Gezinsimmigratie

,,Soms bekruipt mij de twijfel'', liet het Kamerlid Dittrich van D66 zich vijf jaar geleden ontvallen. ,,Soms, 'snachts, als ik in mijn bed lig, vraag ik mij wel eens af: wat voor migratiepolitiek voert het rijke westen eigenlijk? Is die politiek geen struisvogelpolitiek?'' Zou Dittrichs partijgenoot, minister Van Boxtel (Grotestedenbeleid en Integratie) deze ervaring herkennen? In een uitgelekte interne notitie doet hij voorstellen voor een vernieuwing van het immigratiebeleid die de vraag oproepen naar welke kant zijn politieke vaan nu eigenlijk hangt.

De bewindsman wil gezinshereniging en gezinsvorming bij immigranten bemoeilijken. Argumenten: de aanzuigende werking en de omstandigheid dat Nederland royaler is dan de andere Europese landen. Zo telt Nederland de inkomens van beide partners bij elkaar op bij de zogeheten inkomenseis. Of dat in de praktijk veel verschil maakt, zegt Van Boxtel er niet bij. Hij zoekt de beperking vooral in de categorie vreemdelingen met een tijdelijke verblijfsstatus. Daar gaat een verbod gelden. Deze categorie omvat onder de nieuwe Vreemdelingenwet zowel asielzoekers als reguliere immigranten.

Het is een overgangscategorie waarin de inhoudelijke beslissing blijven of niet maximaal drie jaar wordt uitgesteld, mede om allerlei deelprocedures te voorkomen. In dit stramien past opschorting van de beslissing over gezinshereniging en -vorming. Maar zijn de eerste drie jaar werkelijk wel het probleem? Met name de gezinsvorming het halen van bruiden en bruidegoms uit het thuisland zal zich juist pas op termijn voordoen, als de tijdelijke verblijfsstatus is omgezet in een permanente.

Van Boxtel heeft gelijk dat dit problematische kanten heeft, een repeterende import van integratieachterstanden. Ruime opvattingen over het familieverband in andere culturen met bijbehorende aantallen kandidaten voor overkomst vergroten dit probleem verder. Nederland heeft het volste recht daar niet in mee te gaan, maar er is ook nog zoiets als het respect voor het familie- en gezinsleven. Dit behoort tot de algemeen erkende rechten van de mens en omvat mede het recht een gezin te stichten. Over deze complicatie is de notitie opmerkelijk stil.

Minister Van Boxtel zal zich moeten verdedigen tegen het verwijt van opportunisme. Probeert D66 na de VVD nu ook zich af te zetten tegen staatssecretaris Kalsbeek (Justitie, PvdA)? Deze zou de haperende integratie niet voldoende meenemen in haar toelatingsbeleid, zoals een inmiddels kennelijk uitgeslapen Dittrich oppert. En zit daar weer niet gewoon de angst voor Leefbaar Nederland achter?

Een vraagstuk apart vormt de ambitie van de minister van Integratie. Hem staat ,,een cyclisch beleidsproces'' voor ogen ,,dat voortdurend inspeelt op de positie van nieuwe burgers en op de ontwikkelingen in de samenleving''. Dat steekt nogal af tegen de inschattingsfouten en achterstanden bij de inburgeringsprojecten die onder zijn regie aan de dag zijn getreden.