Het nieuws van 23 november 2001

Het schone van een leugenaar

De schoonheid van de echtgenoot van Anne Carson is een merkwaardig geval van poëzie. Het boek begint met vier regels van John Keats, bij wijze van motto. Dat is nog niet zo vreemd, maar daarna volgt een opdracht, of liever gezegd: de titel van het eerste gedicht, die dienst moet doen als opdracht. Het is geen gewone titel, maar een drie lange regels vullende praattekst, in kapitalen, die als een soort fries of breed spandoek bovenaan de bladzijde staat: `Ik draag dit boek op aan Keats (vertelde jij me dat Keats dokter was?) omdat een opdracht niet volmaakt mag zijn wil een boek in vrijheid bestaan en omdat hij zich overgaf aan de schoonheid'. Daaronder volgt dan het eerste gedicht, of liever: de eerste dichterlijk aandoende tekst, waarin een vrouw ons het schrijnen van haar wond toont: `Een wond straalt licht uit/ zeggen chirurgen./ Als alle lampen in huis waren gedoofd/ kon je mijn wond verbinden/ bij het licht dat ze geeft.' Grappig. Daarna wordt de lezer even toegesproken: `Geachte lezer, ik zeg dit slechts bij wijze van analogie.' Dan volgt een lastig te duiden citaat van Duchamp. En tot slot wordt het mislukken van een huwelijk met hetzelfde hevige schrijnen van een wond vergeleken. En dat alles in korte spreektaalprozazinnen onder elkaar, met veel wit ertussen en eromheen, alsof er heel diep over is nagedacht. Deze tekst geeft al een goede indruk van het vreemde geheel dat volgt. Intellectueel spel en alledaagse praattoon, geleerde verwijzingen en huwelijksproblematiek, opzichtige ontregeling van genres en veel wit, schoonheid en Keats: daarom draait het in De schoonheid van de echtgenoot.

Het schone van een leugenaar

De schoonheid van de echtgenoot van Anne Carson is een merkwaardig geval van poëzie. Het boek begint met vier regels van John Keats, bij wijze van motto. Dat is nog niet zo vreemd, maar daarna volgt een opdracht, of liever gezegd: de titel van het eerste gedicht, die dienst moet doen als opdracht. Het is geen gewone titel, maar een drie lange regels vullende praattekst, in kapitalen, die als een soort fries of breed spandoek bovenaan de bladzijde staat: `Ik draag dit boek op aan Keats (vertelde jij me dat Keats dokter was?) omdat een opdracht niet volmaakt mag zijn wil een boek in vrijheid bestaan en omdat hij zich overgaf aan de schoonheid'. Daaronder volgt dan het eerste gedicht, of liever: de eerste dichterlijk aandoende tekst, waarin een vrouw ons het schrijnen van haar wond toont: `Een wond straalt licht uit/ zeggen chirurgen./ Als alle lampen in huis waren gedoofd/ kon je mijn wond verbinden/ bij het licht dat ze geeft.' Grappig. Daarna wordt de lezer even toegesproken: `Geachte lezer, ik zeg dit slechts bij wijze van analogie.' Dan volgt een lastig te duiden citaat van Duchamp. En tot slot wordt het mislukken van een huwelijk met hetzelfde hevige schrijnen van een wond vergeleken. En dat alles in korte spreektaalprozazinnen onder elkaar, met veel wit ertussen en eromheen, alsof er heel diep over is nagedacht. Deze tekst geeft al een goede indruk van het vreemde geheel dat volgt. Intellectueel spel en alledaagse praattoon, geleerde verwijzingen en huwelijksproblematiek, opzichtige ontregeling van genres en veel wit, schoonheid en Keats: daarom draait het in De schoonheid van de echtgenoot.