Zwijgen en niet ruziën

Het idee achter Het zwijgen van Maria Zachea, van journalist Judith Koelemeijer (de Volkskrant), is prachtig. Ze praatte met haar vader en zijn elf broers en zusters over haar oma. Die oma kreeg een hersenbloeding en daarna zei ze niets meer. Ze zit in haar stoel bij het raam en wordt steeds kleiner en krommer. Ze is dement, denkt haar zoon Maarten. Daarom praat ze niet meer. Ze is te zwak, denkt haar dochter Marian. Te zwak en te mager, het lukt haar gewoon niet meer. Ze is boos, denkt haar zoon Piet. Boos, nee razend, omdat haar kinderen haar niet laten doodgaan.

De kinderen verzorgden hun moeder om de beurt een dag en een nacht. Toen ze eraan begonnen, eind 1988, dachten ze dat het niet lang zou duren. Het duurde acht jaar. Ze voerden haar, ze wasten haar, ze stopten haar 's avonds onder. En ze stonden bijna allemaal rond haar bed toen ze eindelijk overleed. Wat weten deze mensen eigenlijk van hun moeder, dacht Judith Koelemeijer. En wat weten ze van elkaar? Toen hun moeder er niet meer was, ging ze het hun vragen. Ze heeft hun verhalen opgeschreven als twaalf monologen, op volgorde van leeftijd. Ze noemde het boek Het zwijgen van Maria Zachea, naar haar oma. (`Hoe heette moe eigenlijk voluit', vroeg Guus, de jongste zoon, toen ze net dood was.) De titel had ook `Het zwijgen van de familie Koelemeijer' kunnen zijn. Dertien kinderen (één zoon overlijdt op zijn twintigste aan een hartstilstand) die met elkaar opgroeien in een klein huis in Wormer, vlakbij Zaandam. Een moeder die om praktische redenen geen zin in ruzie heeft. Een vader die tuinman is en erg hard moet werken. Als de familie Koelemeijer één ding goed kan, dan is het dingen níet zeggen, níet bespreken. Sommige kinderen probeerden het wel, toen ze volwassen waren. `Hoe was dat nu, met Jos', vroeg Guus een keer. Jos was de overleden broer. `Ach jongen', zei zijn moeder. `Daar moet je overheen zien te stappen, je kunt niet altijd blijven treuren.' Of ze vroegen of ze het niet zwaar had gevonden, zoveel kinderen. `Ach', zei ze dan. `Ik ging soms 's avonds naar de kerk. Dan had ik even rust en bad ik God om kracht.' Maria Zachea was katholiek.

Natuurlijk ging het in de meeste gezinnen zo, in de jaren vijftig en zestig. Maar het wordt niet vaak zo mooi beschreven, behalve in romans. Dit is echt. De kinderen hebben zo goed leren zwijgen dat ze niet kunnen bespreken hoe erg hun moeder aan het eind van haar leven lijdt. Ze heeft doorligwonden op haar billen, al haar spieren zijn verkrampt. Ze zien het allemaal en ze vragen zich allemaal af hoe lang het nog moet duren. Het is de jongste dochter Lucie die in haar eentje naar de huisarts gaat en vraagt of hij iets kan doen. Hij schrijft paracetamol voor. Dan gaat ze naar een bevriende huisarts en die geeft morfine. Het duurde nog een week voordat Maria Zachea haar kinderen `stilletjes ontsnapte'.

Judith Koelemeijer:

Het zwijgen van Maria Zachea.

Een ware familiegeschiedenis.

Plataan. 256 blz. ƒ38,56

    • Jannetje Koelewijn