Altijd pijn maar geen rancune

Na veertien maanden keerde Luc Nilis (34) deze week op kousen- voeten terug in de voetballerij. Hij gaat spelers begeleiden voor een sportmanagementbureau in België. De gevolgen van de fatale beenbreuk zijn nog altijd zichtbaar bij de aanvaller met de fluwelen traptechniek.

In de gang van zijn kantoor hangt een shirt waaraan bloed kleeft. Luc Nilis denkt niet graag terug aan zijn afscheidsduel in het paars-blauwe souvenir van Aston Villa. In september vorig jaar kwam hij in botsing met Richard Wright, de doelman van Ipswich Town. Gevolgen: dubbele beenbreuk, einde carrière. De foto van het incident staat op het netvlies gebrand. Het bot stond haaks op het vlees. Uit piëteit met dader, slachtoffer en voorbijgangers hangt de foto niet aan de muur van zijn kantoor in Leuven, waar Nilis ruim een jaar na dato terugblikt en vooruitkijkt.

,,Ik heb de foto en de beelden nog wel eens teruggezien'', vertelt hij in het gebouw van sportmanagementbureau SEM, waar hij deze week parttime in dienst is getreden. ,,Als ik aan het grommen was tijdens mijn revalidatie, liet de fysiotherapeut mij de foto zien, als stimulans om door te knokken. Het was een bedrijfsongeval. Ik verwijt niemand iets. Wright is nog twee tot drie keer bij me in het ziekenhuis geweest.''

Hoewel de artsen hem nog een paar maanden in het ongewisse lieten, was hij meteen doordrongen van de ernst van de situatie. ,,Ik had de ondervinding dat het niet meer ging goed komen. Het was in één keer gedaan met mijn loopbaan. De supporters hebben gelukkig nooit naar mij staan fluiten of roepen. Ik ben niet afgegaan. Het was een `snelkeuze', die ik zelf niet hoefde te maken.''

Veertien maanden na het ongeluk blaakt Nilis ogenschijnlijk van gezondheid. De schijn bedriegt. Een kwartiertje lopen en tegen een bal schieten is nog altijd te veel gevraagd. Hij heeft zich neergelegd bij het lichamelijke ongemak. ,,Maar soms krijg ik `opvlakkingen'. Dan trek ik een jogging aan, neem ik de hond mee en ga ik naar buiten. Gewoon een eindje lopen. Ik moet dan de energie in zweet omzetten.''

Hij verwacht niet dat de pijn helemaal zal verdwijnen. ,,De kalk en het bindweefsel in het kuitbeen zitten heel strak, waardoor ik mijn draaibewegingen niet kan afmaken. Ik ben niet meer soepel en beweeglijk. Ik zie me over een paar jaar niet meer bij een amateurclub spelen. Ik zou deze ellende niet nog eens willen meemaken.''

Na acht jaar Anderlecht en zes jaar PSV speelde hij slechts vier wedstrijden voor Aston Villa. Zijn gezin was pas twee weken in Engeland, toen het noodlot toesloeg. ,,De kinderen zijn daar een week naar school geweest. Toen raakte ik geblesseerd. We hebben meteen contact opgenomen met de oude school in België. Daar konden de kinderen gelijk weer terecht. Ik had het huis in België aangehouden en gelukkig niet verhuurd.''

Een jaar lang besteedde hij louter aandacht aan zijn gezin, dat in de voorgaande jaren veel tekort was gekomen. Hij heeft drie schoolgaande kinderen, van wie de oudste zoon van tien in de voetsporen van zijn vader en grootvader hoopt te treden. Opa Roger was een verdienstelijke clubspeler. Hij is nog steeds actief als trainer van talentvolle jongeren. Zoon Arne heeft volgens zijn vader ,,een grotere technische bagage dan ik op die leeftijd''.

Lachend vertelt hij over de gelijkenissen op het veld. ,,Het is een beetje alsof ik mezelf zie lopen. Hij speelt bij de club waar mijn onkel al 35 jaar voorzitter is. Zaterdag vieren we zijn jubileum. Daar komt een hoop drank bij kijken. Het is een gezelligheidsvereniging. Ik train het elftal van mijn zoon. Ik ben recht door zee. Ik mag zo vaak wisselen als ik wil. Ik kan op de klok steeds doordraaien. Ze komen allemaal even vaak aan de beurt. Dat zou in het betaalde voetbal eigenlijk ook zo moeten.''

Afgezien van zijn fysieke problemen, heeft Nilis geen ambitie om hoofdtrainer te worden. Hij heeft zo zijn denkbeelden over de ideale coach. ,,Ik houd wel strikte regels. Ik ben iemand van de vrije discipline. Ik ga geen kattenkwaad verbieden dat ik als speler heb uitgehaald. Alles draait om een goede sfeer. Dan komt de inzet en de competitiespirit vanzelf.''

Hij maakt een vergelijking met het Belgische elftal, dat zich vorige week verrassend plaatste voor het wereldkampioenschap. ,,Tsjechië heeft veel meer kwaliteit dan België. Maar toch gaan de Belgen verder. De ploegsfeer is in België altijd super geweest. We hebben nooit een superspeler gehad. Ik was meer een stille vedette. Ik kon wedstrijden beslissen. Maar de ploeg was veel belangrijker.''

Nilis heeft de Belgische kwalificatie met gemengde gevoelens gadegeslagen. ,,Eerst was ik blij voor de jongens. De volgende dag bij het ontbijt dacht ik toch: `daar had ik bij moeten zijn'. Er zijn genoeg jongens van mijn leeftijd. Voilá, er zijn ergere dingen in het leven. Gelukkig is het ongeluk niet op mijn twintigste gebeurd. Ik kan nu tenminste terugkijken op een mooie carrière.''

Met zijn werk bij het sportmanagementbureau SEM waar behalve voetballers ook wielrenners en motorcrossers onder contract staan komt Nilis in aanraking met jeugdige voetballers. ,,Ik zorg voor hun sportieve begeleiding. Uit eigen ervaring weet ik hoeveel zaken onbekend bij hen zijn. Ik bespreek hun carrièreplanning. Wat willen ze? Rustig verder groeien bij een kleinere club of sneller de stap maken naar een grotere? Ik maak ze bewust dat ze ook iets moeten geven. En ze moeten meer voor het voetbal leven. Professioneler worden. Als spelers goed worden begeleid, zijn er niet zo veel problemen.''

Nilis werkt naar eigen zeggen voor een betrouwbaar kantoor. ,,Bij ons mogen ze een contract op ieder moment verbreken zonder een schadevergoeding of zoiets. De spelers moeten zich op hun gemak voelen. Ik mag zelf invullen hoe lang ik werk. Ik ben niet bang voor de jungle. Ik houd alleen contact met de spelers, niet met de makelaars'', verwijst hij naar de malafide voetbalwereld van zakkenvullers en praatjesmakers. ,,Voetbal is een zwakke afspiegeling van de maatschappij. Als je de kranten openslaat wat er links en rechts gebeurt, mogen we in de voetballerij nog niet klagen.''

Zijn oude club PSV lonkte de afgelopen tijd meermalen naar zijn diensten. In Eindhoven mocht de voormalige publiekslieveling zelf aangeven welke functie hij ambieerde. Nilis voelt op dit moment niets voor een terugkeer naar PSV. ,,Ze hebben de bal aan mijn kant gelegd, maar ik wil niet fulltime bij een club werken. Niemand heeft mij proberen over te halen. Voordat ik mijn besluit bekend heb gemaakt, ben ik vorige week met voorzitter Van Raaij gaan eten. Ik wil zelf bepalen wat er gebeurt. PSV kan wel gebruik maken van mijn diensten. Ze mogen mij vragen over een scoutingsrapport. Maar ik ga geen spelers leveren. Die bevoegdheid heb ik niet eens.''

Af en toe bezoekt hij thuiswedstrijden van PSV. Zo was hij vorig seizoen bij het afscheid van zijn vriend Van Nistelrooy. ,,Voor mij is PSV de mooiste club die ik gekend heb. Ik heb er een fantastische tijd gehad.'' Waarom de club dit seizoen een mindere periode doormaakt, kan hij niet verklaren. ,,Ze hebben dezelfde spelers als vorig seizoen. Maar er wordt weleens gezegd dat de bank de ploeg maakt. Bij ons maakten de reserves ook onderdeel van de groep. PSV had jongens als Kolkka, Van der Doelen en Van der Weerden daarom beter niet weg kunnen doen.''

Ook zijn eigen vertrek bij PSV, in de zomer van 2000, is volgens Nilis een fout van PSV geweest. De technische staf wilde dat hij ging spelen in een zogenoemd rotatiesysteem. Dat vertelden ze hem tijdens de winterstage op Gran Canaria, tijdens de besprekingen over een nieuw contract. ,,Ze wilden mij in een rol duwen die ik niet ambieerde. Ik had gerekend op een nieuw contract van twee jaar. Ik kon er niet mee akkoord gaan. Ik had nog te veel ambitie. Ik had bij PSV blijkbaar mijn plafonnetje bereikt. Gerets heeft toegegeven dat mijn vertrek bij PSV zijn grootste fout is geweest.''

De carrière van Nilis doet ouderwets aan; drie clubs in vijftien jaar. Vóór het Bosman-arrest was hij gebonden aan zijn contract bij Anderlecht. ,,De club bepaalde wat je ging doen. Op mijn 23ste werd mijn contract opengebroken en lag ik voor jaren vast. Acht jaar Anderlecht is misschien wat te lang geweest. Toch is er niks mooier dan langere tijd bij een club te presteren. Voetballers moeten eerst een jaar of twee bij hun club blijven, voordat ze naar elders vertrekken.''

Bij PSV was Nilis ploeggenoot van Stam, van wie vorige week bekend werd dat hij bij een test na een wedstrijd van Lazio Roma een te hoge waarde nandrolon in zijn bloed had. Zoals iedereen in de voetbalwereld denkt de Belg niet dat de Nederlander Stam bewust heeft gebruikt. ,,Ik kan niet geloven dat hij heeft gebruikt. Jaap is van nature zo sterk als een beer. Oké, hij is vooral in mentaal opzicht veranderd de laatste jaren. Maar dat is nog geen reden om doping te nemen. Ergens moet er iets niet kloppen. In België worden ook vragen gesteld over de kwesties in Nederland. Ik weet wel dat ze in Italië op dit vlak veel verder zijn.''

Nilis heeft in vijftien jaar profvoetbal de medische begeleiding zien veranderen. ,,Die is vooral geëvolueerd met spiergevoelige blessures. Er zijn veel meer vitaminekuren dan vroeger. Op het WK in Amerika lagen onze spelers ook aan het infuus. Als je boven de grens gaat, moet je de gevolgen dragen. Stel dat het aan de voeding ligt, dan mag je als speler niet meer ongestraft bij de club eten. Zelf heb ik nooit angst gehad bij de controle. Als ik niet kon pissen, dronk ik gewoon snel vijf biertjes.''

Hij vertelt over de dosis creatine (een onschuldig en toegestaan spierversterkend middel) die hij eens bij PSV heeft ingenomen. ,,Ik kreeg er een opgeblazen gevoel van. Ik heb al genoeg spiermassa van mezelf. Bij PSV mocht iedereen voor zichzelf bepalen of hij een middel gebruikte. Niemand werd onder druk gezet. Er werden geen onnodige risico's genomen. Ik ben ook een jaar geblesseerd geweest aan mijn enkel. Ik kreeg ook verdovende injecties. Wij speelden toen voor de titel. Maar ik was de baas over mijn eigen lichaam.''

Volgens Nilis, wiens spel meer op techniek dan op lichaamskracht was gebaseerd, hebben profvoetballers steeds meer problemen met het volle programma. ,,De inspanning wordt groter. Er zitten zeer zware wedstrijden bij en daar komen blessures van. De ene keer is de grasmat hard, de andere keer zacht. Psychisch kunnen de spelers het nog wel aan. Lichamelijk zijn drie duels per week te veel van het goede.''

Zelf is hij nog te kreupel om langer dan een kwartier te lopen. Hij volgt het voetbal op afstand. De competitietopper Ajax-PSV bekijkt Nilis morgen in samenvatting op de televisie. ,,Ik ga niet naar Amsterdam, ook al moet ik 's avonds voor een televisieinterview wel in de buurt zijn. Het lijkt me geen goed idee om een halve dag door de stad rond te dolen, zeker niet als PSV heeft gewonnen.''

    • Jaap Bloembergen
    • Koen Greven