Cyprus tijdbom tussen Turkije en Griekenland

Vandaag buigt het Turkse parlement zich achter gesloten deuren over de verdeling van Cyprus. De kwestie geldt als een tijdbom.

Was het een tijdelijke dip of het begin van een diepe malaise? Tijdens het meest recente bezoek van de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Cem, aan Griekenland was het even gedaan met de ongedwongen danspartijtjes en glimlachjes voor de fotocamera, die de afgelopen tijd het symbool waren geworden van de dooi tussen aartsvijanden Griekenland en Turkije. De Turkse minister was geen `Ismail' meer, maar mijnheer Cem, zijn Griekse ambtsgenoot `Jorgos' was weer gewoon mijnheer Papandreou. De reden voor de verkoeling was duidelijk: Cyprus. De tijdbom van Zuid-Europa, zoals de kwestie-Cyprus in Turkije wel eens wordt genoemd, begint elke dag harder te tikken. En als Griekenland en Turkije er niet in slagen haar op tijd te ontmantelen, dan zal zij, zo vrezen velen, uiteindelijk elke toenadering die Athene en Ankara sinds de grote aardbeving van 1999 wisten te bereiken, in één klap vernietigen.

Cyprus is al sinds 1974 verdeeld, toen Turkije het noordelijke gedeelte van het eiland bezette. Jarenlang leek het erop dat beide partijen zich hadden neergelegd bij deze verdeling, ondanks alle retoriek over hereniging. Maar het was de Europese Unie die de tijdbom opnieuw aan het tikken bracht toen ze Cyprus het kandidaat-lidmaatschap van de Europese Unie toekende. Het Grieks-Cyprische deel, waar de internationaal erkende regering vandaan komt, is welvarend en de kandidatuur wordt voluit gesteund door Athene. Ook in Ankara betwijfelt eigenlijk niemand meer dat het `zuiden' bij de eerste groep nieuwe lidstaten van de Europese Unie zal behoren.

Dat nu zet bijzonder veel kwaad bloed in Turkije. Al jarenlang is het Ankara een doorn in het oog dat Europa de invasie van 1974 – die volgens Turkije geen ander doel had dan Turks-Cyprioten te beschermen tegen de abjecte agressie van de Griekse zijde – afkeurt en de Turkse Republiek Noord-Cyprus niet wil erkennen. Maar dat de Europese Unie (Zuid-)Cyprus lid wil maken, is voor Ankara het ultieme bewijs dat Brussel de kant van de misdadigers heeft gekozen en de slachtoffers in de kou laat staan. Die woede verklaart waarom veel Turkse politici de afgelopen weken zo fel van leer zijn getrokken. Premier Ecevit, die in 1974 het bevel tot de invasie gaf, liep daarbij voorop. Als het zuiden lid wordt, zei hij, zal Turkije overwegen om het noorden te annexeren.

Is er nog een mogelijkheid om de tijdbom te ontmantelen? Even leek het erop dat een doorbraak zou komen uit de meest onverwachte hoek. Rauf Denktas, de president van Turks-Cyprus, nodigde de Cyprische president Kliridis uit voor een directe omtmoeting om zonder voorwaarden vooraf de basis te leggen voor een duurzame vrede. Tot nu toe communiceerden beiden indirect met elkaar, via de Verenigde Naties. Na enige aarzeling stemde Kliridis ermee in, maar de aanvankelijke opwinding over deze bijeenkomst, die naar verwachting begin december zal plaatshebben is alweer geluwd. Het is inmiddels duidelijk dat Denktas vasthoudt aan zijn uitgangspunt dat er op Cyprus twee staten zijn die alleen in een confederatie verenigd kunnen worden. Kliridis gaat echter uit van een unitaire structuur.

Als er niettemin een doorbraak komt, zal die zijn oorsprong vinden in Ankara, zo is de consensus in Turkije. Voor Ankara staat er veel op het spel. Turkije wil graag lid worden van de Europese Unie, maar beseft terdege dat het, als het Noord-Cyprus annexeert, die Europese droom wel kan vergeten. Tegelijkertijd is Cyprus voor de publieke opinie, ook bij de jongere generatie in Turkije, een zeer gevoelige kwestie, hetgeen de speelruimte van de autoriteiten ten zeerste beperkt. Het is daarom geen toeval dat het Turkse parlement vandaag achter gesloten deuren vergadert over Cyprus. Alleen zo kunnen de parlementariërs vrijuit praten over het nationale belang. Elke vorm van openheid zou hen er onmiddellijk toe dwingen gloedvolle verklaringen af te leggen over de verbondenheid met de `broeders' in Noord-Cyprus.

Weinigen in Turkije betwijfelen overigens dat ook na hereniging Cyprus een vat vol problemen zal blijven. Het noorden is immers steeds `Turkser' geworden en minder `Cyprisch': veel autochtonen zijn naar onder andere het Verenigd Koninkrijk getrokken, terwijl tegelijkertijd de instroom vanuit Turkije almaar toeneemt. Hereniging zou ook het begin worden van een lange juridische strijd: tijdens de verdeling van het eiland in een Grieks en Turks deel moesten veel Cyprioten verhuizen en lieten daarbij huis en haard achter. Velen van hen zijn vastbesloten om die bezittingen, die door de 'vijand' in beslag werden genomen, via de rechter terug te krijgen.

Waarnemers zien de schaduwgevechten van Turkse en Griekse vliegtuigen boven de Egeïsche Zee vaak als graadmeter van de ontwikkeling van de de verhouding tussen de twee landen. Dankzij Cyprus is hun aantal de laatste tijd weer toegenomen.

    • Bernard Bouwman