Ontelbare afrekeningen

Mattijs van der Port is cultureel antropoloog en kreeg van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) opdracht `aard en omvang van het liquideren' in Nederland in de periode 1993-1997 in kaart te brengen. Hij vroeg rechercheurs wat zij onder een liquidatie verstaan, maar die bleken nauwelijks geïnteresseerd in een definitie: zij kijken naar de omstandigheden waarin een lijk wordt aangetroffen, bijvoorbeeld in het water met een hoofdschot. Criminologen – zo stelt de auteur vervolgens vast – kijken vooral naar het motief, pas als je dat kent kun je op een moord het label `liquidatie' plakken: het volgens plan ombrengen van een persoon om een positie in het criminele milieu te verkrijgen, te versterken of te handhaven.

Ook Van der Port richt zich vooral op het motief. `In het motief ligt de sleutel tot een beter begrip van de geweldsdynamiek in de onderwereld.' Een scherp afgebakende definitie van een liquidatie geeft hij echter niet, omdat die de vele motieven die achter liquidaties schuilen zou verhullen. Het definiëren liet hij aan de 25 regiokorpsen over. Die vroeg hij om een overzicht van alle zaken met een niet-natuurlijke doodsoorzaak minus evidente niet-liquidaties. Hij kreeg 223 zaken aangeleverd; 62 daarvan droegen expliciet het predikaat liquidatie. Hij gebruikte 55 dossiers voor zijn beschrijvingen, de criteria voor deze selectie worden de lezer onthouden.

Zijn oorspronkelijke onderzoeksopzet (aard en omvang) heeft Van der Port dan al verlaten, omdat liquidaties volgens hem een verschijnsel zijn dat niet geteld en statistisch geanalyseerd kan worden. Bovendien weten we te weinig. Adequaat weggewerkte slachtoffers, liquidaties die als ongeval worden geboekt: `Over de omvang van dit dark figure of crime valt niets met zekerheid te zeggen'. De auteur wenst vooral te beschrijven. Het levert fascinerende inzichten op over moorden in het criminele milieu. Moorden waarbij angst, gezichtsverlies, onzekerheid, paniek, gekwetste eer en wraak de motieven zijn.

Maar gaandeweg beseft de lezer dat de moorden die Van der Port beschrijft amper als liquidaties kunnen worden gekwalificeerd. Neem de moord gepleegd in Enschede, 1994. Verslaafde ex-Russen krijgen in een asielzoekerswoning ruzie om geld, de één steekt de ander – een afperser – dood. Liquidatie? De auteur beschrijft ripdeals, dronkemansruzies, eerwraak – het enige wat ze verbindt is dat de moorden worden gepleegd door lieden die zich bewegen in het criminele milieu. In feite beschrijft Van der Port impulsmoorden in het criminele milieu – en zo worden koele moordenaars opvliegende types, die moorden uit heel andere dan economische motieven (zoals zijn conclusie luidt). Waar economische motieven wel een rol spelen, redeneert hij ze weg. Een xtc-dealer die getrapt geld schuldig is, wordt vermoord. Van der Port: de daders handelden niet uit economische motieven, want die 300.000 gulden krijgen ze er niet mee terug. Nee, maar de rest is wel gewaarschuwd.

Bovendien: Van der Port beperkt zich tot opgeloste zaken. Logisch, tenminste als je motief als `sleutel tot beter begrip' hebt gekozen. Geen dader betekent immers geen motief. Maar wordt een moord uit economische motieven gepleegd en niet in een opwelling, dan is de kans veel groter dat de zaak niet wordt opgelost. In plaats van liquidaties beschrijft hij motieven die op elk type moord van toepassing kunnen zijn.

Mattijs van der Port: Geliquideerd. Criminele afrekeningen in Nederland. Meulenhoff, 223 blz. ƒ36,36

    • Eric Slot