Alles sal reg kom

Er moest een geboortebewijs komen voor ons pas geboren dochtertje Mangalisa. Het centrale bevolkingsregister van het ministerie van Binnenlandse Zaken waar men een dergelijk papiertje kan krijgen, zetelt in de hoofdstad Pretoria. Op de benedenverdieping van de betonnen kolos, gelegen aan een straat die Vermeulen heet, schuift men aan in de rij.

Zuid-Afrikanen hebben ruim de tijd om hun kinderen aan te geven. Er is een loket voor de registratie van 0- tot 14-jarige kinderen en één voor nog oudere kroost. Zo lang wilde ik niet wachten: de nakende terugkeer naar het vaderland gebood juist een hele snelle afhandeling.

Schrik: op een bordje stond in het Engels: `Het afgeven van een geboortebewijs kost tien weken. We maken geen uitzondering op deze regel' - de laatste zin in hoofdletters. Ik legde mijn situatie uit aan de bereidwillige ambtenares. ,,Oh, u heeft haast'', zei ze, ,,oké, morgen is het klaar.''

Dat is Zuid-Afrika, mijn Zuid-Afrika. Er is altijd ruimte, er kan altijd iets worden `geregeld'. Onder Zuid-Afrikanen heet dat: een plan maken. Zodra die uitdrukking wordt gebezigd, kun je er zeker van zijn dat het goed komt. Met corruptie heeft dat niks te maken want `een plan' kost meestal niets. Het is een vorm van soepelheid, inventiviteit, toegeeflijkheid. Voor alles of in ieder geval heel veel zaken is een oplossing. ,,'n Boer maak 'n plan'', zegt de Zuid-Afrikaan ook wel, tussen scherts en ernst. Iedereen kent die uitdrukking, die in feite wil zeggen: kalm maar, er gaat niets boven boerenwijsheid: alles sal reg kom.

Aan `het plan' ligt een omgang met tijd ten grondslag die sterk verschilt van de westerse houding. Met name in de privé-wereld willen mensen zich niet al te veel laten opjagen door tijdsdruk en afspraken. Plannen is voor Zuid-Afrikanen kortetermijnwerk, terwijl tijd en op tijd komen rekbare begrippen zijn. Een ontmoeting plannen op een overeengekomen uur zegt nog niets. Is het `echte tijd' of `Afrikaanse tijd', daar gaat het om. Meestal het laatste en dat betekent dat de bewuste persoon ook best een uur of twee, drie later kan komen opdagen.

Aan formele afspraken in de zakelijke of ambtelijke sfeer houden de meeste mensen zich wel. Al zijn er onder politici en hoge ambtenaren notoire laatkomers, onder wie president Thabo Mbeki. De nonchalance van de president van de nationale bank (Reservebank), Tito Mboweni, is legendarisch. Tito heeft het al menigmaal bestaan bij officiële gelegenheden waar hij werd verwacht, in het geheel niet te verschijnen.

Grote bedrijven in bepaalde sectoren, bijvoorbeeld het vervoer, kunnen moeilijk anders dan streven naar punctualiteit, anders werkt het systeem niet. Neem luchtvaartmaatschappij South African Airways. De nationale trots neemt de ETA (Estimated Time of Arrival) van de vluchten altijd zo ruim dat er een lekkere speling bestaat. Zo komen de vliegtuigen vrijwel nooit te laat. De werkelijke vliegtijd tussen Johannesburg en Kaapstad is minder dan anderhalf uur, maar in de tijdschema's is er meer dan twee uur voor uitgetrokken.

De combinatie van `een plan' en `het kan nog wel' is niet goed voor mensen van de klok, want het gaat ook wel eens mis natuurlijk. Maar in Zuid-Afrika neemt men dat op de koop toe. Je kunt niet alles hebben en bovendien is er voor de meeste kwesties een volgende keer. ,,Morgen gaat er weer een bus'', zeggen ze dan.

Vloeit de andere kijk op tijd voort uit de volksaard of maakt men van de nood een deugd? De tijd zal het leren. Feit is dat in het Zuid-Afrika van nu, met name op het platteland, nog grote armoede wordt geleden die vele burgers belet een leven via gebaande paden te leiden.

Reizen uit afgelegen townships is een bezoeking, vertrek- en aankomsttijden van de minibusjes, de meest gangbare vorm van openbaar vervoer, staan niet vast. Reistijden zijn daarom nooit zeker. Geldgebrek betekent ook dat de meerderheid van de bevolking onverzekerd is, in alle opzichten. Iemand zonder ziektekostenverzekering die ziek wordt of een ongeluk krijgt, is aangewezen op familie of liefdadigheid, terwijl een afgebrand huis of andere praktische malheur meteen gelijk staat aan de bedelstaf. Maar men vindt meestal een uitweg, ergens uit de gemeenschap komt iemand met een plan.

Ik ga terug naar Nederland, waar rekbaarheid van de regels `willekeur' heet en we het adagium `gelijke monniken, gelijke kappen' tot wet hebben verheven. Als we één uitzondering maken is het eind zoek, zegt de Nederlander. Bij vertrek van Johannesburg International Airport overigens een van de mooiste en meest efficiënte luchthavens ter wereld die ik ken blijkt mijn werkvisum al een maand te zijn verlopen. Wist ik ook wel, maar ik had geen zin om voor veel geld nog een kortstondige verlenging aan te vragen. Daar moest ik me wel uit kunnen praten. Klopte. De scanner van de douane registreerde mijn nalatigheid feilloos. ,,Ik heb de afgelopen tijd niet meer gewerkt'', mompelde ik leugenachtig tegen de geüniformeerde. ,,Loopt u maar door'', zei ze, ,,volgende keer niet meer doen.''

Terug in Nederland, huis gekocht. Een paar kleinigheden in de koopakte waren nog niet rond, pure overkomelijke formaliteiten. Of we toch niet alvast ons huis kunnen betrekken, vroeg ik aan makelaar De Water, want het was toch duidelijk dat alles snor zat. Met andere woorden: kon hij geen `plan' voor ons maken. Nee. Niet mogelijk, regel is regel, daarop zijn in de polders geen uitzonderingen.

Dit is de laatste bijdrage op de buitenlandpagina's van Lolke van der Heide als correspondent in Zuid-Afrika.

    • Lolke van der Heide