Nederlandse kinderen zijn ettertjes

Omdat zelfs Nederlandse volksjongens `cultureel' willen doen, vind je in Nederland Bach-cd's bij de drogist. Nederlanders zijn veel royalistischer dan ze willen toegeven. Nederland is een luilekkerland voor kinderen, wat adolescenten tot `ettertjes' maakt en de vrouwenemancipatie vertraagt.

Voor sommige observaties over Nederland moet je echt bij buitenlanders zijn. In zijn boekje Onder Hollanders. Een Vlaming ontdekt Nederland draagt Steven de Foer geen sociologische trouvailles aan, maar zet hij wel mooie contemporaine zedenschetsen neer, zoals voor hem J. Rentes de Carvalho en Sylvain Éphimenco dat hebben gedaan. De Foer woonde drie jaar als correspondent voor de Vlaamse krant De Standaard in Wassenaar. Hij was geen echte buitenstaander: zoals elke Vlaming had hij Nederland altijd goed in de gaten gehouden. Hij groeide op met de Fabeltjeskrant, Berend Boudewijn en Mies Bouwman, en bracht weleens vakanties in de Biesbosch door. Toch viel het hem nu pas op, in een huurhuis boven de Moerdijk, dat de meeste clichés over Nederland eigenlijk waar zijn. Hij trof ze allemaal aan: zuinigheid, directheid, lompheid, tolerantie. Hij beschrijft er de goede en slechte kanten van en zet ze af tegen zijn eigen achtergrond. Dat constante spiegelbeeld maakt Onder Hollanders ook tot een indirecte schets van België.

Gelukkig heeft De Foer een journalistiek boek geschreven. Omdat hij steeds persoonlijke waarnemingen noteert, blijft het aardig om over die clichés te lezen. Neem het hoofdstuk over zuinigheid. De Foer deed mee aan een lampionoptocht in Wassenaar, waar elke deelnemer een bon kreeg voor een gratis oliebol. Bij de oliebollenkraam namen mensen precies evenveel oliebollen af als ze bonnetjes hadden. Er stond ook een man die per se een appelflap wilde. Dat mocht niet. Na lang zeuren nam hij mokkend de oliebol. `Het idee om die oliebol te laten zitten en gewoon te betalen voor die appelbeignet, kwam niet eens in hem op.' Toch merkte De Foer dat hij zich in 2000 minder voor zijn woonplaats Wassenaar hoefde te verontschuldigen dan in 1997. Ook hoorde hij Nederlanders steeds vaker praten over aandelen, puts en calls. Oftewel, er verandert iets. `De Belg maakt zich in zijn villa met zijn drie soorten luxebier in de koelkast zorgen of de overheid later zijn pensioen wel zal kunnen betalen. De Nederlander in zijn doorzonwoning weet ondertussen dat zijn toekomst verzekerd is door een goed functionerende overheid, en vindt dat nu de tijd eindelijk rijp is om het geld wat te laten rollen.'

Het boek is het zwakst in de `politieke' hoofdstukken, die niet veel verder komen dan een op zichzelf adequate opsomming van bekende gegevens – zoals de schrijnende toestanden in de overgereguleerde gezondheidszorg, de saaie polderdemocratie en de rapportencultuur waarmee schandalen die het `vergulde zelfbeeld' van Nederland kunnen schaden onder het kleed worden gemoffeld.

Buiten spelen

De Foer wint aan kracht in de onderwerpen die hij uit pure verwondering bij de kop neemt, zoals de dominante jeugdcultuur in Nederland. Zijn drie kinderen hadden er een gouden tijd: geen huiswerk maken tot bedtijd, zoals in België, maar na schooltijd de hele middag buitenspelen of naar het zwembad. Kinderboeken, jeugdprogramma's op tv, speciale kindergidsen in musea, Sinterklaasfeesten die tot in de puntjes zijn uitgewerkt – alles duidt erop `dat dit volk zijn kinderen voor vol aanziet'. Maar kinderen worden niet alleen op een altaar geplaatst, ze eisen die plaats ook op. `Zelfexpressie, mondigheid, bijdehandsheid: leuk. Tot ze een jaar of tien zijn. Vanaf die leeftijd worden veel Nederlandse kinderen regelrechte ettertjes.'

Vooral vrouwen betalen er een prijs voor. Nergens in Europa is hun arbeidsparticipatie zo laag. Als vrouwen werken, werken ze vooral in deeltijd. Daar bestaan allerlei theorieën over, maar De Foer heeft een eigen analyse: hij zoekt de oorzaak in de materiële soberheid van de Nederlanders. Belgen houden van luxe-dingen en willen koste wat kost twee keer per jaar op vakantie. Dus gaan de vrouwen werken. In Nederland worden vrouwen scheef aangekeken als ze hun kroost meer dan drie dagen per week in een crèche achterlaten (geen wonder dat er zoveel minder crèches zijn dan in België). Wie kinderen heeft, is bereid om daar offers voor te brengen. Zelfs advocaten en artsen gaan rustig in een tentje zitten. In België zou `iemand met een beetje standing voor geen geld een voet in een caravan zetten'.

Alleen al daarom mist De Foer, wiens vrouw niet werkt, Nederland een beetje. Ook heeft hij heimwee naar het optimisme, naar de radio, die meer actualiteiten biedt dan de Belgische, en naar de levendige discussies bij de bakker. Zelfs in de wijsneuzigheid schept hij genoegen. Dat Nederlanders overal een mening over willen hebben is soms irritant, maar het maakt ze volgens hem `intellectueel breder' dan Belgen. Maar wat hij niet mist, nu hij terug is in België: het eten, de botheid van de Nederlanders, hun gebrek aan kritisch vermogen (`de Nederlander wil maar niet ontwaken uit de roze droom dat zijn eigen land ontsnapt aan de kuiperijen en lage instincten die deze aardkloot doen draaien') en hun slordige omgang met de taal. Veel Nederlanders, schrijft hij, reageren gebeten als hij ze dit zegt. Ze `beschouwen de erkenning van hun sterke punten als vanzelfsprekend, terwijl ze iedere zweem van negatieve kritiek als een dolksteek in het hart van hun land beschouwen. [...] Zeker als de criticus uit België komt, dat meelijwekkende buurlandje waar zoveel fout loopt'. Als dit waar is, dan is het behalve leuk ook nuttig dat hij het allemaal tóch heeft opgeschreven.

Steven de Foer: Onder Hollanders. Een Vlaming ontdekt Nederland. Balans en Van Halewyck, 167 blz. ƒ29,75

    • Caroline de Gruyter