Een passie voor planten

Botanisch tekenaar is een uitstervend beroep. Ruth van Crevel (1926) raakte er door louter toeval in verzeild. Eigenlijk had ze kinderboeken willen illustreren, maar daarmee bleek in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog geen droog brood te verdienen. In 1952 bood ze zichzelf als typiste aan in het Leidsch Dagblad, waarbij ze ook haar diploma van de Kunstacademie in Den Haag vermeldde. Er volgde een telefoontje van professor Van Steenis van het Rijksherbarium, die geen typiste bleek te zoeken, maar een botanisch illustrator voor de Flora Malesiana waarmee Van Steenis pas van start was gegaan. Deze flora, waarvan in Leiden nog altijd nieuwe delen verschijnen, beschrijft de plantenwereld van het voormalige Nederlands-Indië en omstreken.

Anders dan bijvoorbeeld in Engeland bestaat er in Nederland geen speciale opleiding voor wetenschappelijk tekenen. Ruth van Crevel moest het zelf maar uitzoeken. Daar zat ze dan, als jonge vrouw van 24 tussen al die brave, in haar ogen stokoude herbariummedewerkers, die met mappen vol muf, gedroogd herbariummateriaal door de gangen schuifelden. Er was werk genoeg. Het herbarium bleek in het bezit van een onafzienbare voorraad gedroogde planten, zo'n 4,5 miljoen exemplaren. Ze zou er 36 jaar lang, tot 1988, aan blijven werken.

Vooral het tropische materiaal was vaak in een armzalige conditie. Het viel niet mee om zo'n kleurloze, dorre, door kevers aangeknaagde bos hooi levensecht en liefst ook nog esthetisch af te beelden. Maar Van Crevel bleek een natuurtalent. Ze ontwikkelde haar eigen stijl, waarbij ze niet alleen de botanische details uiterst nauwgezet weergaf, maar de plant ook een zekere zwier meegaf, zo schreef professor Van Steenis in 1965 in het wetenschappelijke tijdschrift Blumea, toen hij als blijk van erkenning een plantengeslacht uit de Klokjesfamilie naar zijn tekenares vernoemde. Voortaan zou het geslacht Phyllocaris ruthiella heten.

Toen in Den Haag de School voor Fotografie en Fototechnieken werd opgericht, schreef Van Crevel zich in voor de avondcursus. Er ging een wereld voor haar open. Ze begon planten te fotograferen, ditmaal niet muf en gedroogd, maar wilde, kleurrijke exemplaren. Tussen stoeptegels en spoorbielzen ontdekte ze de wonderlijkste groeipatronen en die `onregelmatige regelmaat' fascineerde haar. Ze ging regelmatig als fotograaf met haar collega's mee op botanische excursies. Paddenstoelexperts bleken de akelige gewoonte te bezitten om uit de meest fotogenieke exemplaren snel een hap te nemen – even proeven of dit geen Russula is.

Haar eerste grote foto-opdracht was het fotograferen van de plantenwereld in het duingebied Meijendel, het waterwingebied tussen Wassenaar en Den Haag. Drie jaar lang zwierf ze door het terrein. ,,U bent zeker van het mollenonderzoek?'' kreeg ze soms te horen als ze languit met haar neus tussen de mossen lag. Het boek verscheen in 1974 bij het honderdjarig bestaan van de Haagse Duinwaterleiding. Daarmee was haar reputatie gevestigd.

In haar fotografie herken je de hand van de botanisch illustrator. Om de essentie van een plant weer te geven laat ze alles weg wat overbodig is en afleidt. Soms is ze uren in de berm aan het wieden om dat harmonische portret te kunnen maken dat ze in gedachten had. Als ze een zilvergrijze toorts langs de spoorbaan wil fotograferen, wacht ze net zo lang tot er op de achtergrond een blauwgrijze internationale trein in beeld verschijnt. Om een grashalm te fotograferen gaat ze alleen op pad bij windkracht één en daarvoor belt ze van tevoren met het KNMI. Soms sleept ze bakken zeewater mee naar huis om met behulp van glazen ovenschalen, de juiste lampen en statieven natte klodders zeewier levensecht af te beelden.

Ruth van Crevel is geen soortenjager, ze houdt ervan om doodgewone planten in het zonnetje te zetten. Haar portret van drie bloeiende brandnetels zou je zo als kerstkaart kunnen versturen. Zelf koos ze vorig jaar als kerstgroet een schattig groepje inktzwammen, voor de deur van haar Leidse bovenhuis tegenover de Hortus gefotografeerd. Om ze daarna lekker op te bakken met een gefruit uitje.

Na al die jaren sjouwt ze nog steeds met onwaarschijnlijk zware statieven en toen onlangs een selectie uit haar levenswerk in druk verscheen was ze 's avonds laat nog in eigen persoon op de drukkerij aanwezig om nauwlettend op de inktvoering toe te zien.

Plantenparade – van alg tot orchidee. Ruth van Crevel.

Uniepers, 2001. ISBN 90 6825 280 1. ƒ39,95.

    • Marion de Boo