Monopolie van de Grote Drie

Nederland telt 502 bioscoopdoeken, waarvan er sinds gisteren – en waarschijnlijk onafgebroken tot en met de kerstvakantie – 244 de film Harry Potter en de Steen der Wijzen vertonen. Dat is een record: in ruim 48 procent van alle filmzalen in Nederland draait, van matinee tot tweede avondvoorstelling, een en dezelfde titel.

Distributeur Warner Bros. laat niet na er op te wijzen dat het publiek niet anders wil dan naar Harry Potter kijken, natuurlijk een handje geholpen door een grootscheepse marketingcampagne. Op 6 december doet Warner Bros. er nog een schepje bovenop, door in 130 bioscoopzalen de filmversie van Annie M.G. Schmidts Minoes los te laten. Nog twee weken later volgt de concurrentie met het eerste deel van de filmtrilogie naar Tolkiens Lord of the Rings op minimaal 110 doeken.

Eens even rekenen, dan zijn er dus in het hele land nog achttien doeken over voor alle andere films in de kerstvakantie, traditioneel de periode waarin incidentele filmbezoekers nog wel eens een bioscoopje willen pikken en dus voor de filmbranche de meest lucratieve twee weken van het jaar.

Het lijkt wel of aloude marxistische wetten over accumulatie, monopolisering en Verelendung in het laat-kapitalisme nog voor het einde van dit jaar een dramatische illustratie gaan krijgen in het Nederlandse bioscoopbedrijf. Hier en daar wordt dan ook al een klein beetje moord en brand geschreeuwd over het einde van de pluriformiteit in het filmaanbod.

Maar misschien moet de berekening toch een beetje worden bijgesteld. Er zijn combinaties denkbaar van Minoes in de matinees, en met een beetje wriemelen en persen toch nog twee avondvoorstellingen van Lord of the Rings (zuivere speeltijd: twee uur en 59 minuten). En er zitten een paar minipistooltjes in de mouwen van de spelers die zich nu opmaken voor een heuse shoot-out in de bioscoopprogrammering.

Zo verraste de Franse filmkomedie Le fabuleux destin d'Amélie Poulain in Frankrijk, maar ook in Londen, New York en de rest van de wereld door menige Amerikaanse formulefilm aan de kassa te verslaan. Amélie wordt hier op 6 december in 28 kopieën uitgebracht, tien meer dan de aanvankelijk geplande 18 in louter art-house-bioscopen. Waar Amélie in Londen gewoon op Leicester Square te bezichtigen valt, wordt de film hier de toegang tot de meeste Pathé-theaters ontzegd door een samenscholing van jonge tovenaars, vrouwtjespoezen en hobbits. Jammer voor de pluriformiteit in de grote multiplexen, maar ook jammer voor de pluriformiteit in het aanbod van de art-houses, waarvan er alleen al in Amsterdam drie of vier Amélie lijken te gaan vertonen.

2001 wordt een bijzonder goed jaar voor de Nederlandse bioscopen, niet alleen getalsmatig, maar ook doordat onregelmatige bioscoopbezoekers de weg terugvonden naar films van eigen bodem als Nynke en The Discovery of Heaven. Als ze tussen kerstkrans en oliebol nog eens wat popcorn willen snoepen, en naar een film van vergelijkbare kwaliteit zoeken, moeten ze wel haast in de art-houses terechtkomen. Het voordeel van deze fase van het laat-kapitalisme is dat ze zo dan ook de weg naar de kleinere bioscoop zullen weten te vinden, zoals de natuurwinkels alleen maar floreren bij de komst van een Albert Heijn op elke straathoek. Mag er dan ook nog iets anders in de art-houses te zien zijn dan de Franse pendant van de magische Grote Drie?