`Die ene Encyclopedie hielp mij door de lagere school heen'

Gerrit Komrij, wiens nieuwe roman maandag werd gepresenteerd, overleefde school dankzij een encyclopedie.

,,Al op de eerste dag dat ik dat boek had, de Encyclopedie voor iedereen, zat ik er goede sier mee te maken. In de vijfde klas van de lagere school, ik moet elf zijn geweest, wist de hoofdonderwijzer niet precies waar Astrakan lag. Ik had die ochtend de Encyclopedie gekregen, tussen de middag heb ik het snel opgezocht en toen kon ik in de klas mededelen dat Astrakan twee dingen was. Namelijk, `hoofdstad van de Kalamukken in de Wolga-delta' en `kort krullend bont, van de lammeren van het vetstaartschaap'. Ik vertelde dat achteloos, dat het een hoofdstad was en een stof; misschien dat ik ook nog de Kalamukken heb laten vallen en het vetstaartschaap. Ik maakte daar diepe indruk mee en daarna dacht ik, het is goed om een encyclopedie achter de hand te hebben.'

`Nederlands essayist, criticus en dichter van virtuose, wrang-humoristische verzen', zegt de Winkler Prins over Komrij, Gerrit Jan (1944). Wat in het lijstje ontbreekt is: romanschrijver. Deze week verscheen De klopgeest, dat speelt in het kroningsjaar 1898. ,,De hoofdfiguur is een medium die tafels kan laten dansen en spreekt met geesten uit het hiernamaals', vertelt Komrij, die even in Amsterdam is voor de presentatie van zijn nieuwe roman. ,,Dankzij de research heb ik nu zelf ook geleerd hoe ik tafels moet laten dansen.' Komrij heeft de eendelige Encyclopedie voor iedereen meegebracht, die vanaf de jaren vijftig bij vele gezinnen in de boekenkast gestaan moet hebben. De auteur is John Kooy.

Komrij: ,,Die John Kooy heeft dat in z'n eentje zitten doen. Ik heb vaak fantasieën over John Kooy gehad, hoe die dat allemaal deed, op systeemkaartjes waarschijnlijk, en hij moest toch ook uitzoeken wat er wel in kwam en wat niet.'

Hoe kan een encyclopedie zo'n invloed hebben gehad op de schrijver? ,,Het boek fascineerde me onmiddellijk toen ik het zag, en het bepaalde voorgoed wat ik van een boek dacht en wat ik van een boek moest vinden. Niet eens zozeer de inhoud van de Encyclopedie als wel de hele opzet van het boek: de typografie, de verhouding tussen illustraties en tekst, hoe het rook en eruit zag. En toevallig pikte ik ook nog wel wat mee van wat er in stond.

Veel woorden heb ik in dit boek voor het eerst gezien, vooral namen. W. Kloos bijvoorbeeld, en de eerste van het alfabet: Aafjes, B. Het boek heeft diepe indruk op me gemaakt en ik heb het jaren bij me gehouden. Later ben ik op andere encyclopedieën en woordenboeken verzot geraakt, met spreekwoorden en zegswijzen, of met beroemde hondenrassen. Een cd-rom-encyclopedie als Encarta, als die er al was geweest toen ik twaalf, tien jaar was: wat zou ik oneindig gelukkig zijn geweest. Dan hadden ze me in geen maanden achter dat scherm weggekregen.

,,Ik denk dat de Encyclopedie voor iedereen me door de lagere school heeft geholpen. Ik ging niet graag naar school, was een geboren spijbelaar. Lezen en schrijven kon ik al toen ik op school kwam, ik was een achterlijke-voorlijke leerling. Dit boek bood mij wat de school niet kon bieden: dat ik kon freewheelen in een wereldbeeld, in geordende kennis. Maar ik zag ook meteen dat kennis eigenlijk alleen maar nuttig is om in de klas en later op feestjes mee te pronken. Bluff your way door de wereld.

,,Ik wist meteen dat dit mijn ideale boek was. Het encyclopedie-idee sprak me aan, dat je denkt: daar staat alles in, uit de hele wereld. Op een zo compact mogelijke oppervlakte wordt een zo groot mogelijk scala aan dingen behandeld. Het is een boek dat je nooit uit hebt: het kan zich oneindig in alle richtingen ontwikkelen. Je kunt willekeurig door het boek bladeren, of allerlei dwarsverwijzingen volgen; bij Astrakan ga je toch opzoeken wat nou een vetstaartschaap is.

,,Op de encyclopedie lijkt de uitspraak van Mallarmé van toepassing: `De hele wereld dient om in een boek uit te monden'. Dat is ook het motto van Verwoest Arcadië. Dat boek is een soort encyclopedie van mijn jeugd. Ik had het idee dat ik mijn jeugd niet herinnerde en dat ik die daarom moest verzinnen, moest beschrijven aan de hand van kinderboeken omdat die vaak een sfeer of herinneringen oproepen. Op een gegeven moment had ik al die herinneringen aan die boeken beschreven, dat bleek dan mijn jeugd te zijn, en die zat dan weer in een boek – ik had opeens een jeugd die ik in mijn handen kon houden. Al die kinderboeken hadden ervoor gezorgd dat ik mijn jeugd kon herinneren, die ik dan weer in een boek onderbracht, en dan was de cirkel gesloten; jeugd afgelopen, boek klaar.'

Beschikt Komrij over een grote feitenkennis? ,,Ik weet wel een heleboel namen en jaartallen. Als iemand mij een naam noemt van een nauwelijks bekende filosoof of schilder, dan weet ik wel een paar feiten over die figuur. Maar sinds ik de Encyclopedie voor iedereen leerde kennen heb ik het idee: je hoeft niet veel te weten, als je maar precies weet waar het staat. Er zijn boeken waarin alles staat, als je die in de buurt hebt hoef je niet al die overtollige ballast bij je te dragen. De encyclopedie is een geheugenkamer buiten je, die je niet naar binnen hoeft te persen maar je eenvoudig ten dienste staat om nutteloze weetjes op te zoeken. Je weet trouwens nooit wanneer een nutteloos weetje een nuttig weetje wordt.

,,In Amsterdam had ik altijd de bibliotheken bij de hand, maar toen ik naar Portugal verhuisde heb ik de Brockhaus gekocht, de Winkler Prins, de Encyclopedia Brittannica en een Braziliaanse encyclopedie. Ik dacht, dan heb ik niemand meer nodig, hoef ik nooit meer terug. Het was een paar jaar voordat internet op gang kwam; nu kun je bij wijze van spreken in een openbaar toilet alle encyclopedieën van de wereld inkijken.'

Zou Komrij zelf een encyclopedisch werk willen schrijven? ,,Ik ben al twintig jaar bezig met een boek over scatologie: winden, scheten en stront in de kunst en de literatuur. Dat boek komt er alleen maar niet omdat het materiaal almaar uitdijt. Nu ben ik erachter dat ik dat het beste in een encyclopedische vorm kan gieten. Een grote strontencyclopedie, dat lijkt me meteen een alternatieve tegen-encyclopedie, die toch meer over de menselijke ziel en bekommernissen verklaart dan al die weetjes. Als je in de Encyclopedie voor iedereen bladert denk je al snel, waarom staat dit er in en waarom dat niet? Je ziet dat het een soort semi-wetenschappelijk vertoon is, een volkomen willekeurige systematiek heeft. Toch is het een betrouwbare, serieuze encyclopedie. Wat hier niet voor een moeilijke dingen instaan die niemand wil weten!'

Encyclopedie voor iedereen, door John Kooy. W. de Haan NV, 6e druk, 1954, 656 blz. Alleen antiquarisch verkrijgbaar.