`Herkomst oorlogskunst vermelden'

Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) vindt dat musea duidelijk moeten vermelden welke kunstwerken als gevolg van de Tweede Wereldoorlog terechtkwamen in het Nederlands openbaar kunstbezit.

Dit zei hij gisteren tijdens het overleg met de vaste commissie voor OCenW van de Tweede Kamer over het voorstel van het kabinet om een royaler beleid te voeren bij de teruggave van oorlogskunst. Van der Ploeg kondigde ook aan dat de commissie Ekkart volgend jaar advies zal uitbrengen over de vraag of musea wel kunstwerken moeten tonen waarvan de eigendom nog wordt betwist. Verder zal de commissie adviseren over de bestemming van kunstwerken die afkomstig zijn uit geroofd joods bezit dat na de oorlog niet werd teruggevraagd omdat de eigenaren om het leven waren gekomen.

Het besluit van de regering om kunstclaims niet meer juridisch te benaderen, maar volgens ruimhartiger normen, wordt door alle Kamerfracties gesteund. Tijdens het overleg regende het gisteren loftuitingen voor het nieuwe teruggavebeleid, al gaat dit sommige Kamerleden nog niet ver genoeg. Vragen en kritische kanttekeningen waren er eenstemmig op gericht het regeringsbeleid zo mogelijk nog ietsje op te rekken om claims op oorlogskunst coulanter af te handelen en sneller te honoreren.

Het regeringsbeleid is gebaseerd op een reeks aanbevelingen van de commissie Ekkart. Die aanbevelingen werden op één na overgenomen. Joden die in de oorlog onder dwang kunst verkochten aan de Duitsers konden die na de oorlog terugkopen van de Nederlandse staat. De commissie bepleitte om mensen die van zo'n terugkoop afzagen daar nu opnieuw de gelegenheid toe te bieden. Maar de regering wil het naoorlogs rechtsherstel niet overdoen. Alleen als destijds `apert onzorgvuldig' met een claim is omgesprongen, kan de nu ingestelde restitutiecommissie die het ministerie van OCenW over kunstclaims zal adviseren dat bij haar oordeel laten meewegen.

B. Dittrich (D66) en C. Hermann (GroenLinks) vinden dat de regering zich op dit punt te voorzichtig opstelt. Volgens Van der Ploeg is het aan de nieuwe commissie om per geval duidelijkheid te scheppen en een jurisprudentie te ontwikkelen.

Dittrich en G. Valk (PvdA) deden de suggestie om kunstwerken waarbij de claim onomstreden is alvast `voorlopig' terug te geven in afwachting van een uitspraak van de commissie. Van der Ploeg sloot die mogelijkheid niet uit, maar wil ook dit aan de commissie overlaten.

De restitutiecommissie zal niet alleen adviseren over claims op kunst uit rijksbezit, maar kan dat ook doen bij geschillen over oorlogskunst tussen particulieren onderling of tussen particulieren en bijvoorbeeld musea, mits beide partijen om zo'n advies verzoeken. Dittrich, Valk en Hermann vroegen zich af waarom het niet genoeg is als alleen degene die een kunstwerk opeist zo'n advies wil. Van der Ploeg bracht hiertegen in dat een advies slechts zin heeft wanneer beide partijen bereid zijn daarvan de consequenties te aanvaarden. Maar omdat hij hier `nog niet over uitgedacht' is, zal hij begin volgend jaar schriftelijk terugkomen op deze kwestie.

De regering heeft tot nu toe vijf verzoeken tot teruggave van kunst uit rijksbezit aangehouden ter behandeling door de restitutiecommissie. Van der Ploeg verwacht dat daar de komende vijf jaar nog dertig tot vijftig claims bijkomen.