Krapte op arbeidsmarkt houdt aan

De krapte op de arbeidsmarkt voor middelbaar en hoger opgeleiden zal de komende vijf jaar aanhouden. Het aantal vacatures neemt weliswaar af, maar tegelijkertijd daalt het aantal toetredende schoolverlaters.

Dit blijkt uit een rapport van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht.

Ondanks de aanhoudende krapte heeft ongeveer 40 procent van de 340.000 schoolverlaters en afgestudeerden tot 2006 matige perspectieven op de arbeidsmarkt. Zij maken minder kans op een baan, hebben slechtere arbeidsvoorwaarden en zullen vaker werk onder hun opleidingsniveau moeten doen. Dat geldt vooral voor schoolverlaters van het VMBO, en in mindere mate van het HAVO/VWO.

Daarentegen zijn de vooruitzichten op werk voor hoogopgeleide afgestudeerden (HBO en WO) zeer gunstig. De vraag naar hoger opgeleiden neemt toe, doordat werkgevers hogere eisen stellen en doordat het aantal toetreders op de arbeidsmarkt gelijke tred houdt met de werkgelegenheid voor deze groep.

Voor schoolverlaters uit het middelbaar beroepsonderwijs, die zo'n 40 procent uitmaken van alle afgestudeerden, zijn de kansen op werk goed, aldus het ROA. Dat geldt vooral voor MBO-ers die zijn afgestudeerd in economie, landbouw, techniek en verpleging.

De zogenoemde arbeidsreserve, werklozen en beschikbare arbeidskrachten die niet actief op zoek zijn naar een baan, is tussen 1994 en 1999 gedaald van 3,3 miljoen naar 2,8 miljoen mensen.

Van de werklozen is op dit moment 60 procent vrouw. Onder de kortdurend werklozen zijn de jongeren sterk oververtegenwoordigd. Onder degenen die wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt maar niet actief op zoek zijn naar werk, zijn veel vrouwen van middelbare leeftijd. Daarvan is meer dan de helft lager opgeleid.

Ruim 300.000 werklozen en beschikbare, niet-werkende arbeidskrachten moeten om- of bijgeschoold worden om meer kans te maken op de arbeidsmarkt. Dat is nodig om te kunnen concurreren met schoolverlaters, aldus de onderzoekers.

De kans is klein dat lager-opgeleiden sterker zullen gaan participeren op de arbeidsmarkt. De vraag naar deze groep is volgens het ROA klein, evenals de bereidheid om aan de slag te gaan. Hoewel het gemiddelde opleidingsniveau van niet-werkenden is gestegen, hebben ze hun achterstand ten opzichte van werkenden niet ingelopen. Van de niet-werkenden heeft 45 procent minimaal een middelbare opleiding, tegen 72 procent van de werkenden.