STREAMLINE

Toen in de jaren '30 begeerte de brandstof voor de American Dream werd, was Amerika rijp voor Streamline Style: vorm en functie werden losgekoppeld en ronde vormen en vloeiende contouren gaven alles de illusie van snelheid.

Rond de paasdagen van 1925 liet het warenhuis Manamaker in Philadelphia de populaire kunstenaar Mihály von Munkácsy een devote muurschildering maken. Christus op de Calvarieberg werd tentoongesteld te midden van alle koopwaar. Het schilderij hing er als een soort aflaat, een weinig subtiele poging het schuldgevoel te temperen dat bij veel klanten de kop opstak tijdens de rituele dans rond het gouden kalf. Materiële begeerte was in die jaren nog moreel onverantwoord en comfort werd beschouwd als de vader van verweking en zonde.

Wie een kleine tien jaar later hetzelfde warenhuis zou hebben bezocht, zou het niet meer herkennen. Het religieuze sausje van besmuikte goedkeuring was totaal verdwenen. In plaats daarvan werd de bezoeker openlijk aangemoedigd te kopen, kopen, kopen! In zeer korte tijd hadden de Amerikanen hun consumptieve schroom afgelegd en was ongebreideld materialisme de norm geworden. De nog verse herinnering aan beurskrach, dustbowls en krotterige Hoover-villes werd bestreden met opzichtige glitter en glans. Luxe was een recht geworden een plicht, bijna. Aangemoedigd met slogans als `Spend freely, waste creatively' werd de koper voorgehouden dat hij door kwistig te spenderen de nationale economie uit het slop haalde. Consumeren was niet minder dan een patriottistische daad geworden.

Begeerte werd de brandstof van de American Dream. De producenten, die aan het begin van de jaren dertig kampten met ernstige overcapaciteit, deden er alles aan om de kooplustige burger steeds weer nieuwe producten te laten aanschaffen. Stofzuigers, radio's en auto's verouderden razendsnel niet wegens de technische ontwikkeling, maar door een constante stroom van nieuwe modellen die er telkens net een tikje flitsender uitzagen dan hun voorgangers. Ineens werd het belangrijk hoe dingen eruitzagen.

De koelkast Coldspot, die het postorderbedrijf Sears in 1934 in het assortiment opnam, wordt algemeen beschouwd als het eerste huishoudelijke apparaat waarvan het uiterlijk belangrijker was dan de prestatie. Ontwerper van de Coldspot was Raymond Loewy, die te boek staat als een van de peetvaders van het industrieel ontwerpen. Hij was in 1949 tevens de eerste vormgever die werd afgebeeld op het omslag van het populaire opinieblad Time. ,,Hij stroomlijnt de verkoopcijfers'', luidde de tekst bij de foto. Gedoeld werd op de cruciale rol die Loewy's vormgeving in die jaren speelde in de explosieve groei van de Amerikaanse productie-industrie. Maar de tekst was ook een woordspeling van de naam van de vormgevingsstijl waarvan Loewy de pionier was: de Streamline Style. Tussen 1930 en 1955 veranderden de kopstukken van deze stijl naast Loewy onder anderen Henry Dreyfuss, Norman Bel Geddes en Walter Dorwin Teague het aanzicht van het alledaagse leven in Amerika.

In het Stedelijk Museum in Amsterdam is deze week de tentoonstelling `Streamline: The Dawn of Tomorrow' geopend, die een historisch en artistiek overzicht geeft van deze eerste stroming in het industrieel ontwerpen. Een van de meest in het oog springende voorwerpen in de nieuwe vleugel van het museum is een Pontiac Silver Streak. Het automobiel blinkt de tentoonstellingsbezoeker al van een afstand tegemoet. De brede chromen gril en het smalle hood ornament op de voorplecht van de eindeloos lange motorkap buigen sierlijk om de neus. De ruim bemeten carrosserie valt in twee paar golven over de zwart-witte banden met glimmende wieldoppen. De eivormige coupé lijkt met één ferme pennenstreek op de tekentafel te zijn ontstaan; van de ruitenwisser tot de achterbumper beschrijven de contouren een ononderbroken curve. Alles aan deze monumentale auto straalt snelheid uit. Zelfs het naamplaatje op de motorkap bestaat uit naar achter hellende cursieven, alsof de letters door de luchtweerstand bijna omver worden geblazen.

Toch is de Pontiac niet bijzonder snel, in ieder geval niet zo snel dat hij als een `zilveren schicht' over de snelweg raast. De auto is onnoemelijk zwaar en het aantal paardenkrachten onder de motorkap is beperkt. Aerodynamisch is de robuuste neus niet te noemen, om over de kekke zonneklep boven de voorruit maar niet te spreken. Maar in de Streamline Style ging het ook helemaal niet om aerodynamica en verminderde weerstand: Streamline was stroomlijning met een puur stilistisch doel. De ronde vormen en vloeiende contouren geven de illusie van snelheid, ze zijn de futuristische verpakking van een emotie.

Natuurlijk zijn er wel Streamline-ontwerpen geweest waarbij de vorm wel een functie had. In de bekende Hudson J-3A-locomotief, ontworpen door Henry Dreyfuss in 1938, is de kogelvorm het resultaat van windtunnelstudies voor hogesnelheidsvoertuigen. Maar voor het merendeel van de Streamline-voorwerpen gaat het vooral om de symbolische waarde van de futuristische, `snelle' vorm kijk alleen maar naar het merendeel van de gestroomlijnde producten, huishoudelijke apparaten als strijkijzers, toasters en puntenslijpers, waarvoor het helemaal niet belangrijk is hoeveel luchtweerstand ze hebben. Op de tentoonstelling zijn ventilators te zien in de vorm van vliegtuigmotoren, pijpenkoppen die ogen als miniatuur-motorblokken, een straalkachel vermomd als blinkend ruimteschip en een grote collectie radio's met indrukwekkende fronts en knoppen.

Hoewel er dus geen sprake is van form follows function in letterlijke zin, reflecteert de Streamline-vormgeving wel de productiemethoden uit die tijd. De decoraties op de voorwerpen zelf zijn bijvoorbeeld meestal beperkt tot horizontale ribbels en strepen die vergelijkbaar zijn met de lijntjes die in stripverhalen beweging accentueren. Deze zogeheten speed lines suggereren dat we hier te maken hebben met de huishoudelijke incarnatie van racemonsters. Maar er was ook een puur praktische reden voor: ze waren een noodzakelijke steun voor de stevigheid van de kunststof oppervlakken. Ook de ronde vormen en gladde oppervlakken die zo typerend zijn voor de Streamline Style zijn voor een groot deel terug te voeren op het industriële productieproces. Het ambachtelijke handwerk van vroeger design had namelijk plaatsgemaakt voor het in matrijzen gieten en persen van vloeibaar, heet materiaal meestal bakeliet. Om te zorgen dat de kunststof alle hoeken van de mal bereikte, werden de hoeken van het voorwerp afgerond. De lichte buiging van het oppervlak heeft ook een technische reden, namelijk het voorkomen van spanningen tijdens het afkoelen van het materiaal. Ook aluminiumplaat, de bouwstof voor onder meer het hoogst succesvolle DC-3 Dakota vliegtuig, is door middel van het zogenaamd `dieptrekken' beter machinaal te produceren dan volgens traditionele methoden, waarbij er gelast en gepolijst moet worden.

Het is die massale serieproductie die de Streamline-producten betaalbaar maakte. De lage prijs in combinatie met versoepelde kredietverschaffing en groeiende koopkracht brachten ze binnen het bereik van elke consument. Amerika veranderde na 1930 in rap tempo in the land of wish, de economie in een happiness machine. En om de op volle kracht voortdenderende industrie van voortdurende afzetmogelijkheden te voorzien, cultiveerden reclamemakers Streamline als een esthetiek van wegwerpproducten. De radicale scheiding van buitenkant en binnenwerk, het technisch meest opvallende kenmerk van Streamline, maakte het mogelijk om verschillende versies van één apparaat te maken. Men nam eenvoudigweg de hardware van een bestaand model en verzon er een nieuw jasje omheen dat de consument aan zou spreken. Streamline-pionier Loewy duidt zijn ontwerpfilosofie dan ook aan met het acroniem MAYA most advanced, yet acceptable. De geaccepteerde geavanceerdheid betreft hier dus niet de technische mogelijkheden van het ontwerp, maar de smaak van de consument. Vormgeving werd onder Streamline een even vluchtig statussymbool als mode.

De Streamline Style was bij uitstek een Amerikaanse stijl; in Europa ontbrak in de jaren '30 en '40 de sociale en ecomische basis voor een vormgeving bedoeld voor massaconsumptie. In Nederland kon Streamline zelfs rekenen op forse kritiek. De verbondenheid van de stijl met het machinale productieproces werd door Nederlandse ontwerpers gezien als een oneigenlijke gijzeling door de industrie. En nog zwaarder rekenden zij de Amerikanen aan dat hun stijl vooral styling was die vorm loskoppelde van functie.

De schaarse voorbeelden van Europese Streamline zijn voornamelijk te vinden in de auto-industrie. De Duitse Kever en de eerste Zweedse Saab zijn schatplichtig aan Amerikaanse voorbeelden. Dat geldt ook voor de Tsjechische Tatra 87 uit 1948, waarvan een zilverkleurig exemplaar in het Stedelijk Museum naast de Pontiac Silver Streak staat. Dit batmobile-achtige vehikel met forse rugvin en aan straaljagerbouw ontleende luchtinlaat voor de motor sluit qua lijnvoering perfect aan bij de Amerikaanse ontwerptekeningen van bijvoorbeeld ballonvormige dubbeldeksbussen.

Toen Streamline na de Tweede Wereldoorlog eindelijk een beetje aansloeg in Europa, was de stroming in de Verenigde Staten eigenlijk al op haar retour. De fabrieken spuwden nog steeds iedere maand nieuwe modellen uit, maar het stileren was een cynische verkooptruc geworden. Gemakzuchtig streven naar een `snel uiterlijk' mondde uit in decoratieve degeneratie in de vorm van nutteloze wijzers en potsierlijke verchroomde knoppen zonder functie.

Maar sommige Streamline-ontwerpen hebben de tand des tijds doorstaan. Zo is de afgeronde rechthoekige vorm nog steeds de standaard voor elektrische scheerapparaten. En aan Norman Bel Geddes' schetsen van een propellervliegtuig in de vorm van een reusachtige boemerangvormige vleugel kan een zekere profetische waarde worden toegekend: het ontwerp uit de jaren '30 lijkt een regelrechte voorloper van het U2-spionagevliegtuig van dertig jaar later en de Stealth-bommenwerper die het Amerikaanse leger in de jaren '90 laat ontwikkelen.

Maar de diaprojectoren in de vorm van kanonnen en stofzuigers als turbines op sledes zijn definitief achterhaald. Wat ooit futuristisch was, oogt nu gedateerd. En ook de denkbeelden waar de apparaten ooit de huishoudelijke belichaming van waren, zijn door de geschiedenis ingehaald: het optimistische geloof in oneindige welvaart door technologische ontwikkeling en de openlijke consumptiecultus hebben hun beste tijd gehad. Kreten als the discipline of consumption of transform luxury into a commonplace horen in deze milieubewustere tijd thuis in een museum.

Streamline: The Dawn of Tomorrow, t/m 24 feb 2002 in Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Open: dagelijks 11-17u. Inl 020-6752716 of www.stedelijk.nl.

    • Edo Dijksterhuis