Tienerlucht maakte ook hem niet vrij

Kurt Cobain vormde met Nirvana de invloedrijkste rockgroep uit de jaren negentig, een nieuw geluid waarin punk en klassieke pop samenkwamen. Na zijn zelfmoord in 1994 groeide zijn mythe. Twee studies naar het breukvlak tussen existentiële angst en de hang naar roem.

Courtney Love was naar eigen zeggen van slag na het lezen van Heavier Than Heaven, de nieuwe biografie van Kurt Cobain door de journalist Charles R. Gross. Dat vertelde ze het Engelse muziekblad NME. Love was door het boek tot het inzicht gekomen dat de zelfmoord van haar echtgenoot in april 1994 niet onvermijdelijk was geweest, zoals iedereen beweerde. En ze voegde er subtiel aan toe dat Cobain gewoon eens een keer met een paar `supermodellen' naar bed had moeten gaan. Dat was goed voor hem geweest, en dan was het allemaal anders gelopen.

Als buitenstaander houd je merkwaardig genoeg juist de tegenovergestelde indruk over aan Heavier Than Heaven. De zelfmoord van Cobain, voorman van de belangrijkste Amerikaanse band uit de jaren negentig, Nirvana, was misschien strikt genomen niet onvermijdelijk, maar de oorzaken ervan gaan wel heel ver terug in Cobains leven.

Zijn psychologische desoriëntatie door de plotselinge roem na het verschijnen van Nirvana's Nevermind in 1991 – de biografie van Cross verschijnt ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van die cd – was slechts een van de factoren. Maar die factor heeft buitensporig veel nadruk gekregen door een al te letterlijke lezing van Cobains afscheidsbrief. Daarin beschreef hij zijn gebrek aan `passie' voor muziek in de laatste jaren van zijn leven en haalde hij (sarcastisch?) de beruchte regels aan van Neil Youngs ode aan het rockleven: `It's better to burn out than to fade away'. Dat leidde tot veel onbegrip. Als je muziek niet leuk meer vindt, kun je er toch gewoon mee ophouden?

Uiteraard was er veel meer aan de hand.

Cross laat zien dat depressie, drugsgebruik en de obsessie met zelfmoord als rode draden door Cobains leven lopen. Zelfmoord zat in de familie. Verschillende oud-ooms van Cobain maakte een einde aan hun leven. Zelf zei hij dat hij `zelfmoordgenen' had. Hij maakte op zijn vijftiende een videofilmpje waarin hij, met nepbloed, speelde dat hij zijn polsen doorsneed. In dezelfde periode zei hij tegen een vriendje dat hij van plan was `om rijk en beroemd te worden en zelfmoord te plegen zoals Jimi Hendrix.'

Puberfantasie

Die puberfantasieën zeggen veel over zijn moeizame jeugd, waarnaar hij in zijn muziek steeds verwijst – weinig popartiesten hebben zo indringend over hun familie geschreven als Cobain. Hij was afkomstig uit een arbeidersmilieu in het plaatsje Aberdeen in de staat Washington. Zijn vader was onder meer werkzaam als automonteur en in de hout-industrie. Toen Kurt negen was gingen zijn ouders uit elkaar, een scheiding die uitmondde in een jarenlange vete. Niets bijzonders in 1976, maar een ramp voor de jonge Cobain. Hij veranderde van een vrolijk, zelfs hyperactief kind in een teruggetrokken en angstige jongen. Kurt werd heen en weer geschoven tussen familieleden en wisselde vaak van school. Op de middelbare school was hij een stoner. Hij blowde dagelijks en experimenteerde met lsd. Hij sliep weliswaar nooit onder een brug, zoals een door hemzelf in omloop gebrachte legende wil, maar het scheelde niet veel. Hij was wel een paar maanden dakloos en overnachtte in auto's en in de wachtkamer van het ziekenhuis. Hij haalde nooit een diploma. Hij was korte tijd conciërge op de school waar hij een drop out was geweest.

Cobain lijkt zo het prototype van de slome, nihilistische slacker-generatie, de kinderen van de baby boomers, die in Amerika begin jaren negentig veel media-aandacht kreeg en trefzeker werd geportretteerd in Douglas Couplands Generatie X. Cobains hit `Smells Like Teen Spirit' (met de sarcastische hartekreet: `Here we are now, entertain us') werd uitgeroepen tot lijflied van die generatie. Maar er was een verschil: voor Cobain was het veel meer dan een flirt of een ironisch spel. En hij was ook veel meer in de war dan de meeste van zijn generatiegenoten.

Zijn verbeelding was bizar. Cobain was evenveel bezig met tekenen en collages maken als met gitaar spelen. Zijn specialiteit: exploderende hoofden. Hij maakte een collage van afbeeldingen van vlees en medische illustraties van vaginale aandoeningen. Cross heeft als eerste biograaf ook de dagboeken van Cobain kunnen inzien. Volgens Cross schreef hij veel over geweld en `lichaamsfuncties'. Deze passage uit het najaar van 1990 is volgens hem niet atypisch: `Kill yourself kill yourself kill kill kill kill kill kill rape rape rape rape rape is good, rape is good, rape kill rape greed greed good greed good rape yes kill.'

Die existentiële verwarring vond een uitweg in zijn rauwe, opzwepende gitaarmuziek. Cobain was opgegroeid met The Beatles en heavy metal, maar de ontdekking van punk begin jaren tachtig was niet minder dan een openbaring. Hij schreef in zijn dagboek: `Dit was waarnaar ik op zoek was geweest', en onderstreepte die zin twee keer.

Punk had weliswaar een hoogtepunt bereikt in de jaren zeventig, maar de muziek – in een agressieve, monotone variant die hardcore werd genoemd – was begin jaren tachtig aan de Amerikaanse westkust met de groep Black Flag nog springlevend. Michael Azerrad, die eerder het klassiek geworden Come As You Are. The Story of Nirvana (1994) schreef, heeft nu een vuistdikke pil gepubliceerd over de complete alternatieve muziekwereld in de jaren tachtig: Our Band Could Be Your Life. Scenes From the American Indie Underground 1981-1991. In die `alternatieve' niet-commerciële scene vond punk een voortzetting, maar uitwaaierend naar allerlei stijlen.

Het enthousiasme voor de muziek van de bands die hij per hoofdstuk behandelt (onder andere The Replacements, Sonic Youth, The Minutemen, Hüsker Dü en Butthole Surfers) spat bij Azerrad van de pagina`s. Het boek is alleen al belangrijk omdat het verhaal van veel van deze bands nog nooit goed was verteld. Het boek eindigt met het verschijnen van Nevermind, als de alternatieve muziek plotseling, en volkomen onverwacht, doorbreekt naar het grote publiek.

Artistieke dwangbuis

Het is wel jammer dat Azerrad zijn verhaal zo verbrokkeld vertelt, maar er zijn toch, ondanks alle verschillen tussen de groepen, een paar verbindende lijnen. Azerrad legt vooral veel nadruk op de do-it-yourself-ideologie van de bands: het langzaam maar zeker opzetten van een netwerk van onafhankelijke platenmaatschappijen, clubs en slaapplaatsen, dat uiteindelijk de hele Verenigde Staten bestreek. Vooral de leden van Sonic Youth duiken keer op keer op als behendige netwerkers, die veel jonge bands onder hun hoede namen.

Ook wordt de artistieke dwangbuis van recht-toe recht-aan hardcore gaandeweg verlaten. In de loop van de jaren tachtig staan bands op die aansluiting zoeken bij de klassieke rockmuziek uit de jaren zeventig, zoals Dinosaur Jr en Mudhoney. Het wantrouwen tegen de grote platenmaatschappijen neemt gaandeweg wat af en sommige kleine, onafhankelijke platenmaatschappijen nemen de trucs om muziek aan de man te brengen over van de grote platenbazen. Dat geldt zeker voor de meesterlijke zelfpromotie van de oprichter van het Sub Pop-label in Seattle, Bruce Pavitt, waar Nirvana debuteerde.

Als een band overstapt naar een major, een grote maatschappij, breekt Azerrad zijn verhaal af. Binnen zijn opzet is dat logisch, maar soms leidt het wel tot rare, puristische omissies. Zo worden van The Replacements, altijd al wat te populistisch voor de echte underground, geweldige platen als Tim en Pleased To Meet Me niet genoemd, omdat ze verschenen bij Warner's. Invloedrijke groepen als R.E.M. en The Pixies worden helemaal niet behandeld, omdat hun platen werden gedistribueerd door grote maatschappijen. Maar zonder The Pixies is de popgeschiedenis van de jaren tachtig niet te begrijpen. Kurt Cobain was niet zozeer een Pixies-fan, schrijft Cross, maar een `Pixies-student'. Het meest in het oog springt de afwisseling tussen hard en zacht van deze band, die later typerend zou worden voor Nirvana en andere groepen die werden gevangen onder het nieuwe etiket grunge.

Voor Cobain was punk een soort alternatieve familie en een alternatieve universiteit. Maar Cobain was ook altijd bang dat hij als een ongeletterde hillbilly werd gezien in de alternatieve muziekwereld. Bovendien was hij ambitieus. Hij had vanaf het begin als doel een ster te worden, al gaf hij dat niet openlijk toe. Gross vond in Cobains nagelaten papieren fictieve interviews met zichzelf. Tegen vrienden blufte hij dat hij een plaat zou gaan maken `die groter zal worden dan U2 en R.E.M.' Maar dit strookte niet met de egalitaire, anti-commerciële ideologie van punk. Na de doorbraak van Nirvana leverde dat veel gewetensnood op. Het was overigens geen toeval dat juist Nirvana doorbrak naar het grote publiek. Cobains muziek had veel sterkere pop-invloeden (vooral van The Beatles) dan de meeste andere bands.

Heroïne

In het najaar van 1990 schrijft Cobain voor het eerst in zijn dagboek over heroïne. Die datering, vóór het begin van zijn relatie met Courtney Love is belangrijk, omdat Love, zangeres van de groep Hole, vaak is aangewezen als de kwade genius achter zijn heroïnegebruik. Het boek van Cross biedt zodoende een nuttige correctie op het beeld van Love als kwaadaardige feeks dat werd uitgedragen in de documentaire film Kurt and Courtney van Nick Broomfield, die een paar jaar geleden veel aandacht kreeg op het IDFA-festival.

Met de roem escaleerden Cobains problemen. Het drama heeft zich voor een groot deel in de openbaarheid afgespeeld en is dus bekend: het buitensporige drugsgebruik, conflicten in de band, strijd met welzijnswerkers over het voogdijschap van Cobains kind Frances Bean, omdat hij en Love niet in staat zouden zijn het kind op te voeden, de zelfmoordpoging in Rome in maart 1994, die werd verhuld als een overdosis medicijnen. Een deel hiervan is al beschreven in Come As You Are van Azerrad, dat voor een geautoriseerd werk buitengewoon openhartig is.

Ook Cobains nummers zitten vol verwijzingen naar zelfmoord. Cross wijst erop dat in vijf van de zes covers die Nirvana speelde tijdens hun MTV Unplugged-sessie de dood wordt genoemd. Op verzoek van Cobain moest de studio eruit zien als een begrafenis, met bloemen en zwarte kaarsen.

Heavier Than Heaven is de eerste serieuze biografie van Kurt Cobain. Cross werkte vier jaar aan dit boek en heeft honderden mensen gesproken. Hier en daar is zijn stijl wat te dramatisch en hij kan niet nalaten scènes te beschrijven vanuit het perspectief van Cobain zelf, inclusief de laatste dagen. Cross is er ook minder goed in geslaagd iets over te brengen van de bevrijdende opwinding van de snoeiharde muziek van Nirvana, die vaak in contrast stond met de zwaarmoedige en cryptische teksten.

Dat zou je bijna vergeten.

Charles R. Cross: Heavier than heaven. A Biography of Kurt Cobain. Hyperion, 381 blz. ƒ70,40

Michael Azerrad: Our band could be your life. Scenes From the American indie underground 1981-1991. Little, Brown and Company, 522 blz. ƒ74,95

    • Peter de Bruijn