Alitalia moet op zoek naar geld

Het reddingsplan van Alitalia ziet er goed uit, maar gaat niet ver genoeg. De Italiaanse luchtvaartmaatschappij belooft een paar verstandige maatregelen te nemen. Het concern is van plan het personeelsbestand en de vloot met rond de 14 procent in te krimpen, en laat tussen neus en lippen door blijken dat het zijn ambitie om een luchtvaartmaatschappij van wereldformaat te worden nagenoeg heeft opgegeven. Deze maatregelen kunnen ervoor zorgen dat in 2003 `break-even' wordt gedraaid, maar dat is lang niet zeker.

Het probleem is dat de balans van Alitalia te zwak is om zelfs de geslonken ambities te kunnen dragen. Een nettoschuld van ruwweg 2 miljard euro staat tegenover een aandelenkapitaal van zo'n 1 miljard euro. Volgend jaar wordt die balans waarschijnlijker nog slechter als het concern wederom verlies lijdt. En zelfs als het reddingsplan werkt, heeft Alitalia nieuw kapitaal nodig om niet te worden bedolven onder zijn verplichtingen. Dat komt voor een deel doordat aanzienlijke bedragen moeten worden uitgegeven aan het opknappen van de vloot.

Alitalia heeft zich ten doel gesteld 1,6 tot 1,8 miljard euro binnen te halen om het financieringsgat te dichten, maar het concern heeft nog niet uitgelegd hoe het dat doel wil bereiken. Rond de 390 miljoen euro moet van de Italiaanse overheid komen, maar de rest zal moeilijk te vinden zijn. Er gaan geruchten over een emissie van converteerbare obligaties, gewaarborgd door een deel van het overheidsbelang van 53 procent, maar de details van de operatie blijven uiterst vaag. Zonder herkapitalisatie zal geen institutionele belegger meer dan een symbolisch belang in Alitalia willen nemen.

De aandelen Alitalia worden verhandeld op een niveau van twee maal de boekwaarde, wat een enorme premie inhoudt ten opzichte van het Europese gemiddelde van éénmaal de boekwaarde. Zelfs als je gelooft in Alitalia's reddingsplan, lijkt dat onredelijk.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld

    • Jonathan Ford