Branden aan papier

Indonesische papier- en pulpbedrijven kunnen hun miljardenschulden alleen aflossen als zij hun productie flink opschroeven. Milieugroepen vrezen dat de regenwouden in Indonesië hierdoor in een nog rapper tempo vermalen zullen worden. Blijven Nederlandse financiers de sector steunen of trekken zij zich terug?

Veel Nederlandse reisorganisaties hebben het Toba-meer, een schitterend kratermeer in Noord-Sumatra, opgenomen in hun programma's voor Indonesië. Toeristen die er verblijven, weten waarschijnlijk niet dat hier recentelijk een groot milieuconflict plaatshad. Milieu-activisten en de lokale bevolking beschuldigden de papierfabriek Indorayon van grootschalige boomkap rondom het meer, om de papiermolens van voldoende grondstof te voorzien. De waterhuishouding raakte zo ontregeld dat het niveau van het meer drie meter zakte en de helft van de rivieren in de provincie droogviel. Water- en luchtverontreiniging door het bedrijf maakte rijstteelt en visvangst onmogelijk.

Bij de plaats Porsea waren er bloedige confrontaties van de lokale bevolking en milieu-activisten met personeel van Indorayon en politie, waarbij doden vielen. Om nieuw geweld te voorkomen legde president Habibie in april 1999 de fabriek stil. Indorayon wacht sindsdien op een geschikt moment om de productie te hervatten.

Het bedrijf is eind jaren tachtig gebouwd door het papier- en pulpconcern Asia Pacific Resources International Limited (APRIL). Het concern is verder eigenaar van Riau Andalan Pulp and Paper, een bedrijf uit de Indonesische provincie Riau. Milieugroepen hebben Riau Andalan Pulp and Paper de afgelopen jaren net als Indorayon beschuldigd van de vernieling van tropische natuur. Moederconcern APRIL kondigde een officieel milieubeleid af, maar dat deed de kritiek niet verstommen.

De financiële sector in Nederland beschouwde APRIL en zijn dochterbedrijven vooral als interessante cliëntèle. ATC Management BV zette in Amsterdam een financieringsbedrijf op voor APRIL, MeesPierson deed hetzelfde voor Riau Andalan Paper and Pulp en Indorayon. Bovendien heeft ING Bank een krediet uitstaan bij APRIL. ABN Amro wordt in berichten van de milieubeweging en uit de papierbranche genoemd als een kapitaalverschaffer van Indorayon.

De papier- en pulpindustrie in Indonesië maakte het laatste decennium een onstuimige groei door. De jaarlijkse productie van de sector schoot tussen 1988 en 1999 omhoog van 1,8 miljoen ton naar 13,3 miljoen ton. De inkomsten voor Indonesië uit de export van papier en pulp bedroegen in 1999 omstreeks 2,6 miljard gulden.

Internationale banken stonden in de rij om de sector van krediet te voorzien. Vooral het concern Asia Pulp and Paper (APP) was geliefd bij de kapitaalverschaffers. APP wist zich in de jaren negentig op te vechten tot het grootste papierconcern van Zuidoost-Azië. Zijn ster straalde helemaal toen het in 1997 de Azië-crisis zonder veel kleerscheuren wist te doorstaan.

De omslag kwam in februari 2001. De papierprijs op de wereldmarkt daalde met twintig procent. APP kon niet langer aan zijn aflossings- en renteverplichtingen voldoen en schortte eenzijdig de betalingen op. Het bedrijf bleek voor 13 miljard dollar in het rood te staan.

Ook andere papierconcerns, waaronder APRIL, kampen met grote schulden. De angst van milieugroepen is nu dat deze bedrijven, om maar aan hun aflossingsverplichting te kunnen voldoen, hun productie verder opvoeren en nog meer regenwoud in hun papiermolens vermalen. De concerns zouden de plannen voor uitbreiding van de capaciteit al hebben klaarliggen.

De onstuimige groei van de papierindustrie is volgens het Wereldnatuurfonds en het Indonesisch bosinstituut CIFOR al ten koste gegaan van veel tropische natuur. Zij beschrijven in het rapport Paper for Profits dat de ondernemingen slechts acht procent van hun grondstof halen van eigen houtaanplant op zogenoemde timberplantages. De rest komt uit de regenwouden.

Om alle pulp- en papiermolens in Indonesië van grondstoffen te voorzien zou bij duurzaam bosbeheer en voldoende aanplant een areaal van 1,1 miljoen hectare nodig zijn. De overheid heeft de 23 papier- en pulpbedrijven echter toestemming gegeven om een bosgebied van 4,3 miljoen hectare te gebruiken. Dat is volgens het Wereldnatuurfonds nog niet genoeg voor de gulzige concessiehouders. Zij halen ook bosgebieden leeg waarvoor zij helemaal geen vergunning hebben. Profits on Paper schat dat veertig procent van de bomen die tussen 1995 en 1999 in de papier- en pulpmolens verdwenen, illegaal is gekapt. Ook de ITTO, de internationale organisatie van houtzagerijen, legt in een rapportage over de bosbouw in Indonesië een verband tussen de groei van de papier- en pulpsector en de illegale houtkap.

In de zomer schortte een Engelse papierhandelaar de contracten met APP op, na een publicatie in de Britse krant The Guardian over de betrokkenheid van het bedrijf bij de ontbossing in Indonesië. APP kwam met een geruststellende verklaring voor zijn cliëntèle. Zestig procent van de grondstoffen voor de papierproductie, zo verzekerde het bedrijf, is afkomstig van timberplantages, en slechts veertig procent uit regenwouden die na het leegkappen onmiddellijk opnieuw beplant worden.

Paper for Profits, de studie van het Wereldnatuurfonds, komt uit op andere cijfers. Zij heeft APP's grootste dochteronderneming, Indah Kiat, die zeventig procent van APP's totale productie voor haar rekening neemt, onder de loep genomen. Indah Kiat zou slechts 13,4 procent van haar grondstoffen van haar eigen timberplantages halen, de rest komt uit de natuurlijke bossen. De ITTO concludeerde ook dat de APP-dochter maar een klein deel van het benodigde hout voor de papiermolens zelf teelt.

Milieugroepen hebben de Nederlandse banken de laatste jaren al bekritiseerd wegens hun kredietverlening aan palmolieplantages in Indonesië, die ook een motor van de ontbossing in het land zijn. Eind oktober besloten de Rabobank, ABN Amro en Fortis exploitanten van oliepalmplantges aan wie zij geld lenen voortaan contractueel te binden aan milieueisen. Die criteria (o.a. een verbod op het kappen van zogenoemd primair bos) komen voortaan als bindende voorwaarden in contracten van de Rabobank te staan. ABN Amro en Fortis hebben vergelijkbare eisen opgesteld voor alle bosbouwprojecten waarbij de banken betrokken zijn. De scherpere eisen gelden wat hen betreft dus ook voor houtkap voor de papierproductie. ABN Amro heeft daarom de kredietverstrekking aan APP inmiddels beëindigd.

De Engelse milieugroepering Friends of the Earth en het Nederlands onderzoeksbureau Profundo stellen in het rapport Paper Tiger, Hidden Dragon dat Nederlandse banken de belangrijkste financiers van APP zijn (of waren). ABN Amro zou in totaal 200 miljoen dollar in APP hebben geïnvesteerd in de vorm van obligaties, leningen en exportkredieten. Verder zou ING-bank in 1999 een kredietfaciliteit van 100 miljoen dollar beschikbaar hebben gesteld voor APP-dochter Indah Kiat.

Volgens de woordvoerder van ING is daarvan nooit gebruikgemaakt. Hij ontkent echter niet dat ING voorschotten heeft verstrekt aan APP. MeesPierson (onderdeel van Fortis) arrangeerde volgens Paper Tiger, Hidden Dragon in 1999 ook een kredietfaciliteit van 100 miljoen dollar voor het bedrijf, waarin de Amsterdamse bank zelf een bedrag van 26 miljoen dollar stak. De woordvoerder van MeesPierson zegt dat de kredieten die aan APP zijn verstrekt – over de hoogte wil hij niets kwijt – inmiddels zijn ,,afgewikkeld''. MeesPierson is volgens eigen zeggen druk doende de relaties met de financieringsbedrijven van Indorayon en Riau Andalan Pulp en Paper te verbreken.

Ook ING is zijn connecties met APP en APRIL aan het terugbrengen. Dat heeft volgens de bank veel te maken met de slechte milieureputatie van de papier- en pulpsector. ING is niet van plan in de toekomst nog financiële middelen in de sector te steken zolang de productie van pulp niet voldoet aan de milieucriteria die ING zelf hanteert.

,,Wij zijn ook erg bezorgd over de toekomst van de regenwouden in Indonesië'', zegt de woordvoerder van ABN Amro. ABN Amro wil echter niet zeggen of hij zakelijke relaties met Indorayon (dat inmiddels is omgedoopt in Toba Pulp) onderhoudt, en of dit bedrijf nog kan rekenen op nieuwe kredietverlening. Zo blijft het onduidelijk of de Nederlandse financiers zich nu helemaal uit de Indonesische papier- en pulpsector terugtrekken. ATM management uit Amsterdam heeft geen boodschap aan het besluit van ING om te breken met de sector. Het trustbedrijf ziet zich louter als tussenpersoon bij de verstrekking van financiering. ,,Wij zijn niet verantwoordelijk voor de aanwending van deze middelen'', zegt de directie.

De Indonesische regering meldde eind mei dat van Nederlandse kant belangstelling is voor financiering van een geheel nieuw papier- en pulpbedrijf in Kalimantan. De Rainforest World Movement sloeg alarm over het project, bang dat de uitgedunde bossen op het Indonesisch eiland nog verder vernield zullen worden. Het is om meer redenen een project waaraan financiers hun vingers weer kunnen branden. Deelnemer is namelijk ook de zakentycoon Probosutedjo, een halfbroer van ex-president Soeharto. Probosutjedo wordt door de Indonesische justitie ervan verdacht geld voor de herbebossing van leeggekapte gebieden in eigen zak gestoken te hebben.