Wantrouwen op universiteiten

Het is niet goed gesteld met de medezeggenschap van personeel en studenten op universiteiten. Er heerst ,,op veel universiteiten (...) wantrouwen'' tussen de Colleges van Bestuur en de medezeggenschapsraden. Bovendien regelen de bestuurders, Raden van Toezicht en de faculteitsdecanen de meeste zaken onderling, zonder personeel en studenten bij besluiten te betrekken.

Dit staat in het onderzoeksrapport Bezinning op de MUB, dat is opgesteld in opdracht van minister Hermans (Onderwijs). Het rapport is gebaseerd op de ervaringen van universiteiten en studentenorganisaties. Sinds de modernisering van het universitaire bestuur in 1997, kortweg MUB, mogen universitair personeel en studenten niet meer meebeslissen in universiteits- of faculteitsraden. Zij hebben slechts een adviserende rol, meestal via medezeggenschapsraden.

Van toenmalig minister Ritzen moesten de universiteiten hierdoor efficiënter en slagvaardiger worden. Ritzen voerde verder Raden van Toezicht in, die boven de Colleges van Bestuur staan.

Volgens het rapport hebben de decanen een machtige positie gekregen bij het nemen van besluiten, maar zijn zij daartoe vaak onvoldoende geschoold. ,,De decaan is een ervaren wetenschapper, maar dient in de praktijk een zware managementpositie te vervullen'', aldus het rapport.

De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) noemt de bevindingen ,,niet bepaald een verrassing''. ,,Medezeggenschap stelt niet veel meer voor'', zegt voorzitter Sofie Joosse. Het gevolg hiervan is volgens haar dat ,,de bestuurders medezeggenschap niet meer serieus nemen''. Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) zegt dat de MUB ervoor gezorgd heeft dat steeds minder studenten geïnteresseerd raken in universiteitspolitiek en nauwelijks meer stemmen bij universiteitsraadverkiezingen.