hoofdverdachten (effectenhandelaar Adri S. en vermogensbeheerder D. de Groot) door te zetten.

Veel overwegingen uit het Leemhuis en Van Loon-vonnis gelden ook in deze dossiers. Zo ligt er een keuze tussen twee kwaden. Weer een rechtsgang draagt het risico van een nieuwe publieke afstraffing. Maar als de zaken nu worden afgekapt, betekent dat feitelijk dat alle hoofdverdachten uit het oorspronkelijke beursfraudeonderzoek vrijuit gaan.

Blijft over het proces tegen de laatste hoofdverdachte, effectenhandelaar E. Swaab, dat voor maart op de rol staat. Justitie kwam deze zaak bij toeval op het spoor en succes is ook daar niet gegarandeerd. Zo dreigt de eindbalans van Operatie Clickfonds steeds nadeliger voor het OM uit te vallen.