Van homoseksueel via moord naar homofoob

Al veel langer bestaat het vermoeden dat Adolf Hitler homoseksueel is geweest of in ieder geval een grote voorliefde had voor het gezelschap van mannen. In zijn boek Hitlers intieme kring, uitgebracht in twaalf landen, draait Lothar Machtan er niet omheen. Hitler was tot het midden van de jaren dertig een praktizerende homoseksueel en deze geaardheid vormde een sleutel tot zijn persoonlijkheid en beïnvloedde in sterkte mate zijn carrière en zijn rol als dictator. Lange tijd zou hij een schemerbestaan met homoseksuele relaties hebben geleid, waarmee hij pas na de Röhm-putsch in juni 1934 zou hebben afgerekend. Hitler, eenmaal stevig in het zadel, zou voortdurend in angst hebben geleefd voor ontmaskering. Hij zou geen middel onbeproefd hebben gelaten om zijn verleden uit te wissen: chantage, zwijggeld, intimidatie en moord.

Machtan schrijft dat het zeker niet zijn bedoeling is om met zijn these de misdadigheid van Hitler te relativeren, of hem van enige schuld vrij te pleiten. Hij wil een nieuw licht werpen op het leven van de grootste dictator van de vorige eeuw en vooral het taboe rond Hitlers seksuele geaardheid doorbreken. Er zijn volgens hem meer bewijzen voor zijn these dan tot nu toe wordt aangenomen. Machtan komt na ijverig speurwerk dan ook met veel contacten en relaties van Hitler waarbij actieve homoseksualiteit of homo-erotische gezindheid in het spel zou zijn geweest.

In zijn Weense jaren onderhield Hitler sinds 1907/08 volgens Machtan een seksuele relatie met zijn belangrijkste vriend, August Kubizek. In deze duistere vooroorlogse periode zou hij ook zijn kunstwerken hebben verkocht om in contact te komen met heren die van zijn seksuele diensten gebruik wilden maken; kunst als alibi voor prostitutie. In 1913 zou hij samen met zijn vriend Rudolf Häusler de Dubbelmonarchie hebben verlaten om zich in München te vestigen – om de dienstplicht te ontlopen, maar vooral vanwege de draconische maatregelen tegen homoseksuelen in het Oostenrijkse leger.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog zou hij met zijn kameraad in de loopgraven, Ernst Schmidt, een verhouding hebben gehad. Verder zou hij tijdens deze oorlog alleen het IJzeren Kruis Tweede Klas hebben gekregen, omdat hij bij zijn kameraden wenste te blijven en omdat een hogere decoratie automatisch betekende dat hij onderofficier moest worden. Ook beweert Machtan dat Hitlers politieke carrière zonder zijn contacten met homoseksuele nazi's als Ernst Röhm, Ernst Hanfstaengl en Dietrich Eckart bij voorbaat mislukt was geweest. Tijdens zijn gevangenschap in Landsberg in 1924, na zijn mislukte putsch, zou Hitler met Rudolf Hess, eerst zijn privé-secretaris en daarna de tweede man in het Derde Rijk, een bijna mythische band opbouwen. Verder behandelt Machtan de driehoeksverhouding tussen Hitler, diens nichtje Geli Raubal en diens adjudant Emil Maurice. Onduidelijk blijft hoe de relatie met zijn nicht was, die in september 1931 zelfmoord pleegde met een kogel uit Hitlers revolver. Hier lijken zijn contacten met vrouwen, zo suggereert Machtan, gebruikt te zijn om zijn homoseksualiteit te verbloemen. Dit geldt ook voor de relatie met Magda Quandt, de latere vrouw van Joseph Goebbels, voor de door hem bewonderde filmmaakster Leni Riefenstahl en voor zijn verhouding met Eva Braun. En zo zou ik nog een tijdje door kunnen gaan. De vraag is of het allemaal klopt.

Dubieus

Het grootste bezwaar tegen Machtans is dat hij aankondigt scherpe bronnenkritiek te zullen leveren, maar daarin schiet hij volledig tekort. Hij gebruikt een aantal bronnen die uiterst dubieus of onbetrouwbaar zijn. Wat Brigitte Hamann in haar studie over Hitlers Weense jaren en August Kubizek zelf in zijn in 1953 gepubliceerde Adolf Hitler. Mein Jugendfreund, heeft geschreven, wordt aan de kant geschoven. Ook de getuigenis van Hans Mend, net als Hitler koerier tijdens de oorlog van 1914-1918, is door historici als Ian Kershaw allang als onbetrouwbaar afgewezen. Deze figuur was meer een criminele afperser dan iemand wiens verklaringen serieus vallen te nemen. Ook het geheime dossier van Hitlers tolk Eugen Dollmann moet als dubieus gekwalificeerd worden. Dollmann baseerde zich op politierapporten die Otto von Lossow, de belangrijkste Reichswehr-generaal in Beieren, na de Bürgerbräukeller-putsch van november 1923 zou hebben voorgelezen over Hitlers contacten met jonge homoprostituées. Kortom, Machtan gaat uit van allerlei speculaties en tweedehands informatie.

De lakmoesproef van Machtans stelling is Hitlers houding tijdens de Röhm-putsch van 30 juni 1934. In deze `Nacht van de lange messen', een van de meest cruciale momenten in de machtsopbouw van Hitler, werd Röhm samen met de SA-top vermoord. Röhm kwam openlijk uit voor zijn homoseksualiteit en zijn gedrag werd in 1931/1932 tot een publiek schandaal. Desondanks steunde Hitler hem. De benoeming van Röhm tot stafchef van de SA in 1930 was niet ondanks, maar juist omwille van zijn seksuele geaardheid, omdat Hitler deze `zwakke plek' van Röhm dan elk moment kon gebruiken en tijdig aan de noodrem kon trekken.

Machtan veronderstelt dat Röhm wist dat Hitler homo was en dat hij hem daarmee vanaf 1932 onder druk zette. Die wetenschap bezorgde hem te veel macht en daarom moest Röhm vermoord worden. Hitler moest dus de SA-leider uitschakelen om voor altijd zijn homoseksualiteit geheim te houden. Hij wilde koste wat kost voorkomen dat hij zelf gecompromitteerd werd en daarom liet hij mensen ombrengen die iets van hem wisten, onder wie ook conservatieve tegenstanders als generaal Kurt von Schleicher.

Dat de Röhm-putsch vooral een machtspolitiek spel is geweest tussen de SA, de SS en de Reichswehr, waarbij naast politieke redenen homoseksualiteit als alibi werd gebruikt om tot actie over te gaan, is één kant van de zaak, maar dit wil niet zeggen dat Hitler vanwege een vermeende homoseksuele relatie met Röhm met de SA heeft afgerekend. Dit is zuiver speculatie. Het zou betekenen dat Hitler chantabel zou zijn geweest en dat Röhm echt een putsch tegen hem op touw zou hebben gezet.

Voor beide stellingen bestaan geen echte bewijzen. In feite moest Hitler zelfs door tegenstanders van Röhm, met name Goering en Himmler, overgehaald worden om in te grijpen om zijn bedreigde politieke positie te redden. Hij aarzelde lang om zijn vroegere kameraad te vermoorden en kon zich vervolgens als redder der natie etaleren, omdat hij in de ogen van het grote publiek de homoseksuele uitspattingen van de SA-top een halt had toegeroepen.

Parvenu

Het zwakke punt in Machtans redenering is dat homoseksualiteit in dit machtsspel het belangrijkste element zou zijn geweest. Was er in plaats van kameraadschap sprake geweest van actieve homoseksualiteit, dan had bijvoorbeeld Goebbels, een fel tegenstander van Röhm en een homofoob, daarvan ongetwijfeld in zijn dagboeken melding gemaakt. Ondanks al zijn goede bedoelingen – het beste gedeelte van het boek gaat over de louche types met wie de parvenu Hitler zich in zijn begintijd in München omringde – heeft Machtan Hitler en het nationaal-socialisme verkleind tot een particuliere obsessie en heeft hij de verklaring van het complexe probleem Hitler gereduceerd tot één alles bepalende factor uit zijn privé-leven en dat is, zoals bekend, in de geschiedwetenschap een doodzonde.

Toch is het zinvol Hitlers persoonlijke leven bij de analyse van de Führer-mythe te betrekken. Hitler slechts tot een `non-person' te verkleinen, zoals Hitler-biograaf Kershaw doet, gaat voorbij aan diens charismatische kanten. Persoonlijke loyaliteit, vooral in tijden van crisis, was een belangrijk onderdeel van Hitlers charismatisch leiderschap. Hij paarde onvoorwaardelijke trouw aan een diep wantrouwen tegen institutionele banden. Zo kon Hitler zich als messias boven de partijen verheffen en zijn leiderschap steeds bevestigen.

Hoogstwaarschijnlijk had Hitler homo-erotische neigingen, maar van praktizerende homoseksualiteit was geen sprake, of in ieder geval zijn de `bewijzen' hiervoor flinterdun. Een homo-erotische mentaliteit, gebaseerd op het `Männerbund'-ideaal, was overigens niet ongebruikelijk in de jeugdbeweging, de vrijkorpsen en paramilitaire organisaties, en ook niet in de SA. Ongetwijfeld bevestigt dit boek het bestaande beeld van het onfrisse klimaat van intriges, afpersing en terreur waarin Hitler omhoog kon klimmen, maar het geeft geen verklaring voor zijn latere politieke (mis)daden. Wie ècht iets over Hitler wil weten, kan nog steeds beter bij Kershaw, Sebastian Haffner en ook bij Joachim Fest terecht.

Lothar Machtan: Hitlers intieme kring. De politieke en psychologische ontwikkeling van Adolf Hitler.

Contact, 349 blz. ƒ69,90