Modderpaleizen als filmdecor

Marokko telt veel kasba's, gefortificeerde dorpen van modder, stro en kamelenpoep. Maar de mooiste is Ait Benhaddou, een geliefd filmdecor.

Hoeveel films er precies zijn opgenomen, lijkt niemand in Ait Benhaddou te weten. ,,Minimaal twintig'', zegt Ali Amar, die zijn hele leven al in Ait Benhaddou woont. Amar, die werkt als gids, wandelt door smalle steegjes die steil omhoog lopen. Auto's kunnen hier niet rijden, vervoer gaat te voet, of op de rug van paard, ezel of kameel.

Ait Benhaddou is een kasba, een verzameling gefortificeerde huizen, meestal gemaakt van modder, stro en kamelenpoep. Sommige inwoners hebben van dit mengsel prachtige paleizen geboetseerd, en de buitenkant versierd met geometrische patronen die in de modder zijn gekerfd. Als de brandende zon er een paar dagen op schijnt wordt het spul keihard.

,,Europeanen en Amerikanen vinden het fascinerend dat je van modder zulke mooie huizen kunt bouwen'', zegt Amar. Hij wijst erop dat de modderpaleizen veel onderhoud vergen. ,,Als het regent spoelen de gebouwen weg.'' De meeste van de ruim duizend inwoners zijn daarom verhuisd naar een nieuw dorp met stenen huizen aan de overkant van de rivier en in de kasba zelf wonen nog maar vijf families.

Al meer dan twintig jaar is Ait Benhaddou, dat ligt aan de zuidrand van het Marokkaanse Atlasgebergte, een geliefd filmdecor. Miljoenenproducties als Jewel of the Nile, Jesus of Nazareth en Lawrence of Arabia zijn hier gedeeltelijk opgenomen. Marokko telt vele kasba's, maar Ait Benhaddou is door ligging en architectuur een van de mooiste.

De kasba ligt opgestapeld tegen een berg, met op de achtergrond besneeuwde toppen. De huizen, waarvan de meeste meer verdiepingen hebben, zijn roodgekleurd, net als de aarde in het kale, vrijwel onbegroeide landschap. Van een afstand zie je kasba's daarom gauw over het hoofd, ze worden naadloos in de omgeving opgenomen.

Aan de voet van Ait Benhaddou stroomt een riviertje, waarvan de bedding het grootste deel van het jaar droog staat. In de lente verandert dat, dan komen grote hoeveelheden smeltwater naar beneden. In die periode blijven de filmploegen meestal weg, want om de rivier over te steken moet men door het ijskoude water waden.

Soms zijn filmproducenten niet tevreden met het decor, en brengen zij veranderingen aan. Voor Jesus of Nazareth bijvoorbeeld werd een tientallen meters lange muur met toegangspoort gebouwd. De muur staat er nog steeds, maar heeft geen functie. De poort is dichtgemetseld, erachter ligt een veldje tomatenplanten.

,,Ik ben niet zo blij met die muur'', zegt souvenirverkoper Ahmed Ali in zijn winkel vol aardewerk en zilveren sierraden. Ali vindt dat de muur niet bij Ait Benhaddou past. ,,De filmmakers vonden de echte toegangspoort niet fotogeniek genoeg. Ze betaalden, dus vond ik het prima dat het gemeentebestuur toestemming gaf. Maar daarna hadden ze de muur moeten afbreken.''

De lokale autoriteiten erkennen dat filmproducenten in het verleden wel erg gemakkelijk hun gang konden gaan. Wie iets wil bouwen, moet het ook weer afbreken. Of ze moeten uitwijken naar een terrein bij de stad Ouarzazate, 30 kilometer verderop. Decors die ze daar bouwen mogen wel blijven staan, en op die manier heeft Marokko heeft er meteen een toeristische attractie bij.

Ait Benhaddou beleefde zijn hoogtijdagen als tussenstation op de trans-Sahararoute van Marokko naar Mali. Eeuwenlang arriveerden hier kamelenkaravanen met handelswaar, zoals goud, slaven en struisvogeleieren. Het dorp is gefortificeerd omdat er vaak aanvallen van rovers waren, de verschillende dorpen in de regio voerden regelmatig oorlog tegen elkaar.

Ait Benhaddou kwijnde weg nadat de Franse kolonisator ruim honderd jaar geleden de slavenhandel verbood en een kilometer of tien naar het westen een nieuwe weg aanlegde. Het verkeer dat door de bergen trok had daardoor niets meer in Ait Benhaddou te zoeken.

De filmploegen waren de redding. Anders was de kasba wellicht hetzelfde lot beschoren als de vele andere s in de streek, die zijn verlaten en door de regen langzaam wegspoelen. De inwoners van Ait Benhaddou beseffen dat goed onderhouden modderpaleizen geld opbrengen, niet alleen door de filmploegen die erop af komen, maar ook door de toeristen die volgden.

,,Ik weet nog goed dat ik hier ruim twintig jaar geleden de eerste filmploeg zag arriveren'', zegt Mohamed Jamal et-Dine. ,,We leefden in die tijd zonder elektriciteit en andere moderne voorzieningen. Vrachtwagens vol apparatuur hadden de buitenlanders meegebracht. Ik keek mijn ogen uit, een hele nieuwe wereld ging voor me open.''

Jamal et-Dine is een modderpaleis aan het opknappen. Het complex heeft een binnenplaats en vier torens met kantelen, op een van de torens is een ooievaar aan het broeden. Jamal et-Dine verstevigt de muren door er een nieuwe laag modder tegenaan te plakken.

Tegenwoordig is er in Ait Benhaddou wel elektriciteit. En Jamal et-Dine heeft een tv en een geluidsinstallatie. ,,Maar als de filmploegen komen doen we alsof hier in al die jaren niets is veranderd'', zegt hij. ,,Dan trek ik een mooi traditioneel gewaad aan, in plaats van een spijkerbroek en een shirt. De klant is koning.''

    • Gerbert van der Aa