`Illegale houtkap funest voor de bossen'

Veel hout wordt illegaal gekapt of niet verantwoord geoogst. Houtverkopers kunnen hun klanten niet garanderen dat hun producten deugen.

Het overgrote deel van de houtbedrijven in Nederland kan niet aannemelijk maken dat zij hout leveren uit duurzaam beheerde of gecertificeerde bossen, zo blijkt uit een onderzoek dat het Wereld Natuur Fonds (WNF) vandaag publiceert. In een aantal gevallen wordt de klant zelfs ,,misleid'' met ,,feitelijke onjuistheden'' of uitspraken die ,,uiterst vaag'' blijven. Geen enkel bedrijf verstrekt informatie waarmee wordt gegarandeerd dat het bedrijf uitsluitend legaal hout verhandelt, zo stellen de onderzoekers.

,,Zo is het dus mogelijk dat de houtgebruiker onbedoeld meewerkt aan illegale kap, of bosdegradatie'', aldus het rapport. De tussenhandel vertoont volgens onderzoekers ,,criminogene'' trekken, bijvoorbeeld door de mogelijkheid uit misdaad verkregen geld ,,groen'' te wassen.

Het zijn geen verrassende uitkomsten voor Chris Elliot, internationaal bossenmanager van het WNF. Er wordt wereldwijd veel hout illegaal gekapt. Onder illegaal verstaat Elliot kappen in nationale parken en in gemeenschappelijk beheerde bossen of het kappen van meer bomen dan waarvoor in een gebied een concessie is verleend. De meest dramatische voorbeelden zijn Indonesië, Brazilië, Rusland en Kameroen. ,,Van de 60 miljoen kuub hout uit Indonesië is 33 miljoen kuub illegaal gekapt.'' Er wordt ook veel ondeskundig gekapt: op steile hellingen bijvoorbeeld, in moerasgebieden en zonder deskundige herplantingen.

Het Wereld Natuur Fonds is een van de motoren achter het verlenen van keurmerken aan houtproducerende bedrijven die op een ecologisch verantwoorde manier en met redelijke arbeidsvoorwaarden hout oogsten. Het meeste gecertificeerde hout komt uit Scandinavië. Er worden in de houtindustrie allerhande verklaringen over de herkomst afgegeven, zoals van de Stichting Keurhout, maar volgens de milieubeweging is het enige betrouwbare keurmerk dat van het Forest Stewardship Council (FSC). Ongeveer 25 miljoen hectare bosbouwgebied is gecertificeerd.

Elliot: ,,Dat lijkt veel. De certificering heeft ook een duidelijke invloed. Maar het is een klein percentage van de 600 tot 800 miljoen hectare aan bosbouwgebieden over de hele wereld.''

Drie oorzaken staan een vlotte FSCopmars in de weg, zegt Elliot. ,,In de eerste plaats is veel hout afkomstig uit bossen waar management ontbreekt. Er is geen enkele controle op. Hier gaat het om bedrijven die niet zichtbaar zijn. Corrupte regeringen hebben de concessie dan niet verleend aan de hoogste bieder, maar aan een vriendje van de president. Daarnaast zijn er producenten die nog een psychologische barrière moeten overwinnen. Ze willen niet dat andere mensen hen controleren. Ze zeggen: wij doen ons werk goed en bemoeien jullie je met je eigen zaken. Een derde groep zijn bedrijven die wel zouden willen, maar die er iets voor terug willen hebben, ze vragen zich af of er wel behoefte is aan gecertificeerd hout.''

De strategie van het WNF is de vraag naar gecertificeerd hout te vergroten. ,,Hoe groter de vraag, des te groter het aanbod'', zegt Elliot. Die vraag zal groeien naarmate meer bekend wordt over de schade die zonder goed beheer aan de bossen wordt toegebracht. Een vraag bij consumenten die ook houtverkopers en producenten zich aantrekken.

Elliot: ,,Mensen in de houtindustrie voelen zich er ongemakkelijk bij. Het is ook een marketingprobleem. Als de staf van een bedrijf als Ikea geen goed verhaal heeft over de herkomst van het hout, dan voelen de verkopers zich daar niet prettig bij. Goed hout is een verkoopargument. Producenten en houtverkopers moeten buiten de ingewikkelde tussenhandel om naar elkaar toegroeien. Zo kunnen ze een echt merk worden.''

Overheidsmaatregelen zijn welkom, stelt het Wereld Natuur Fonds. Elliot memoreert dat het Verenigde Koninkrijk heeft aangekondigd voortaan bij publieke aanbestedingen de voorkeur te geven aan FSC-hout. Ook Denemarken en Nederland timmeren aan de weg, overigens met wisselend succes. Zo ligt een drie jaar geleden door de Tweede Kamer aangenomen wet die beoogt goed én fout hout te merken nog steeds bij de Eerste Kamer.

De houtindustrie vreest een administratieve rompslomp als alle hout van een rode dan wel groene sticker moet worden voorzien, en bovendien ziet onder andere de Europese Commissie er strijdigheid in met het EU-Verdrag en met het verdrag van de Wereldhandelsorganisatie WTO, omdat de wet de handel belemmert.