Palliatieve zorg geen alternatief

Het artikel, `Spijt. Voorvechters van de euthanasiepraktijk bezinnen zich', over euthanasie en palliatieve zorg, waarin ondergetekenden aan het woord kwamen, heeft veel reacties opgeroepen (NRC Handelsblad, 10 november).

Wij hebben geen spijt van de euthanasieën die wij indertijd naar beste kunnen hebben gedaan. Wat ons dwarszit is dat wij onvoldoende beschikking hadden over palliatieve kennis, dat wil zeggen over symptoomverlichting en psychosociale ondersteuning van de ernstig zieke patiënt en zijn naasten.

Wij hebben geconstateerd dat wij dat in onze eigen praktijk misten. Dat zal aan ons gelegen hebben. Maar het blijft ons verbazen dat de ontwikkeling van de palliatieve zorg in Nederland niet veel eerder en krachtiger ter hand is genomen en dat bestaande initiatieven lange tijd werden gemarginaliseerd. Werd palliatieve zorg wellicht te lang beschouwd als iets wat behoorde tot het domein van de tegenstanders van euthanasie? Wij hebben die polariserende gedachte absoluut niet en ook nooit gehad.

Palliatieve zorg staat inmiddels sterk in de belangstelling, maar de aanwezige kennis en ervaring is nog onvoldoende doorgedrongen in de huisartsenpraktijken en in de ziekenhuizen. De aandacht is er, de initiatieven zijn er, zoals de consultatieve netwerken, de peer groups en de geaccrediteerde nascholingen.

De palliatieve zorg en de euthanasie behoren bij uitstek tot het domein van de huisarts. Als huisarts en patiënt zich gezamenlijk blijven afvragen of nog symptoomverlichting en ondersteuning mogelijk en gewenst is om kwaliteit van leven te bieden, dan gaan de autonomie van de patiënt en de verantwoordelijkheid van de arts voor optimale zorg op een goede manier samen. In de euthanasiewetgeving heeft de arts een eigen verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige gang van zaken. Wij vinden het van groot belang om te blijven discussiëren over de inhoud en de grenzen van deze medische verantwoordelijkheid, waartoe bij uitstek de palliatieve zorg behoort.

Wij hebben door intensieve scholing ervaren dat er meer mogelijk was dan wij wisten. Ongetwijfeld is er ook nu nog meer mogelijk dan wij denken te weten. Huisartsen kunnen onmogelijk alles weten. Dat hoeft ook niet. Maar wel moeten zij toegang hebben tot de bestaande kennis en ervaring. Het lijkt ons zeer wenselijk dat naast de al bestaande steun en consultatie bij euthanasie aan huisartsen de mogelijkheid wordt geboden tot steun en consultatie bij palliatieve zorg, op overeenkomstige wijze georganiseerd en toegankelijk.

Palliatieve zorg is geen alternatief voor euthanasie. Waar het om gaat is de kwaliteit van de laatste levensfase. Als die kwaliteit met optimale zorg niet meer bereikt kan worden, en als het helpen sterven het laatste is dat een huisarts kan bieden, dan blijven wij die hulp bieden.

W.J.A.M. Budde schreef bovenstaande reactie samen met zijn collega-huisartsen R.S. van Coevorden, J.C.A.M. Groen-Evers en N.A. Mensing van Charante.

    • W.J.A.M. Budde