Het schone van een leugenaar

De schoonheid van de echtgenoot van Anne Carson is een merkwaardig geval van poëzie. Het boek begint met vier regels van John Keats, bij wijze van motto. Dat is nog niet zo vreemd, maar daarna volgt een opdracht, of liever gezegd: de titel van het eerste gedicht, die dienst moet doen als opdracht. Het is geen gewone titel, maar een drie lange regels vullende praattekst, in kapitalen, die als een soort fries of breed spandoek bovenaan de bladzijde staat: `Ik draag dit boek op aan Keats (vertelde jij me dat Keats dokter was?) omdat een opdracht niet volmaakt mag zijn wil een boek in vrijheid bestaan en omdat hij zich overgaf aan de schoonheid'. Daaronder volgt dan het eerste gedicht, of liever: de eerste dichterlijk aandoende tekst, waarin een vrouw ons het schrijnen van haar wond toont: `Een wond straalt licht uit/ zeggen chirurgen./ Als alle lampen in huis waren gedoofd/ kon je mijn wond verbinden/ bij het licht dat ze geeft.' Grappig. Daarna wordt de lezer even toegesproken: `Geachte lezer, ik zeg dit slechts bij wijze van analogie.' Dan volgt een lastig te duiden citaat van Duchamp. En tot slot wordt het mislukken van een huwelijk met hetzelfde hevige schrijnen van een wond vergeleken. En dat alles in korte spreektaalprozazinnen onder elkaar, met veel wit ertussen en eromheen, alsof er heel diep over is nagedacht. Deze tekst geeft al een goede indruk van het vreemde geheel dat volgt. Intellectueel spel en alledaagse praattoon, geleerde verwijzingen en huwelijksproblematiek, opzichtige ontregeling van genres en veel wit, schoonheid en Keats: daarom draait het in De schoonheid van de echtgenoot.

Het boek wil volgens de ondertitel `a fictional essay in 29 tangos' zijn. Een essay dus, maar met romankwaliteiten, opgehangen aan 29 teksten waarin man en vrouw als in een tango elkaar volgen. Het klinkt ambitieus. Al die 29 tango's zijn voorzien van dezelfde soort onmogelijke spandoektitels. De tekst is rijkelijk gelardeerd met toespelingen op en verwijzingen naar klassieke mythen en antieke schrijvers. Iedere tango wordt voorafgegaan door een citaat van John Keats, al is vaak het verband tussen het een en het ander niet duidelijk. Het lijkt er ook wel eens op alsof Carson het strooien met motto's heeft willen parodiëren (want zelfs haar bibliografie krijgt nog een Keats-motto mee). Een verhaal of verhaallijn valt moeilijk te ontdekken. Het geheel kan nog het best omschreven worden als scènes uit een niet erg bijzonder en niet al te gelukkig huwelijk, achteraf gezien door de ogen van de vrouw.

Scheiding

Gebabbel over hun jeugdliefde. En dat haar moeder ertegen was, en daarom gingen ze verhuizen, vijfhonderd kilometer ver, maar hij kwam haar op haar nieuwe adres toch weer opzoeken. Ze zouden trouwen, maar hij verscheen niet op zijn eigen bruiloft en stuurde de dag erna een telegram waarin hij haar vroeg toch vooral niet te huilen. Hij bleek haar al snel te bedriegen. Hij dronk graag en veel en hield van gokken. Hij `loog over alles'. Ze gingen scheiden, maar drie jaar na hun scheiding gingen ze toch weer een keer samen op vakantie, in Griekenland, en toen hadden ze geweldige seks op de hotelkamer, terwijl hij zijn nieuwe vrouw de volgende dag telefonisch moest proberen wijs te maken dat hij nog gewoon in New York was. Enzovoort. Dat soort scènes en dat soort relatiegedoe, bekend uit tientallen soaps en speelfilms.

Huwelijk

Met het onderwerp is niets mis, maar de dichteres doet er niet veel meer mee dan er wat intellectualistisch over babbelen en de zaak met dure citaten optuigen. Ik had er graag iets meer samenhang in gezien. Een verhaallijn, een gedachte, een verborgen parallel met een antieke mythe, een geheime essayistische bewering of desnoods een exempel van, zeg, de wanvertoning die het hedendaagse huwelijk geworden is. Maar het blijft allemaal nogal fragmentarisch en willekeurig en particulier en vaag – en eenzijdig ook. Van de man in kwestie, consequent `de echtgenoot' genoemd, krijgen we nauwelijks een beeld en van zijn motieven al helemaal niet. Alles wijst erop dat hij, althans in de ogen van de vrouw, een onbetrouwbare versierder is, een ziekelijke leugenaar, een sentimentele seksist, of een combinatie van dit alles, maar wat heeft zij dan ooit in hem gezien? Het schijnt dat hij wel iets dichterlijks had en dat hij `poëtische brieven' schreef, maar de voorbeelden daarvan overtuigen allerminst. En verder? Onze heldin heeft zichzelf die vraag ook gesteld: `Waarom hield ik dan van hem als jong meisje al/ tot eind middelbaar en de scheidingsakte per post?' Ze laat er meteen een duidelijk antwoord op volgen: `Schoonheid. Geen groot geheim. Ik zeg schaamteloos dat ik van hem hield om zijn/ schoonheid. En weer zou houden als hij/ in mijn buurt kwam. Schoonheid overtuigt. Schoonheid is wat seks mogelijk maakt./ Schoonheid maakt van seks seks.' Dat klinkt stellig allemaal, en lichamelijk, en misschien ook wel schokkend – maar de bewering wordt verder helemaal niet bewezen. Is het echt schoonheid die seks mogelijk maakt? Er zijn genoeg voorbeelden van het tegendeel. Wat is schoonheid? Carson zegt er niets over. Wat is voor haar `houden van'? En: wat is er dan zo onweerstaanbaar schoon aan deze echtgenoot? We krijgen hem niet te zien en moeten alles maar van haar aannemen. Blijkbaar viel zij voor hem en blijkbaar is zij nog steeds weerloos als zijn schoonheid zich daadwerkelijk aandient.

Een levensleer valt er aan dit `fictie-essay in 29 tango's' niet te ontlenen. Er wordt af en toe wel wat gefilosofeerd, maar veel heeft dat niet om het lijf. De vrouw weet, net als Anne Carson, en net als Plato, dat alle dichters leugenaars zijn, en zij weet ook dat haar echtgenoot een leugenaar was, maar is hij daarmee ook een dichter? Intussen hoopt zij ook weer, met Keats, dat schoonheid en waarheid hetzelfde zijn, maar dat wordt met deze echtgenoot wel lastig, zodat zij ons in haar slotregels maar aanraadt om de schoonheid te blijven vasthouden: `Heres my advice, hold.// Hold beauty.' Het lijkt mij een gratuite bewering, zoals er hier wel meer te vinden zijn. `Het leven kent risico's. Liefde is er een.' En: `Menselijk blijven is een beperking doorbreken.' En: `Volgens filosofen vormt de mens zichzelf in dialoog.'

Vertaalderlands

Ook in het dichterlijke valt er hier niet veel opwindends te beleven. De tekst neemt vaak de vorm aan van een scenario, met alledaagse dialogen, of van korte notities uit een dagboek: `Waiting, thoughts come, go. Flow. This flowing.' Soms loopt de `poëzie' vanzelf over in proza. De vertaling weet daar helaas weinig esprit en weinig souplesse aan toe te voegen. Van het Engels van Carson is hier een raar soort vertaalderlands gemaakt, met veel anglicistische constructies, kreupele wendingen en onbegrijpelijkheden. `Het ontvangen van zijn brief alleen al was een grensoverschrijding door zijn vertoon van kleuren' en `snaren en sleutels bonden haar aan haar/ eigen impersonatie van/ hem' en `hij kon elke dichtregel paren aan/ een test van verdienste' als men zich al niet opwindt aan `het pathos van haar gespitste luisteren.' Zo idioot spreekt niemand, zelfs niet een classica die een essay in tangovorm probeert te schrijven.

Er is in deze ambitieus opgezette onderneming niet zo heel erg veel waar mijn oog aan bleef haken. Een enkele mooie over vele regels uitgesponnen liefdesscène, op een wijnboerderij, waar de jongen en het meisje helpen bij het druiven persen en elkaar, onder de droesem, naakt, in een stenen schuur, schoonlikken, met alle erotiek vandien. En nog zo'n scène, 's avonds laat, als het vallen van de sneeuw in de stille nacht samenvalt met de liefde en het vloksgewijs in slaap vallen en in dromen verzinken. Een enkel aardig intertekstueel geintje, een enkele rake dubbelzinnigheid. Een enkel sterk beeld. Als de vrouw ziet hoe, aan de overkant van de straat, haar echtgenoot en `een bepaalde donkere dame' elkaar op klaarlichte dag ergens treffen, dan voelt zij dit: `Een koud schip// verlaat ergens diep in de vrouw de haven en/ glijdt ervandoor naar de vlakke grijze einder,// geen vogel geen zuchtje in zicht.' Over dat desolate gevoel had ik wel wat meer willen lezen. Iets minder over de schoonheid van de echtgenoot, en iets meer over de jaloezie, wanhoop en eenzaamheid van de echtgenote.

Anne Carson: De schoonheid van de echtgenoot. Een fictie-essay in 29 tango's. Vertaald door Marijke Emeis. Meulenhoff, 192 blz. ƒ36,90