Grotestadspoëzie

Jong zijn in Rotterdam. Het klinkt als een braaf onderwerp, maar fotograaf Carel van Hees liet het swingen. Zijn boek Play, met cd, is een uitnodiging om associaties de vrije loop te laten.

Kijk, hier gaat het om: ,,Een bandje in een kroeg in Rotterdam. Ze maakten van die grungemuziek, gasten van zestien jaar met van die hele dunne armpjes en lange zwarte T-shirts. Twee gitaren en een drummer, en ze speelden de sterren van de hemel, keihard, echt snoei-, snoeihard, maar wel met liefde, er zat een lijn in, daar was over nagedacht. Nou, ze stonden een uur onverstoorbaar te spelen, daarna gingen ze heel heftig grote pilsen staan te drinken aan de bar, roken, vrienden omhelzen, toen hup, weer een uur spelen, en vervolgens gingen ze het nachtleven in. Jaloersmákend, die energie!''

Fotograaf Carel van Hees (47), geboren en getogen Rotterdammer, werkte drie jaar aan een project over jong zijn in Rotterdam, in een multiculturele samenleving, aan het eind van de twintigste eeuw. Het resultaat, Play, is echter niet het brave fotojournalistieke document dat je op grond van die omschrijving zou kunnen verwachten. ,,Ik heb geprobeerd dat vast te leggen waar het om draait in het leven, wat van alle tijden is en alle generaties: onmacht, kracht, plezier, gelatenheid, energie, aggressie, liefde'', vertelt Van Hees in een Amsterdams café. Maar bovenal heeft hij de energie van het jong zijn proberen te vangen, ,,die jaloersmakende, ongekanaliseerde energie die alle kanten opspat, die maar doorgaat.'' Die energie werkte aanstekelijk. Inmiddels is het project van Play, het fotoboek met bijbehorende Play cd, uitgedijd naar Play, de website, Play, de film, Play, het radioprogramma, Play, de workshops en Play, de tentoonstelling in Las Palmas, die vanavond wordt geopend.

De laatste persoon aan wie je denkt bij een dergelijk hip Rotterdams project over jongeren is wel de jaren zestig-icoon Bob Dylan. Toch is zijn `Forever Young' de enige tekst in het hele boek, naast het colofon. Van Hees legt uit: ,,Wat Dylan zegt in die tekst, dat heb ik geprobeerd te fotograferen: de poëzie van het jong zijn. Niet op een journalistieke manier, of op een antropologische manier, maar puur associatief.''

Die associaties worden deels opgeroepen door de totale afwezigheid van tekst bij de foto's (die paginavullend en zonder marges zijn afgedrukt), maar meer nog door een spannende montage, die onverwachte beelden naast elkaar zet. Soms wordt de keuze bepaald door beeldrijm, soms is er een chronologische serie, soms worden twee vergelijkbare gebeurtenissen uit verschillende culturen naast elkaar gezet, maar vaker nog worden er twee foto's gecombineerd, gewoon omdat het swingt, of een lekker gevoel geeft, aldus Van Hees. ,,Ik heb er niet altijd een verklaring voor. Maar wat ik hoop dat er gebeurt, is dat er in je hoofd een soort derde laag ontstaat, een tussenbeeld waardoor het meer wordt dan alleen die twee afzonderlijke foto's.'' Meestal gaat het om twee pagina's naast elkaar, maar het boek bevat ook een aantal uitklappers, een soort dubbele centerfolds, waarbij de foto's op verschillende manieren te combineren zijn. Steeds is gestreefd naar incongruentie, botsende, elkaar versterkende beelden, `een radicale montage', zoals mede-samensteller Bas Vroege het noemt.

Narcis

Hoe dat werkt is goed te zien aan de eerste uitklapper van het boek. Links een close-up van een narcis op een stukje braakliggend land, met op de achtergrond een hoog gebouw. Rechts een klassefoto met bijna alleen maar allochtone leerlingen, uitgedost in toga's, diploma in de hand: `class of '98'. Wanneer je deze pagina's openvouwt, zie je, van links naar rechts, twee kleine blonde jongetjes in identieke voetbalshirtjes met Holland erop, in de duinen op een zonnige dag; dan een heel chic aangekleed creools stel, blijkbaar op weg naar een feest; daarnaast een half gesloopt pand met op de binnenmuur de graffiti-tekst `so this is home'; en uiteindelijk een dromerig jongenshoofd, ogen gesloten, gehuld in een soort eskimo-capuchon. Narcis, veelkleurige klas, duinen, `home': ja, dit is Nederland, denk je onwillekeurig. Daarmee is deze associatieve reeks wel meteen de meest dwingende en voor de hand liggende uit het boek, ondanks de mysterieuze, vervreemdende elementen de op z'n Amerikaans uitgedoste eindexamenklas, het eskimojongetje. Het is bijna alsof Van Hees aan het begin van zijn boek even wilde laten zien: kijk, zo moet het dus. Maar veruit de meeste combinaties zijn grilliger; niet direct rationeel te duiden.

Zeker zo belangrijk voor de poëtische zeggingskracht is de cd die bij het boek hoort. Onderaan een aantal pagina's van het boek staan nummers die verwijzen naar een van de 39 tracks met interviewfragmenten en instrumentale muziek. Twee Rotterdamse componisten, Mike Redman en Budy Mokoginta, maakten bij het boek een muziekthema, dat door geluidskunstenaar Leo Anemaet weer werd gemonteerd onder interviews van Ingrid Smits, en gemixt met stadsgeluiden, zoals regen of heipalen. In ongeveer de helft van de gevallen is degene die je op de foto ziet ook daadwerkelijk aan het woord, bij de ander nummers is het verband – alweer – associatief. Van Hees: ,,Je moet het gevoel krijgen dat je echt in die stad zit, en er iets gebeurt.''

Wie op de juiste momenten de nummers van de cd afspeelt merkt inderdaad dat het geluid, instrumentaal of niet, het bladerritme gaat bepalen. Sommige, op het eerste gezicht niet heel opzienbarende foto's worden plotseling fascinerend door het bijbehorende verhaal. Geweldig is zowel de foto als het verhaal van het Turkse boksertje Charif Ghelali. Je hoort hem eerst trainen op de sportschool, dan vertellen over zijn boksambities hij wil graag verder in de sport. Maar tegelijkertijd maakt hij zich ook zorgen over zijn te dikke buik: als hij over straat loopt, kijken alle meisjes naar zijn slankere broer. De track eindigt weer met sportschoolgeluiden, nu gemixt met filmmuziek uit Rocky. Mooi ook is het typische grotestads-mengelmoestaaltje dat hier en daar opduikt, zoals het Marokkaans-Nederlands van een stel meisjes: ,, . . . . . . . strippenkaart. . . . . . Bas van der Heijden . . . . . . . . . . Koopgoot . . . . . . .'' En een jongetje op een saai grijzig pleintje, met z'n T-shirt over zijn hoofd getrokken, wordt door een hiphopnummer omgetoverd in een extatische voetbalheld.

Stoer

Play is dus een duidelijke uitnodiging om je associaties de vrije loop te laten, zelf te spelen met beeld en geluid. Maar daarnaast is play ook wat er vaak te zien is in de foto's, vertelt Van Hees, niet alleen als ontspanning, maar spel als porum, de stoere façade die jongeren zich aanmeten. Vooral macho-poses lijken populair. Soms is het spel, soms, zoals bij een in silhouet geportretteerde gang, pure realiteit.

Een rapper op het podium, op zijn T-shirt het woord bitch met daaronder een plaatje van een man die een pistool tegen het hoofd van een vrouw houdt. Stoer, maar weer niet zo stoer als het in een gouden glitterpakje gestoken dansende meisje op een house-party, een vuist gebald, sigarettenrook blazend uit een getuite zoenmond. Ernaast een foto van de haven: zwerfvuil, rommelige stapels bakstenen, op de achtergrond wat boten en een muurtje met daarop graffiti – een tekening van een pistool, `Outlaw', `9 mm freedom'. Geen track bij deze combinatie, maar in je hoofd klinkt de harde techno die te horen was bij een eerdere foto van hetzelfde meisje, of misschien de trompetsolo van Eric Vloeimans bij een andere mistige foto van de haven. De grauwe lelijkheid van de haven wordt zo opeens opwindend, getransformeerd door de uitstraling van het dansende meisje ernaast. En juist op dit soort rafelplekken staan de oude loodsen waar altijd de beste feesten waren, herinner je je dan opeens.

Zonder die foto's van verwilderde stukken stad, van een lege winkelstraat in de stromende regen, gruizig beton vol graffiti, een mistroostig uitzicht vanuit een havencafé, zomaar een plein, en niet te vergeten, hijskranen en veel hoge gebouwen, waren de foto's waarop ménsen te zien zijn een stuk minder spannend geweest. Grotestads-poëzie in optima forma, zonder dat het ooit mooiïg wordt. Het is een lyrische, impressionistische vorm van fotograferen, met één been in de traditie van straatfotografen als Ed van der Elsken. Die indruk wordt nog versterkt door Van Hees' klassieke aanpak: zwart-wit, kleinbeeld, hard afgedrukt. ,,Kleur zou voor heel veel ruis zorgen'', zegt Van Hees.

Sommige foto's zijn letterlijk in het voorbijgaan gemaakt, maar er zitten ook mensen tussen die Van Hees langere tijd volgde, en waar hij een vertrouwensrelatie mee opbouwde. Zo keren dezelfde personen steeds terug: een groepje corpsballen, twee kleine jongetjes, een chinese skater en zijn opa. Je gaat er vanzelf van zitten bladeren om te kijken welke foto's bij elkaar horen, en wat voor verhaal ze vertellen, geholpen of misschien juist op het verkeerde been gezet door de summiere informatie van de cd.

,,Ik weet nu al'', zegt Van Hees erover, ,,dat er een heleboel mensen zijn die het een gemiste kans vinden om niet bij elke foto te vermelden waar hij gemaakt is, wanneer, en wie erop staat. Maar volgens mij is het genoeg om te weten wat het thema is van het boek, en verder dat het zich in de stad afspeelt. Ik wíl niet uitleggen wie het allemaal zijn, en dat doet er ook niet toe. De beelden zijn autonoom. Vaak zie je in foto-onderschriften nog eens dunnetjes opgeschreven wat al heel mooi te zien is. Bovendien, ga je ook zelf verhalen verzinnen als er uitleg bij de foto's staat? Het associatieve element van het boek is juist een leuk avontuur. Dat is ook het mooie van literatuur, een goed schilderij, films – ze zetten je fantasie aan het werk, nemen je mee op een pad waarbij je subjectieve beleving voorop staat. Als dit boek dat een beetje doet, dan ben ik blij.''

Carel van Hees: Play. a photographic record. Paradox & Uitgeverij Voetnoot, 288 blz. ƒ100,-. Tentoonstelling: Las Palmas, Rotterdam, 24/11-30/12, ƒ5,-. Website: www.play-record.nl

    • Corine Vloet