Inspectie pleit voor aanpassen studiehuis

Het lesprogramma van het studiehuis, de bovenbouw van havo en vwo, moet verlicht worden. Vakken of delen ervan moeten worden geschrapt om iets te doen aan het overladen lesprogramma. Bovendien moet actie worden ondernomen tegen het `armoedig' lesgeven.

Dit concludeert de Inspectie van het Onderwijs in het rapport De tweede fase een fase verder, dat staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De inspectie signaleert ,,didactische verschraling'' op school, doordat leerlingen overstelpt worden met opdrachten en de leraren zich beperken tot een ,,eenzijdig begeleidende rol''.

Het studiehuis werd vanaf 1998 ingevoerd om leerlingen meer zelfwerkzaamheid bij te brengen en om leerlingen in meer vakken examen te laten doen dan voorheen. Zo zouden zij beter voorbereid moeten worden op het hoger onderwijs. Het studiehuis is het vervolg op de basisvorming, de vernieuwing van de eerste klassen van de middelbare school, waarover de Onderwijsraad vorige maand adviseerde eveneens het aantal vakken te beperken.

Vanaf het begin van de invoering van het studiehuis zijn problemen gerezen. Het programma werd vrijwel onmiddellijk als te zwaar omschreven. Leerlingen gaven aan te veel tijd kwijt te zijn aan het maken van opdrachten. Adelmund zegde na scholierenprotesten in 1999 toe het studiehuis rond 2003 grondig te veranderen. Tot die tijd volstaan volgens haar kleinere aanpassingen, zoals de vrijheid van scholen om sommige vakken waarin leerlingen geen examen hoeven te doen te schrappen.

De inspectie merkt op dat deze vrijheid tot ,,complexe regelgeving'' heeft geleid. De vrijheid van scholen om vakken te schrappen moet daarom ongedaan worden gemaakt, zo adviseert de inspectie. Verder moet worden nagegaan of het vak algemene natuurwetenschappen kan worden geschrapt voor leerlingen met een exact vakkenpakket. Voor leerlingen met een alfapakket zou geschiedenis/maatschappijleer kunnen verdwijnen. Verder moet er iets gebeuren aan de ,,versplintering'' van het vakkenpakket veel relatief minder belangrijke vakken (culturele en kunstzinnige vorming, lichamelijke opvoeding) blijken de leerlingen in de weg te staan.