Georkestreerd bedrog in Japans bankwezen

Bankanalist in Japan is een gevaarlijk beroep. Wie zich kritisch uitlaat over het bankwezen loopt het risico met de dood te worden bedreigd. De waarheid over de Japanse banken blijft daardoor verborgen.

Het Hibiya-park is een elegant park met een rozentuin en enkele terrasjes, midden in Tokio's regeringscentrum. Maar bij een bankanalist in Tokio roept de naam andere associaties op. ,,Verander je oordeel. Doe je dat niet, dan zal jouw lijk binnenkort in het Hibiya-park worden teruggevonden of zal een schandaal rond jouw persoon losbarsten.'' Met deze woorden werd de analist in kwestie drie jaar geleden gedwongen zijn inzichten in de problemen rond de Japanse banken te wijzigen. De spreker was geen onderwereldbaas, maar een ambtenaar van het bureau dat is belast met toezicht op de banken. ,,Deze nachtmerrie heeft me nog steeds niet losgelaten'', zegt de persoon nu.

De financiële zwakte van Japanse banken staat op gespannen voet met de officiële waarheid. Sinds het uiteenspatten van de Japanse `zeepbel' begin jaren negentig kampen de banken met een groeiende hoeveelheid zogeheten `slechte leningen', leningen die niet worden afbetaald. Jaar na jaar bezweren banken en overheid dat het probleem onder controle is, maar het tegendeel lijkt het geval.

Afgelopen week gaven twee bankanalisten van buitenlandse effectenhuizen in Tokio hun visie op de zaak ten overstaan van een groep buitenlandse journalisten, maar de antwoorden werden onbegrijpelijker naarmate de vragen dieper ingingen op problemen als: waarom gaan bedrijven niet failliet als ze hun schulden niet meer kunnen betalen? Wat is de rol van politici en de georganiseerde misdaad in het op de been houden van deze `zombie-bedrijven'?

Antwoorden op deze vragen kwamen pas na afloop van de sessie, pratend onder vier ogen zonder opnameapparatuur. Tijdens het publieke optreden zaten langs de zijwand van de zaal hoge functionarissen van grote banken. Voordat de analisten aan hun verhaal begonnen, waren zij naar de sprekers gelopen om zich voor te stellen, daarbij opmerkingen makend als: ,,Met zachte hand graag.'' Een van de analisten achteraf: ,,Ze bedoelden daarmee `spreek niet vrijuit'. Ik was geschokt dat zij hier waren en wist direct: dit wordt een nutteloze avond.''

Centraal in het debat over de toestand van Japans banken staat de verdeling van bankleningen in vier categorieën: leningen aan gezonde debiteuren, aan debiteuren die `waakzaamheid' behoeven, leningen aan bedrijven die het risico lopen failliet te gaan en ten vierde leningen aan bedrijven die feitelijk al failliet zijn. Het zijn vooral de categorieën twee en drie die vragen oproepen. Zijn er niet veel te veel bedrijven ingeschaald als categorie twee – `waakzaamheid vereist' – terwijl ze eigenlijk op de rand van een faillissement staan en dus in drie horen? Het voordeel voor banken van een te vriendelijke inschaling is dat ze minder verliesreserves hoeven aan te houden tegenover categorie twee dan tegenover drie. Het resultaat is echter ook dat het totale bankenprobleem daardoor wordt onderschat. Op dit punt komt de rol van de overheid als toezichthouder op banken én op de analisten bij effectenhuizen in het geding. Een analist spreekt vertrouwelijk over een ,,van overheidswege georkestreerd bedrog''. [Vervolg JAPANSE BANKEN: pagina 15]

JAPANSE BANKEN

Japan houdt echt kapitalisme af

[Vervolg van pagina 11] Volgens hem ,,zijn de banken insolvent als alle leningen werkelijk correct zouden worden gecategoriseerd''. Dit ,,bedrog'' is al vastgelegd in de handleiding van het Financial Supervisory Agency (FSA) dat toezicht houdt op de banken. Voor categorisering als `drie' – risico op faillissement – bestaat een groot aantal uitzonderingen en zelfs die uitzonderingen moeten, aldus de handleiding, ,,niet rechtlijnig maar met consideratie'' worden toegepast. Zo kan een bank doen wat zij wil.

,,Niemand gelooft dat de bekendmakingen over de kwaliteit van de leenportefeuilles van Japanse banken een eerlijke weergave zijn van hun werkelijke potentiële problemen.'' Zo luidt de eerste zin van een recent rapport van de hand van David Atkinson van Goldman Sachs. Over de werkelijke situatie van bedrijven op de `waakzaamheidslijst' ,,vertrouwt de markt tot op de dag van vandaag op geruchten en intuïtie'', aldus Atkinson. Hij besloot daarom de zaak van de tegenovergestelde kant te bekijken en nam niet de banken, maar de debiteuren zelf onder de loep. Atkinson en zijn team onderzochten de winstontwikkeling en schuldenlast van alle beursgenoteerde ondernemingen in Tokio over de afgelopen elf jaar om te zien of ze reëel gesproken in staat zijn hun schulden af te lossen. Een voor de hand liggend besluit, dat tot dusver niemand had genomen.

,,De resultaten waren schokkend'', aldus Atkinson in het eerste deel van een serie van tien rapporten waarin hij van juli tot en met oktober de conclusies neerlegde. Er heeft een sterke polarisatie plaats tussen zeer goede bedrijven en zeer slechte. De lijst slechte, diep in de schulden stekende bedrijven ,,leest als de lijst bedrijven die ook in andere ontwikkelde landen weggesaneerd moest worden''. Het probleem van Japan is dus niet zozeer de eenmalige instorting van de `zeepbel' tien jaar terug. Het is de weigering oude industrieën, die nu lijden onder concurrentie van opkomende landen als Zuid-Korea en China, onder te laten gaan. De problemen van de zeer slechte bedrijven zijn ,,eerder structureel dan cyclisch'', aldus Atkinson.

Atkinson kwam tot de conclusie dat het totaal aan potentiële verliezen op leningen voor alle Japanse financiële instellingen uitkomt op 70.000 miljard yen (1.400 miljard gulden), gelijk aan 10 procent van het totaal aan uitstaande leningen en aan 14 procent van het Japanse bruto nationaal product. Het zijn precies de cijfers van Atkinson die deze week terugkeerden in een rapport van de OESO, hetgeen duidelijk aangeeft hoe gebrekkig het vertrouwen in de Japanse autoriteiten is.

Wat Japan op het ogenblik overkomt is dat ,,de krachten van kapitalisme de fundamenten hebben ondergraven van een bedrijfsstructuur die gebaseerd is op overheidscontrole'', stelt Atkinson, die een spreekverbod heeft omdat de Japanse autoriteiten, toeval of niet, juist nu Goldman Sachs aan een onderzoek onderwerpen en Atkinson's bazen blijkbaar niet willen dat er onverhoopt een onvertogen woord in de media terechtkomt.

In zijn laatste rapport concludeerde Atkinson vorige maand dat de politiek geenszins bereid is om naar werkelijk marktkapitalisme over te stappen en dus bedrijven failliet te laten gaan. Dit is niet vreemd want op de pluche zetels in Tokio zitten nog altijd de politici die het huidige systeem hebben opgebouwd en niet van plan zijn hun gevestigde belangen op te geven. Deze belangen kennen een zeer schimmige component: de georganiseerde misdaad, ofwel yakuza. Op voorwaarde van anonimiteit zegt een bankanalist dat 20 tot 30 procent van de leningen aan de bouw en onroerend goedsector ,,onderwereld gerelateerd'' is. Dit zou neerkomen op 3 tot 5 procent van het totaal aan uitstaande leningen van banken; een bedrag van vele miljarden guldens. Waarbij moet worden aangetekend dat juist deze sectoren veel `slechte leningen' opleveren. Het eigenzinnige economische weekblad Toyo Keizai kwam afgelopen week met een anoniem rondetafelgesprek van bankspecialisten. Een functionaris van een kredietbeoordelingsbureau concludeert dat er niets van start zal gaan zolang de ,,nauwe, frauduleuze band tussen de LDP en de bankwereld niet verandert''. Aangezien er weinig uitzicht is op verlies van de regeringsmacht door deze LDP, speculeert een topman van een effectenhuis op de komst van een grote crash: ,,Pas dan komt er eindelijk een echte beleidsverandering.''

    • Hans van der Lugt