Landdag in Egyptische rechtszaal

De Egyptische regering gebruikt de huidige campagne tegen terreur om de eigen moslimfundamentalistische oppositie aan te pakken. Verslag van een procesdag in Kairo.

Als de Egyptische militaire rechter een honkbalknuppel omhooghoudt, barsten de familieleden en advocaten in de zaal en de aangeklaagden in hun kooi uit in geloei: ,,Weigeren! weigeren!'' De rechter knikt, geeft de honkbalknuppel aan een van de gereedstaande agenten van de militaire politie en zegt: ,,Ik weiger dit.'' De aanwezigen applaudisseren en juichen. ,,Allahu akbar'', klinkt het uit de kooi, Allah is groter.

Nee, dit is geen islamitische landdag of bingo. Dit is de presentatie door de aanklager aan de rechter van `bewijsstukken'. Het is de tweede zittingsdag van de militaire rechtbank net buiten Kairo in het proces tegen drie Dagestanen, een Jemeniet en 87 Egyptenaren, van wie acht bij verstek. Samen zouden zij een groep hebben gevormd met als doel het omverwerpen van de staat.

Het is voor het eerst sinds 1997 dat het Egyptische regime zoveel mensen voor een militaire rechtbank brengt. Net zoals in de talloze eerdere edities is er geen mogelijkheid van hoger beroep, hebben de verdachten nauwelijks rechten en wordt het proces in het algemeen gekenmerkt door een schrijnend gebrek aan respect voor de menselijke waardigheid, en een verbijsterend amateurisme bij aanklagers en advocaten. Want alle jolijt in de zaal ten spijt: die vriendelijke militaire rechter zal de verdachten straks laten ophangen of tot jaren dwangarbeid veroordelen gezien de erbarmelijke staat van de Egyptische gevangenissen een verkapte doodstraf.

,,Zonder 11 september zouden deze mensen nooit in die kooi hebben gezeten'', zegt Ahmed Al-Sersawy die voor de krant Akhbar Al-Yom het proces volgt. ,,Maar nu maakt de regering van de `oorlog tegen terreur' gebruik om de fundamentalisten weer een tik te geven.''

Ondanks bloedige onderdrukking vormen de fundamentalisten in Egypte de belangrijkste oppositie. De meeste van die fundamentalisten, de zogeheten moslimbroeders, keren zich uitdrukkelijk tegen geweld en beschouwen zichzelf als de islamitische variant van christen-democraten in Europa. Maar volgens het regime zijn alle fundamentalisten uiteindelijk terroristen, die niet hard genoeg bestreden kunnen worden. Naar schatting 10.000 vermeende fundamentalisten zitten al jaren vast zonder proces in de onmenselijke Egyptische gevangenissen. Tientallen zijn er opgehangen na showprocessen zoals dit.

Bij rechtszaken in Egypte zitten verdachten standaard in een kooi, en bij grote processen als dit betekent dit een enorme puinhoop. Voorafgaand aan de zitting kropen en klommen de verdachten gisteren als apen over elkaar heen, om familieleden in de zaal iets te kunnen toeschreeuwen.

,,De eerste zitting zondag was nog erger'', zegt een Egyptische journaliste die de zaak volgt. ,,Toen hielden vrouwen hun krijsende pasgeboren baby's omhoog, zodat de vaders die eindelijk een keer konden zien.'' [Vervolg EGYPTE: pagina 5]

EGYPTE

Boeken als bewijs van terreur

[Vervolg van pagina 1] ,,Huilende tienermeisjes, hysterische vrouwen in allesverhullende niqabs, en iedereen probeert voedsel door de tralies te duwen.''

Door de slechte microfoon, de huilende woestijnwind buiten en het schreeuwen van de kinderen, is de rechter nauwelijks te verstaan. Maar hierover klaagt niemand, want tot een jaar geleden zaten er niet eens ramen in het gebouw, en kregen de aanwezigen regelmatig duivenpoep op hun hoofd.

,,Edelachtbare!'' roept verdachte nummer 94, Ahmed Hassanein, vanuit zijn kooi na voorlezing van de gehele aanklacht: vorming van een subversieve groep, inzameling van fondsen zonder vergunning, en illegaal wapenbezit (vandaar de honkbalknuppel die evenals een luchtbuks door de rechter als bewijs werd geweigerd). ,,Edelachtbare, ik ben 55 jaar oud, ik ben veel te oud voor dat soort dingen.''

Opnieuw gegrinnik bij de advocaten en sommige verdachten. De meeste familieleden kijken nu verdoofd voor zich uit, een paar jonge meisjes hebben de bewakers zo gek gekregen dat ze fluisterend met hun vaders mogen praten.

Opnieuw wordt de procedure onderbroken, nu door een advocaat. Hij is boos dat hij bijna de rechtszaal niet werd ingelaten, omdat hij een half uur te laat was. Een andere advocaat begint een tirade over de vraag waar het in beslag genomen geld is gebleven. De rechter antwoordt kalm dat de gebruikelijke procedure is gevolgd: het staat op de bank.

Vervolgens wordt nieuw `bewijs' gepresenteerd: kartonnen dozen vol met geschriften. Het blijkt te gaan om een paar edities van de tijdschriften `Technologie' en `Luchtvaarttechniek'. Twee van de verdachten hebben een opleiding tot piloot gehad, naar eigen zeggen als onderdeel van hun opleiding tot ingenieur. Verder toont de aanklager stapels in beslag genomen boeken die gewoon in Kairo op straat of in winkels te koop zijn. Ook zit bij de bewijsstukken een video over de strijd in Afghanistan (geen details of het van Bin Laden was).

De mensenrechtenactivist Hafez Abu Saada wijst erop dat de aanklacht een aantal malen is veranderd. Eerst werden de mannen alleen beschuldigd van het inzamelen van fondsen zonder vergunning. Na 11 september kwamen daar allerlei aanklachten over beraamde terreurdaden bij.

Volgens de aanklager zijn de verdachten uit de voormalige Sovjetrepubliek Dagestan explosieven-experts, wat door hun aanwezige vrienden met klem wordt ontkend. ,,Na de val van het communisme kwamen wij hier onze religie bestuderen'', zegt een van hen. ,,En dan krijg je dit.'' Advocaten, mensenrechtenactivisten en familieleden zeggen dat de meeste verdachten in de gevangenis zijn gemarteld.

De verdachten ontkennen niet dat ze geld hebben ingezameld, maar wel dat dit geld was bedoeld voor terroristische operaties. In de verhoren hebben zij duidelijk gemaakt dat het ging om fondsenwerving voor de Palestijnen, Hamas in het bijzonder.

Hier is volgens hen niets mis mee, want de Egyptische regering beschouwt Hamas als een bevrijdingsorganisatie, niet als een terreurbeweging. Wel geven hun advocaten toe dat de mannen hun activiteiten hadden moeten melden bij de regering.

Tot verbijstering van de advocaten zijn in de processtukken alle verwijzingen naar Hamas en de Palestijnen onleesbaar gemaakt. Bij een reguliere rechtbank zou een dergelijk gerommel met het bewijs al genoeg zijn om deze zaak nietig te verklaren, zegt mensenrechtenactivist Abu Saada. ,,Maar dit is een militaire rechtbank dus ze kunnen doen wat ze willen.''

    • Joris Luyendijk