Frans gevecht rond Srebrenica

Grote onenigheid over de rol van de Franse generaal Janvier bij de val van de moslimenclave Srebrenica, vertraagde het werk van een Franse onderzoekscommissie. Maar hij is niet de enige op wie de commissie kritiek heeft.

De Franse parlementaire commissie die het drama van Srebrenica onderzocht is het, een week later dan bedoeld, gisteren alsnog eens geworden over een definitieve tekst voor het rapport. Deze wordt volgende week openbaar gemaakt.

De reden van het uitstel was onenigheid binnen de commissie over de slottekst. Twee commissieleden vreesden dat Franse hoge militairen te veel uit de wind zouden worden gehouden. Zij verwierpen daarom de eerste versie.

Eén van hen is Pierre Brana, initatiefnemer voor het onderzoek en prominent socialistisch lid van de commissie. Hij werd gesteund door mede-commissielid Marie-Hélène Aubert van de Groenen. Beiden gingen gisteren alsnog akkoord met de conclusies, omdat hun amendementen zijn aangenomen.

,,Marie-Hélène Aubert en ik vonden dat de militaire gezagsdragers te veel uit de wind werden gehouden'', zegt Brana desgevraagd. ,,In het door ons verworpen concept stond dat de legerleiding slechts opdrachten uitvoerde en dat alleen de politiek, in dit geval de Verenigde Naties en de Navo, besluiten nam en verantwoordelijk was. Dat klopt niet.''

De Bosnische enclave Srebrenica, waar Nederlandse blauwhelmen de veiligheid van de bevolking garandeerden, werd in juli 1995 door Serviërs onder de voet gelopen. In tien dagen tijds werden 7000 moslim-mannen vermoord en 30.000 personen gedeporteerd. De hoogste militair, de Franse generaal Janvier, had voor de val van de 'veilige' enclave steeds geweigerd in te gaan op de herhaalde Nederlandse verzoeken om de oprukkende Servische troepen met luchtaanvallen tot staan te brengen.

Volgens Brana had de leiding van de vredeshandhaving in voormalig Joegoslavië wel degelijk een eigen verantwoordelijkheid. ,,De leiding was handelingsbekwaam, juist omdat zij deskundig is en, anders dan de staatshoofden en de ministers van Defensie, ter plaatse aanwezig was. In de nieuwe versie staat dan ook dat het besluit van de Franse generaal Janvier om geen luchtaanvallen op de Serviërs uit te voeren ter ontzetting en bescherming van Srebrenica zonder meer fout is geweest.''

Commissie-voorzitter François Loncle bevestigde eerder deze week dat Janvier er in de slotconclusies niet goed afkomt. Zo zou hij zich verkeken hebben op de kwade bedoelingen van de Bosnisch-Servische generaal Radko Wladic. Loncle zei tegen het NOS-Journaal: ,,(Janvier) maakte een inschattingsfout van zijn gesprekspartner. Hij onderschatte de perversiteit van deze man.''

De rol van Janvier was niet de enige oorzaak van vertraging. Brana en Aubert verwierpen ook de concept-tekst vanwege de stelligheid waarmee de rapporteurs, de rechtse parlementariër René André (RPR) en de socialist François Lamy, het hardnekkige gerucht dat de Fransen de Serviërs hadden beloofd geen luchtaanvallen uit te voeren in ruil voor vrijlating van gegijzelde blauwhelmen, naar het land der fabelen verwezen. ,,Als wij daarvoor aanwijzingen hadden gehad, hadden we die zeker gepubliceerd.'', zei Loncle hierover. Maar die bewijzen waren niet gevonden.''

,,Dat klopt'', zegt Brana. ,,We hebben er geen bewijzen voor gevonden dat zo'n akkoord gesloten is, maar er zijn óók geen bewijzen dat het niet gesloten is. De waarheid is dat we niet weten of er een akkoord is geweest of niet, en er moet dus eerlijk opgeschreven worden dat we het gerucht kunnen ontkennen noch bevestigen. Dat houdt weer verband met de weigering, door de Navo, de VN en het Franse ministerie van Defensie, om ons relevante documenten ter beschikking te stellen. Ik hoop ze ooit nog onder ogen te krijgen en mocht dan blijken dat het gerucht wel degelijk op waarheid berust, dan wil ik niet verantwoordelijk zijn voor een categorische ontkenning ervan in het rapport van onze commissie.''

De schuldvraag wordt volgens Brana in het rapport niet gesteld, laat staan beantwoord. ,,Het is, gezien de complexe situatie die tot dit drama heeft geleid, niet aan de orde om de één meer schuld in de schoenen te schuiven dan de ander. Het is een opeenstapeling van fouten, verkeerde schattingen en oorzaken geweest. De Fransen hebben ernstige fouten gemaakt, net als de Britten en de Nederlanders. In Nederland zal ons rapport niet met gejuich ontvangen worden. Vergeef me het woord, maar de Nederlandse officieren hebben er een potje van gemaakt door de Serviërs geen strobreed in de weg te leggen en de Bosniërs te verbieden zich te verdedigen.''

In Nederland onderzoekt het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in opdracht van de regering het drama van Srebrenica. Presentatie van de bevindingen is bij herhaling uitgesteld. Tijdens een werkbezoek aan Parijs, onlangs, zei minister van Defensie Frank de Grave, dat de Nederlandse regering daar niet verantwoordelijk voor is, omdat het NIOD onafhankelijk is, en dat er dus geen grond is voor het vermoeden dat de politiek publicatie van het rapport verdaagt tot na de verkiezingen.

In Frankrijk zijn tussen het door zijn mede-parlementariërs fors tegengewerkte initiatief van Brana en publicatie van het rapport, volgende week, twee jaar verstreken. Brana vindt dat te lang, maar hij ziet ook voordelen. ,,Ik was ook mede-verantwoordelijk voor het parlementaire onderzoek naar de genocide in Rwanda en ik heb toen gemerkt dat het verstrijken van tijd meer kan bewerkstelligen dan een frontale confrontatie. Het was twee jaar geleden nog een schande om de rol van het Franse leger ter discussie te stellen. Dat is het in de ogen van sommigen nog steeds, maar ik neem toch een verschuiving waar, bij voorbeeld nu het rapport in kritische zin is bijgesteld. Ik behoor niet tot degenen die er van uitgaan dat je positie ondergraven wordt door een kritische blik op het eigen handelen. Integendeel, het is juist een teken van kracht.''