Van piepschuim naar plastiek

Martijn Prins werd bekend met zijn schakelkast Link. ,,Vaak wordt er enorm gefröbeld met meubels'' Deel 9 in de serie over jonge ontwerpers.

Voor de meeste vormgevers begint en eindigt ontwerpen bij de gebruiker. Maar dit geldt niet voor Martijn Prins (28). Zijn stoelen, tafels en kasten ontstaan al droedelend op een schetsblok. Niet de eisen van de anonieme, gestandaardiseerde gebruiker maar zijn eigen verbeelding doen de vorm onder zijn vingers opblazen of inkrimpen. En dan volgt volgens Prins het eigenlijke ontwerpen: ,,Dan zit ik bijna dwangmatig te schaven en te schrappen totdat de kale essentie overblijft.''

Zo ontstond ook de Link, waarmee Prins in 1998 de Nederlandse meubelprijs voor jonge ontwerpers won en die sinds vorig jaar in productie is bij het Franse bedrijf XO. De modulaire schakelkast is het toonbeeld van eenvoud. ,,Vaak wordt er enorm gefröbeld met meubels, worden er allerlei trucs uitgehaald'', vindt Prins. ,,Dan krijg je een frame van staal, een zitting van stof en ook nog rubberen dopjes ertussen. Die ingewikkelde constructies werken alleen maar als ze echt heel goed zijn. Zoals bijvoorbeeld bij Eames; die kon er wel mee wegkomen. Met de Link ben ik uitgegaan van eenvoud: één materiaalsoort en één vorm. Het begon als een droge afstudeeropdracht - ontwerp een naadloos element dat door herhaling een geheel gaat vormen - maar uiteindelijk werd het een soort sculptuur.''

De Link bestaat uit L-vormige polypropyleen elementen die door middel van twee gleuven kunnen worden gecombineerd tot een wandkast of kamerafscheiding die oneindig is uit te breiden. De basisvorm met afgeronde hoeken oogt futuristisch en monumentaal. Details zijn er niet. Zelfs de constructie is naadloos geïntegreerd in het ontwerp. Geschakeld tot een kast van negen, twaalf of meer elementen heeft de kast een sterk ritmische werking.

Een van Prins' belangrijkste inspiratiebronnen is het design uit de jaren vijftig en zestig. ,,Dat waren de eerste echt plastische vormen. Wat ontwerpers als Verner Panton toen deden is veel vooruitstrevender dan wat er de afgelopen tien jaar is gemaakt. Maar misschien was het ook gemakkelijker om in die jaren innovatief te zijn, met al die net uitgevonden kunststoffen. Marc Newson, die pas in de jaren tachtig begon te ontwerpen, spreekt me wel aan. Hij heeft een eigen wereld gecreëerd van maffe vormen, die tegelijkertijd eenvoudig zijn en spectaculair.''

Maar, zo heeft Prins door zijn ervaring met XO geleerd, er gaapt een gat tussen de theorie van de tekentafel en de praktijk van de fabriek. ,,Vroeger maakte ik er een sport van om van een ontwerp eerst tachtig keer een ander proefmodel in piepschuim te snijden. Inmiddels weet ik dat sommige dingen afhankelijk zijn van het productieproces en de marketing. Zo bleek de Link beter verkoopbaar als hij 10 procent kleiner was dan het prototype. En mijn piepschuimen model was ook wat hoekiger dan het uiteindelijke resultaat. De verticale steun bleek in kunststof smaller te kunnen dan ik in eerste instantie dacht. Maar er zitten ook nadelen aan het rotatiegieten van polypropyleen: er zit een naadje op het horizontale vlak. Vroeger zou ik daar gek van zijn geworden, maar tegenwoordig stoor ik me daar niet meer aan. Ik weet nu: het hoeft niet allemaal radicaal, het basisidee blijft zo ook wel overeind.''