Meerderheid is tegen

Letland is een markteconomie die voldoet aan de politieke criteria voor toetreding, die kan bogen op macro-economische stabiliteit en die veel vooruitgang heeft geboekt op weg naar toetreding tot de Europese Unie. Maar het moet nog veel doen om het openbaar bestuur te hervormen en corruptie te bestrijden. Dat is, kort samengevat, het oordeel dat de Europese Commissie vorige week velde over de Letse vorderingen.

Ten aanzien van de integratie van de niet-Letse minderheden is de Commissie betrekkelijk streng. Ook daar is weliswaar vooruitgang geboekt, maar naturalisatie van niet-Letten (circa 40 procent van de bevolking bestaat uit Russische, Oekraïense en Wit-Russische minderheden) moet worden aangemoedigd.

Verder moeten de autoriteiten de fiscale discipline verbeteren om het begrotingstekort beheersbaar te houden. De privatisering van grond moet worden versneld, de werkloosheid is te hoog en de flexibiliteit van de arbeidsmarkt laat te wensen over. De pogingen de wetgeving te harmoniseren worden geprezen, maar het werk dat nog moet worden gedaan, vormt een ,,aanzienlijke uitdaging'', zo oordeelt de Commissie.

Van de drie Baltische landen zijn de economische hervormingen in Letland, dat eind oktober in het overleg met de EU het 17de en het 18de toetredingshoofdstuk (van de 31) afsloot, het traagst op gang gekomen. Dat geldt vooral de privatiseringen, die met veel politiek gekrakeel en veel politieke aarzelingen gepaard gingen en te lijden hadden van inmenging van populistische politici en lobby's van de olie-industrie, Rusland en landbouwbonzen. Bovendien ontbrak het aan steun vanuit de bevolking.

Economisch herstelt Letland zich snel van dat aarzelende begin en van de Russische crisis van 1998. De nationale munt, de lat, is stabiel, de inflatie is onder controle, het begrotingstekort is gedaald en op handelsgebied richt het land zich nu grotendeels op het westen – nog maar vier procent van de handel wordt met Rusland afgewikkeld.

Maar Letland, dat zijn onafhankelijkheid herkreeg in 1991, is er nog lang niet. Onderhandelingen met het Internationale Monetaire Fonds over nieuwe kredieten werden begin deze maand afgebroken. Het IMF en de regering in Riga konden het niet eens worden over de omvang van het begrotingstekort van volgend jaar. Het land zucht onder de last van hoge sociale uitgaven: in 2002 gaat 49,9 procent van de totale overheidsuitgaven op aan sociale uitgaven, waarvan 37,6 procent aan uitkeringen, sociale verzekeringen en pensioenen, en bijna elf procent aan gezondheidszorg – een record onder de EU-kandidaat.

Populair is de EU bepaald niet: voor de Letten is EU synoniem voor opofferingen, al weten velen niet goed wat de EU is, doet en betekent. Tegen de EU-toetreding is 45 procent, vóór maar 34 procent. De rest weet het niet.

Achtste deel in een serie over EU-kandidaten die sinds 15 november dagelijks in de krant staat. Vorige afleveringen ook op internet: www.nrc.nl