Kabul en de grondstoffenvloek

ijn bijdrage aan de strijd tegen het terrorisme bedroeg f 3,39. Het was de prijs van het scheermesje dat in mijn handbagage zat. De veiligheidsfunctionaris op het vliegveld van Frankfurt vroeg of ik een Nassrasierder was en na het bevestigende antwoord was ze onverbiddelijk: het mesje verdween in een kartonnen doos waarin ook al nagelknippertjes, schaartjes en ander wapentuig. Het gaf een vreemd gevoel. Diezelfde dag kwamen tv-beelden uit bevrijd Kabul waar mannen hun baarden weer mochten afscheren.

De snelheid waarmee het Talibaanbewind in elkaar stortte en de Noordelijke Alliantie grote delen van Afghanistan veroverde, heeft menig kritische waarnemer overvallen. Kabul bevrijd, Kandahar en Konduz op het punt om te vallen en hier raakte GroenLinks in de knoop met zichzelf en werd Jan Pronk op het matje geroepen om zich te verantwoorden over zijn worsteling met de bombardementen.

Vreemd is dat. Een represssief bewind verdwijnt. De steun van de bevolking aan de Talibaan verkruimelt. De Afghaanse bevolking viert de bevrijding. De buurlanden houden zich in. De gevreesde kladderadatsch is niet uitgebroken. De gekozen militaire strategie heeft gewerkt: Amerikaanse bombardementen vanuit het zuiden en Russische leveranties van tanks en munitie vanuit het noorden hebben de grondtroepen van de Noordelijke Alliantie in staat gesteld met een schaarbeweging de verdedigingslinies van de Talibaan op te rollen. Dat is één.

Afghanistan is weer bereikbaar voor hulpverlening. Na decennia van Sovjet-bezetting, burgeroorlog en zelfgekozen theocratisch isolement kan er eindelijk iets van ontwikkeling in gang worden gezet. Internationale organisaties werken aan plannen voor wederopbouw, niet alleen herstel van de oorlogsschade, ook van de schade aangebracht door het Talibaanbewind. Volgens het Wereldvoedselprogramma van de VN kan er voor voldoende voedsel gezorgd worden om een hongersnood deze winter te voorkomen. In Bonn begint vandaag een bijeenkomst om te praten over de politieke toekomst van Afghanistan. Naar het zich laat aanzien zal het geteisterde land voorlopig bestuurd worden als een mandaatgebied van de Verenigde Naties, met de aanwezigheid van een internationale troepenmacht om te voorkomen dat Afghanistan opnieuw wegzakt in gewapende chaos. Dat is twee.

Drie is dat Afghanistan verlost is van een onbeschrijflijk bewind. In maart, het lijkt alweer lang geleden, moest de wereld machteloos toezien hoe de Talibaan enkele eeuwenoude boeddhabeelden in de rotsen opblies. Het ministerie van Goede Zeden had alle uitingen van muziek en afbeeldingen van mensen verboden. Uit religieus fanatisme waren vrouwen gedwongen zich te verbergen achter een burqa, meisjes werden uit het onderwijs verbannen en vrouwen uit het openbare leven.

En ten vierde is er het terrorisme. Daar begon het mee met de moorddadige vliegtuigaanslagen op het World Trade Center en het Pentagon. Het bewind van mullah Omar verleende gastvrijheid aan Osama bin Laden en stelde hem in staat zijn Al-Qaeda-netwerk vanuit Afghanistan te organiseren. Radicale aanhangers van Bin Laden uit Arabische landen en Pakistan vonden onderdak in Afghanistan. Door de bevolking werden ze als buitenlandse indringers beschouwd.

Je zou denken: als een dergelijk anti-emancipatorisch regime valt, dan steken Jan Pronk en Paul Rosenmöller de rode vlag uit. Leve de omwenteling! Maar niets daarvan. Terwijl zich voor hun ogen in Afghanistan veranderingen voordeden waarvoor ze zich hun hele politieke carrière hebben ingespannen, pleitte de leider van GroenLinks voor een steunpauze in de militaire campagne en verslikte Pronk zich in zijn geprangde geweten. Nog absurder is de opvatting van Karel Glastra van Loon, de welbespraakte schrijver-activist van de Socialistische Partij. Hij is tegen de `Uitverkoop van de beschaving' en ook tegen de `Nieuwe Oorlog'. Volgens hem is sprake van een Amerikaanse samenzwering en zat niet Bin Laden, maar Saoedi-Arabië achter de aanslagen.

Met het overrompelende succes van de militaire campagne is het niet afgelopen. Er moet in Afghanistan, en in de hele islamitische wereld, een proces van politieke secularisering, sociale modernisering en versterking van de markteconomie wortel schieten. Dat is lastig genoeg. Eén van de obstakels is de smalle economische basis van het Arabische gebied. De olierijkdom houdt democratie en welvaartsspreiding tegen.

In de jaren zeventig werden, onder gejuich van aanhangers van de nieuwe internationale economische orde, de buitenlandse oliemaatschappijen in het Midden-Oosten genationaliseerd. OPEC, het kartel van olie-exporterende landen, is in feite een organisatie van staatsoliemaatschappijen. In landen die afhankelijk zijn van één genationaliseerde grondstof, betekent politieke macht tevens economische macht. Dit wordt de `grondstoffenvloek' (zie de Financial Times van eergisteren) genoemd: wie de staat bezit, controleert de oliekraan en de geldkraan. De zittende elite geeft die macht niet vrijwillig op. Politieke tegenstanders worden uitgeschakeld. Voor de arme massa's is er het geloof in het paradijs na het aardse bestaan, buitengesloten leiders proberen de staat te veroveren om zich de economische buit te kunnen toe-eigenen. Dit is de voedingsbodem voor de militante islam. Uitspraken van Bin Laden duiden erop dat zijn religieuze fundamentalisme niet zozeer is ingegeven om Israël te verjagen uit de Palestijnse gebieden zoals Marcel van Dam wekelijks in de Volkskrant betoogt maar om de Saoedische koninklijke familie uit Riaad te verdrijven en de controle over de Saoedische oliebronnen te kunnen overnemen.

Dit maakt de ineenstorting van het Talibaanbewind niet alleen een zaak van terrorismebestrijding. Het gaat om een politieke omwenteling in dat deel van de wereld waar de olierijkdom in handen van de staat de ontwikkeling van open samenlevingen de afgelopen dertig jaar heeft verhinderd.

rjanssen@nrc.nl

    • Roel Janssen