Het is goed om ellende te verdringen

Op een maandagmorgen in 1987 ging Margriet de Moor in een lege kamer zitten met een stapel A4'tjes, om een verhaal te schrijven. ,,En dat lukte.' Sindsdien is ze schrijfster. Onlangs verscheen haar achtste boek, de roman `Kreutzersonate'.

Ze zegt het met voldoening: ,,Ik geloof dat het wel een oeuvre is, wat ik schrijf. Ik ben blij dat er geen rare frutsels tussen zitten.' Op mijn vragende blik: ,,Ik bedoel dat mijn boeken tot nu toe een samenhangend geheel vormen. Doordat ik pas zo laat begonnen ben met schrijven – toen ik 46 was – heb ik geen aanloop gehad en zat ik meteen op het spoor waarop ik nu nog zit. In mijn eerste roman, Eerst grijs dan wit dan blauw kwamen al thema's voor die je later in andere boeken terugvindt. Thema's als afscheid nemen, of het intiem met elkaar omgaan en toch vreemden zijn voor elkaar. De huwelijken in mijn boeken zijn bijna altijd goed, maar vaak gaat het om twee mensen die volkomen verschillend zijn, elkaar vreemd zijn en dat niet willen opheffen, maar eerder koesteren. Een lichte vrees voor degene met wie je leeft, een zekere afstand, vind ik veel mooier dan dat je elkaar volkomen doorgrondt.

,,In alles wat ik schrijf richt ik me sterk op de sensaties van de zintuigen – alles draait om kijken, luisteren, voelen, proeven, om sensualiteit, erotiek. Dat geldt bij uitstek voor De Virtuoos, maar ook voor Kreutzersonate. De verliefdheid van de blinde muziekcriticus in die roman is een verhevigde en vertekende vorm van waarneming. En er is het thema van de stem. De zwijgende stem in Eerst grijs dan wit dan blauw, de zingende stem in De Virtuoos en de verhalende stem van de zigeuners in Hertog van Egypte.

,,Er is niet één prominent thema in mijn werk, maar er zijn er enkele die zich hardnekkig opdringen. Als het over de stem gaat, dan gaat het in mijn boeken bijna altijd ook over kunst, over muziek en literatuur. In mijn verhalen over twee leesverslaafde zusjes laat ik de fictieve wereld van de literatuur overgaan in de werkelijke wereld: in de fantasie van die zusjes wordt de hoofdpersoon bijvoorbeeld Moby Dick en dit personage gaat dan echt gehoorzamen aan zijn literaire voorbeeld. Het past in mijn overtuiging dat kunst een sterke kracht is in het leven. Nee, ik zie kunst niet als ongevaarlijke franje. Dat denkt men vaak, maar dat is niet zo. Ons hele dagelijks leven, de patronen waarin we ons gedragen, is beïnvloed door de Europese roman, de popcultuur door de zestiende-eeuwse madrigalen. Iemand die afscheid neemt is altijd een beetje Anna Karenina, in elk liefdesdrama zit een beetje Madame Bovary, in het landschap waar je in de trein naar kijkt zit onvermijdelijk iets van een landschap waar je net over hebt gelezen, of van een schilderij, een Van Goyen of een Monet. De invloed van de kunst is sluipend en misschien moeilijk te traceren, maar denk maar niet dat we zo onbevangen zijn.'

In de tuin vliegt een Vlaamse gaai op. Het huis, aan de rand van een Amsterdams park, is een oase in de stad, met bomen voor en bomen achter. In de grote kamers-en-suite zijn de wanden bedekt met kunst, met tekeningen van haar dochter en van haar man – de beeldhouwer Heppe de Moor die in 1992 overleed – met foto's, of een groepje kleine negentiende-eeuwse zeegezichten.

Margriet de Moor vertelt dat ze het huis net heeft verkocht. Het is te groot voor haar alleen en de geluiden van de buren storen haar. Waar ze nu heen gaatweet ze nog niet. Haar dochters wonen vlakbij en dat is een reden om in Amsterdam te blijven, maar ze aarzelt. In de vijf jaar dat ze hier gewoond heeft zag ze de stad achteruit gaan: ,,Ik heb de manieren zien vergroven, de straten zijn vuiler en voller geworden, in het verkeer zijn de mensen steeds geïrriteerder. De sfeer is kribbig, de bediening in de restaurants ongeïnteresseerd. Het doden van de vrije tijd bepaalt de stemming in de stad. Die jolijtige sfeer op de terrasjes. Om me temidden daarvan te bevinden is oninspirerend. Ik houd ook niet van bomen direct om me heen, ik kijk liever uit op een vlakte. Nee, geen weilanden, ik houd van de bollenvelden en de kust.'

De kust bij Noordwijk met de achterliggende geestgronden en bollenvelden was het landschap van haar jeugd, en ook het decor waarin veel van haar romans en verhalen spelen. Zelfs in De Virtuoos, dat in het achttiende-eeuwse Napels is gesitueerd, wist ze, via een Hollandse jonker, de bloembollenteelt nog binnen te smokkelen. In Eerst grijs dan wit dan blauw ruikt `het hele dorp', tijdens de bollentijd, `naar een kast met linnengoed en zeep' en in de roman Zee-Binnen laat ze een gevaarlijke verkeersweg temidden van een kilometerslange `hyacintengeometrie' de loop van het verhaal bepalen.

Bloembolpannenkoek

Margriet de Moor: ,,Bloembollen heb ik als kind gegeten, dus mag ik erover schrijven?' Ze houdt haar frêle polsen als een soort bewijs omhoog en zegt: ,,Ik ben in 1941 geboren en ik zal de eerste jaren, vooral in de hongerwinter, niet te veel hebben gegeten. Ik meen me een mand met bloembollen te herinneren, daar werden pannenkoeken of zoiets van gemaakt, ze werden zo vermalen dat je ze op je bord niet meer herkende.

,,Toen ik begon te schrijven, verzette ik me tegen het idee dat ons landschap zou onderdoen voor bijvoorbeeld de prairies van Karl May, dat het kneuterig zou zijn. Ik vind het landschap heel belangrijk, het is de achtergrond van je verhalen en het kan er een grote invloed op hebben. Ik kom nog vaak aan de kust en in de bollenstreek. Omdat ik het zo veel heb gebruikt, kan ik het bijna niet anders meer zien dan als een literair, een fictief landschap. Het dorp Noordwijk is verpest, maar de boulevard langs het strand en dat hele gebied verderop, van villaatjes en duinen, is nog min of meer onaangetast, dat is precies het decor van Eerst grijs dan wit dan blauw.'

Ze groeide op in een gezin van zeven meisjes en drie jongens. Haar vader was hoofd van de ulo in Noordwijk en leraar Duits en Frans. ,,Een lieve, zachtmoedige, fatsoenlijke man. Dat zeg ik nu, want zo denk je als je jong bent niet over je vader. Mijn moeder is, nadat ze haar tiende kind had gekregen, ook weer als lerares op die school beland, ze gaf geschiedenis en Nederlands. Ik heb bij hen allebei in de klas gezeten. Nee, dat is nooit een probleem geweest, ik ging graag naar school. Ik denk altijd met plezier aan mijn jeugd. Het huwelijk van mijn ouders was een echt liefdeshuwelijk. We werden gedisciplineerd opgevoed, schreeuwen en je enorm laten gaan was niet de bedoeling. We moesten vroeg naar bed, dus ik had elke dag uren de tijd om te lezen. Dat heb ik mijn hele jeugd obsessief gedaan.'

Na de ulo ging ze in Leiden, `bij de paters' naar de hbs en vervolgens naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag waar ze piano en zang studeerde. ,,Daar kwam ik in één klap in de kunstwereld terecht. Het was een vuurzee van bevlogenheid, van verhitte discussies over nieuwe muziek en theater en boeken. Muziek is de meest gedisciplineerde van alle kunsten. Al die muziektheoretische vakken waren gericht op doen. Die strenge opleiding en het vele lezen maakten dat, toen ik later ging schrijven, ik me daar volledig in thuis voelde.'

Ze werd zangeres van 20ste-eeuws avant garde-repertoire, maar ze voelde zich steeds minder op haar plaats op het podium: ,,Ik kreeg een afkeer van de directe confrontatie met het publiek, het duizendkoppige monster, zoals ik het voelde. Ik stelde me voor hoe prettig het is om schilder te zijn en in het isolement van een atelier te maken waarvoor je leeft. Ik ben dus geen podiumkunstenaar, maar sinds ik schrijf, moet ik toch weer optreden in zaaltjes met publiek. Het is iets geks dat bij de literatuur is gaan horen, componisten of schilders hoeven dat niet. Ik zou me er het liefst helemaal aan onttrekken. Niet omdat ik er bang voor ben, maar omdat ik er geen affiniteit mee heb. Als schrijver heb je een obsessieve verhouding met het boek waaraan je werkt. Zodra het klaar is, wil je het niet meer openslaan, dan is het van de lezer en dan moet de schrijver de lezer niet meer voor de voeten lopen.'

Ze stopte met zingen toen ze getrouwd was met Heppe de Moor. Hij maakte grote, monumentale sculpturen voor de openbare ruimte. Op een antiek buffet in haar woonkamer staat een ontwerp voor een sculptuur bij een muziekschool, een abstracte, ritmische compositie van zwarte lijnen die aan snaren doen denken en van bruine, gebogen vormen. Ze vertelt dat het leven met een beeldend kunstenaar `meeslepend' was, dat er genoeg gebeurde om geboeid te zijn, dat ze twee dochters kreeg en zeker tien jaar lang opging in haar gezin. `Uit onrust' ging ze, toen haar dochters een jaar of twaalf waren, in Amsterdam kunstgeschiedenis en archeologie studeren. Doordat ze geen Grieks en Latijn had gedaan kon ze na haar kandidaats niet doorgaan in archeologie. Als dat wel had gekund, dan had ze geen opgravingen willen doen, maar zou ze `de een of andere diepe studie over een Griekse vaas hebben geschreven': ,,Zo'n rood-figurige vaas helemaal doorgronden. Ik was gefascineerd door het Hellenisme, de cultuur waaruit wij voortkomen. Dat boek over die vaas zal ik nooit schrijven. Wel een boek over een dergelijk onderwerp, maar dat zal dan fictie zijn, geen studie.'

Subsidie

In de jaren tachtig organiseerde haar man in zijn atelier in 's Graveland bijeenkomsten met publiek, waar kunstenaars als Peter Struycken, Carel Visser, Fortuyn/O'Brien, en Niek Kemps optraden. Voor die bijeenkomsten maakte ze videofilms waarin ze elke keer één kunstenaar met zijn werk portretteerde. Ze noemt het haar `eerste creatieve daad' en ze zou er zeker mee doorgegaan zijn als de kleine subsidie die ze ervoor kreeg – 800 gulden per film – niet was stopgezet door de toenmalige minister van Cultuur Brinkman, die nu eenmaal meer in `topkunst' was geïnteresseerd.

Meteen nadat de filmsubsidie in 1987 was ingetrokken, begon ze te schrijven.

,,Raar hè', zegt ze. ,,En zonder dat ik ben gaan peinzen wat ik nu met mijn leven moest. Het was maandagochtend tien uur en ik heb me genesteld in een lege kamer met een stapel A4'tjes en met de opdracht om een verhaal van tien pagina's te schrijven. Ik dacht: daar neem ik een week voor. En dat lukte. Ik ondervond dat de inspiratie pas tijdens het werken komt. Het is onzin om te zeggen: ik ga aan het werk omdat ik inspiratie krijg. Je zult eerst bezig moeten zijn.'

Het eerste verhaal, Een dag van zonnegloren, verscheen in 1988 in haar debuut, Op de rug gezien. Ze kreeg meteen lovende kritieken en nadat ze in 1992 de AKO literatuurprijs had gewonnen voor haar roman Eerst grijs dan wit dan blauw, was ze voor Nederlandse begrippen een bestsellerschrijver geworden. Ze is nu nog verbaasd over het snelle succes: ,,1992 was een onwerkelijk jaar. Toen ik de AKO-prijs won, had ik net mijn man verloren. Beeldhouwers hebben een ongezond beroep, ze werken met gevaarlijke stoffen, waar ze zich meestal niet genoeg tegen beschermen. Dat is hem fataal geworden. Ineens was er toen al die AKO-publiciteit middenin mijn dramatische privé-omstandigheden. Ik had die snelle carrière nooit gepland en die dendert dan je leven binnen. Ik weet nog dat ik ook echt verbijsterd was door de positieve kritieken op mijn eerste verhalenbundel die in alle kranten werd gerecenseerd. Denk eens aan de talloze exposities die nooit de krant halen. Daaraan kun je zien dat schrijvers het makkelijker hebben dan beeldende kunstenaars. Het succes van een schrijver wordt ook meer bepaald door het publiek, een roman is nu eenmaal betaalbaarder dan een kunstwerk.'

Ze zegt dat de kritieken op haar werk haar nooit erg hebben geraakt. ,,Ik lees ze meestal maar vluchtig. Het heeft te maken met mijn huiver voor de directe confrontatie met het publiek. Ik wil niet meer het idee hebben dat ik op een podium sta, ik wil juist koste wat kost het gevoel bewaren dat ik onafhankelijk ben, dat ik me alleen in mijn schrijfkamer bevind met mijn boek. Mijn werk is in veel talen vertaald en over bepaalde romans, zoals Hertog van Egypte, die hier minder positief werden besproken, waren de critici in andere landen juist weer enthousiast. Dat maakt hun oordeel betrekkelijker en daardoor ben ik er niet zo van onder de indruk.'

Kort na het verschijnen van haar eerste boek zei ze in een interview dat ze niets meer wilde doen in haar leven dat niet bruikbaar was voor een verhaal. Het blijkt nog steeds te gelden: ,,Ik vind het bijvoorbeeld vervelend om zomaar drie weken met vakantie te gaan, dan word ik onrustig. Omdat ik zo laat begonnen ben met schrijven en mijn schrijversleven dus maar kort is, heb ik de neiging me te concentreren op ervaringen die me kunnen inspireren. Maar meestal zijn dat ook de ervaringen die mijn interesse hebben. De aanleiding voor Kreutzersonate is daar een goede illustratie van. Het Concertgebouw vroeg me een avond samen te stellen in een serie over het verband tussen literatuur en muziek. Mijn thema was `de verliefde meester'. Ik koos twee muziekstukken die ontstonden in een periode waarin de componist verliefd was: een strijkkwartet van Alban Berg en een van Léos Janácek. Als je je zo stellig hebt voorgenomen dat alles wat je in het leven ervaart voortaan in je werk terechtkomt, dan zal alles wat je doet zich ook op de een of andere manier naar dat literaire werk schikken. Toen ik me in het werk van Janácek verdiepte, ontdekte ik dat hij de Kreutzersonate had gecomponeerd. Dat bracht me onmiddellijk op het idee voor mijn verhaal.'

Jaloezie

Janáceks Kreutzersonate uit 1923 is geïnspireerd door de gelijknamige novelle van Tolstoj uit 1889 die weer genoemd is naar de Kreutzersonate van Beethoven. In Tolstojs novelle vertelt een man tijdens een treinreis aan een medepassagier hoe hij, verteerd door jaloezie, ertoe kwam zijn vrouw te vermoorden. Het verhaal is een lange, zwartgallige tirade over het huwelijk en de seksuele moraal uit die dagen, over de `verschrikkelijke werking' die van muziek kan uitgaan en vooral over de destructieve kracht van de jaloezie.

Net als De Kreutzersonate van Tolstoj is ook De Moors roman doortrokken van muziek, erotiek en jaloezie. Maar het verhaal dat zij vertelt is complexer, de structuur van de roman ingenieuzer en ondanks alle gruwelijke gebeurtenissen is de stemming minder naargeestig en defaitistisch.

Hoewel ze in haar roman nauwkeurig beschrijft hoe de oplopende emoties uit Tolstojs novelle hun weerklank vinden in Janáceks strijkkwartet en ze het strijkkwartet in die passage als het ware terugvertaalt naar de novelle, is haar eigen roman geen literaire `vertaling' van Janáceks muziek: ,,Dat zou geen goed idee zijn, een muzikale structuur kun je niet overbrengen in een literair werk want ze hebben beide hun eigen hebbelijkheden en die moet je uitbuiten. In de sonate van Janácek kun je het verhaal van Tolstoj wel terugvinden, maar toen Janácek dit muziekstuk componeerde, was hij gebiologeerd door een jonge vrouw en die stemming heeft bij hem ook meegespeeld. Daarmee kom je op een moeilijk terrein: hoe beïnvloedt het persoonlijk leven een compositie of een ander kunstwerk? Toen Mozarts moeder op sterven lag, was hij bezig aan een heel vrolijke pianosonate. De weg waarlangs een kunstzinnige schepping gaat is volkomen onnavolgbaar.'

Een van de critici schreef dat de lezer van haar roman zichzelf tekort doet als hij niet ook de sonate van Janácek beluistert. Met die opvatting is ze het niet eens: ,,Wie niet weet dat Janácek door Tolstoj werd geïnspireerd hoort toch een magnifiek muziekstuk. Zo moet mijn roman zonder de muziek kunnen bestaan en zonder Tolstoj. Ik heb bewust afstand genomen van Tolstoj om niet bezwangerd met zijn werk aan de slag te gaan. Er zijn wel een paar gegevens in zijn novelle die ik niet heb genegeerd: het verhaal wordt tijdens een reis verteld, er wordt een visie gegeven op het huwelijk en de seksualiteit en het gaat over de invloed van de muziek op menselijke emoties. Die motieven heb ik opgepakt. Tolstoj loopt dus wel ergens in de buurt rond, maar ik probeer hem niet te becommentariëren en zeker niet te overtreffen. Kunst is geen sport, in de kunst gaat het om varianten en een andere uitwerking van bekende motieven.'

In haar vorige roman, Zee-Binnen (1999), die eindigde met de zin: `O doe voorzichtig', is op de eerste bladzijde al sprake van een dodelijk verkeersongeluk. In het begin van Kreutzersonate zorgt een vliegtuigcrash voor lange vertragingen waardoor de blinde muziekcriticus Marius van Vlooten op het vliegveld aan de praat raakt met een musicoloog die dezelfde reisbestemming heeft. In de laatste alinea's wordt het vliegtuigongeluk beschreven dat in 1996 plaatsvond voor de kust van Long Island. Het ongeluk, waarvan de oorzaak –een technisch mankement of terrorisme – nooit is opgehelderd, zorgt in de roman niet alleen voor een fatale, maar ook voor een totaal onverwachte, goede afloop van het verhaal.

Margriet de Moor legt uit dat de twee romans met elkaar verbonden zijn: ,,Het ongeluk dat in Zee-Binnen niet plaatsvindt gebeurt in Kreutzersonate wel. In beide boeken zit iets kwaadaardigs, een ondertoon van gevaar. De personen zijn argeloos en worden gemanipuleerd door krachten om hen heen. Kreutzersonate is eigenlijk het derde boek van een drieluik, Zee-Binnen het tweede. Het eerste, dat ook weer die grondtoon van gevaar heeft, zal pas over een paar jaar verschijnen. De verhalen van die drie boeken zijn verschillend, maar behalve het thema – gevaar – zijn er ook overeenkomsten door de manier van schrijven. Deze romans hebben alle drie een duidelijk door het thema bepaalde compositie, ze zijn streng van vorm en structuur. En het zijn transparante boeken, de stijl is voor mijn doen direct en concreet.'

Aanslagen

Ze vertelt dat de drukproeven van Kreutzersonate, zoals ze later tot haar verbijstering ontdekte, dateren van 11 september om drie uur 's middags, het tijdstip van de aanslagen in de Verenigde Staten. Het schokte haar vooral omdat het gevaar in dit boek verbeeld wordt door vliegtuigen. De tragische huwelijksgeschiedenis van Van Vlooten en de violiste Suzanna Flier wordt verteld tijdens vertragingen veroorzaakt door een vliegramp. ,,Die actualiteit heb ik er nooit in willen stoppen. Daaraan zie je dat de klassieke thema's van de kunst altijd geldig blijven, ook in het echte leven.'

Ze geeft toe dat ze geneigd is tot bijgeloof, maar het tijdstip waarop de drukproef uitkwam is niet de reden dat ze nog steeds `geobsedeerd is' door de aanslagen van 11 september: ,,Die obsessie komt voort uit pessimisme over hoe alles toch al was en dan gebeurt er dit. De fictieve veiligheid die we voelden zal voorlopig wel niet meer terugkomen. Het is overigens de vraag of dat zo ongunstig is – misschien leidt het tot een beetje bezinning op onze waarden, tot wat meer trots.'

Ze begint over de oorlog in Bosnië. Ook toen was ze geobsedeerd door wat daar gebeurde en las ze alle krantenstukken over het verloop van de oorlog. In die tijd werd in Nederland een morele oproep gedaan aan intellectuelen om stelling te nemen tegenover die oorlog en de etnische zuiveringen op de Balkan. ,,Ik had het daar moeilijk mee. Ik vind het politieke engagement van de schrijver een complex onderwerp. Zoals componisten of schilders er nooit mee te maken hebben, zo is het ook iets van buiten de schrijftafel. Er zijn maar weinig schrijvers van wie ik vind dat ze de kwaliteiten hebben om hun opinie te geven over grote actuele kwesties. Rushdie kan met gezag over de islam praten, Günther Grass over de hereniging van Duitsland, en Robert Musil kon dat bijvoorbeeld over de Eerste Wereldoorlog. Maar Musil begon pas in 1924 aan dat boek, Der Mann ohne Eigenschaften. Over het algemeen zijn de grote romans geschreven nadat de politieke gebeurtenissen hadden plaatsgevonden, in een terugblik. Dat is ook goed, want dan hebben die romans een durende geldigheid. Wat schrijvers ten tijde van zulke gebeurtenissen te melden hebben vind ik vaak niet belangwekkend. De expressie van een schrijver is het schrijven van een boek en niet het becommentariëren van de actualiteit.

,,Toen die oorlog in Bosnië speelde en hier al die discussies woedden, ontmoette ik toevallig een Sinti. Ik besefte meteen dat al die vraagstukken van etnische minderheden, vluchtelingen en het onzichtbaar maken van groepen ongewenste vreemdelingen al eeuwenlang binnen onze eigen grenzen bestaan. Doordat ik die Sinti ontmoette raakte ik betrokken bij het lot van de zigeuners, die hier altijd in kampen zijn gestopt, achter slagbomen, en weggehouden uit het maatschappelijk leven. De woonwagenwet uit 1968 heeft ze finaal de das omgedaan en ze in hun beweging beperkt. Ik heb me twee jaar lang in hun situatie verdiept, er zijn niet veel zigeunerkampen in Nederland waar ik niet geweest ben. In de roman Hertog van Egypte heb ik geprobeerd litererair vorm te geven aan mijn betrokkenheid. Het is mijn enige werkelijk geëngageerde boek. Het is niet moralistisch, wel partijdig. De stem van de roman is die van de Sinti en de Roma. Anders dan wij gadje, burgermensen, zijn zij gewend om te vertellen, ze hebben een orale cultuur. Als je met hen praat over hun geschiedenis, dan zijn hun verhalen altijd tragisch, maar ze vertellen ze heel feitelijk en monter. Hun manier van vertellen, zoals ik die twee jaar lang heb beluisterd, is de stijl van het boek geworden. De structuur is niet strak in de hand gehouden maar juist heel rapsodisch: het ene verhaal roept het andere op en gaat zijn eigen weg.'

Melancholisch

Tien jaar geleden merkte ze op dat haar `hoofdpersonen allemaal een optimistische levenshouding uitstralen'. Nu zou ze dat niet meer zeggen: ,,Nee.Het zijn vaak melancholische personen, maar geen misantropen. Ze zijn argeloos en hebben een misplaatst vertrouwen in de omstandigheden die zich niets van hen aantrekken en onafwendbaar hun eigen gang gaan.'

Ik citeer een passage uit Kreutzersonate waarin de muziekcriticus oppert dat `persoonlijk geluk' een karaktertrek is en `geen omstandigheid van buitenaf'. ,,Ja, dat is ook mijn opinie. Je ziet vaak mensen met dramatische levens die toch ongebroken zijn en naar anderen een ruim hart uitdragen. Mensen die het vermogen hebben om onverstoorbaar gelukkig te zijn. Als je dat vergelijkt met mensen die nooit drama's hoefden te verwerken en die maar klagen en klagen. Nee, ik klaag niet graag. Als ik ellende onder woorden breng, praat ik het niet van me af, maar naar me toe. Hulpverleners roepen altijd dat trauma's alleen verwerkt kunnen worden door erover te praten en ze opnieuw te beleven. Dat is voor mij geheimtaal, daar snap ik niks van. Ik denk juist: verdring maar, laat rusten waar het is. In mijn romans hebben veel personages een klapje van die molen.'

In Hertog van Egypte staat de zinsnede: ,,Elk mens heeft zijn redenen voor onverklaarbaar gedrag.' Verschillende personages uit haar romans maken zich los van hun wereld zonder dat daar een duidelijke verklaring voor is en vaak lijken ze ook zelf niet te weten waarom ze dat doen. Margriet de Moor reageert heftig: ,,Ik kom nogal wat mensen tegen die dingen doen zonder dat er een doordachte motivatie voor is. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste handelingen van mensen helemaal niet rationeel zijn. Psychologische verklaringen gaan vaak maar ten dele op en die verklaringen interesseren me ook niet, ze zijn meestal te simpel. Als ik de grote stappen van mijn eigen leven naga – die zijn op volkomen irrationele gronden genomen. Om muziek te gaan studeren, of de nergens op gebaseerde move om te gaan schrijven. Waarom trouw je met de man met wie je trouwt? Waarom wordt Carlotta in De Virtuoos verliefd op een castraatzanger? Misschien wel omdat ze hem als jong meisje zo'n leuk misdienaartje vond. Het ligt mij niet overal de verklaring voor op te sporen, de dingen gebeuren en dat is genoeg.'

Ze vertelt dat ze haar romans en verhalen opzet als een muziekstuk, met voorgeschreven stemmingen voor de diverse delen: ,,Als de stemming voor een bepaald deel weemoedig is, dan zal alles, tot en met het landschap, de achtergrond, daar in principe aan meedoen. De structuur van een boek heb ik altijd snel in gedachten, die wordt gedicteerd door het thema. Voordat ik aan een boek begin, noteer ik de belangrijkste feiten die ik wil onderbrengen op een papiertje en die vertakken zich dan later in fijnere geledingen. Tijdens het schrijven ben ik me erg bewust van de spanningsbogen, de vertragingen en versnellingen in een verhaal. Wat dat betreft denk ik nog als een zangeres. Critici vinden weleens dat ik grillig omspring met de chronologie en met het perspectief waaruit een verhaal verteld wordt. Ik ben het daar niet mee eens, want die worden bepaald door de feiten. Ik snap ook niet waarom men zo veel waarde hecht aan een duidelijke chronologie. De vertelkunst komt uit het geheugen en het geheugen werkt niet chronologisch, maar associatief.

,,Wat ik in elk verhaal probeer is de gebeurtenissen te laten plaatsvinden en ze niet alleen maar te beschrijven. Ik laat een personage liever boos of kwaadaardig zijn dan te vermelden dat hij dat is. Misschien komt dat door de videofilms die ik gemaakt heb, ik denk in beelden, in scènes.'

Tot nu toe werd van al haar romans en verhalen alleen de novelle Verkozen landschap uit de bundel Dubbelportret (1989) verfilmd. Ik zeg dat haar werk zich waarschijnlijk moeilijk leent voor verfilming, alleen al door de verschuivingen in het vertelperspectief en het heen en weer springen in de tijd. Ze kijkt me onbegrijpend aan: ,,Ik denk dat mijn boeken juist makkelijk te verfilmen zijn. Bij Kreutzersonate zie ik het helemaal voor me en ook bij mijn vorige roman Zee-Binnen. In dat boek speel ik met een oud literair motief.Alles wijst erop dat een man en een vrouw elkaar zullen ontmoeten. Gebeurt die ontmoeting niet, dan blijft het een obsessie. Gebeurt het wel, dan wordt het een desillusie. Ik laat die ontmoeting plaatsvinden en literair ben je dan eigenlijk uitgepraat. Maar het verhaal omzeilt dat door zich te richten op de tragische familiegeschiedenis van de vrouw, haar achtergrond, haar broer die omkwam op die gevaarlijke weg tussen de bollenvelden. Wat dat boek wil, zou je in een film goed kunnen doordouwen. Ik zou die film graag zelf willen maken. Maar dat moet dan in een ander leven.'

De schrijver moet de lezer niet voor de voeten lopen

Waarom verklaringen – de dingen gebeuren en dat is genoeg

    • Lien Heyting