Een intelligent soort pannespons

Reve heeft wel degelijk ook relaties met vrouwen gehad. Zijn huwelijk met Hanny Michaelis werd gekenmerkt door humor, ruzies en schuldgevoel.

Aangezien Gerard Reve zijn voorkeur voor de herenliefde niet onder stoelen of banken steekt, lijkt `Reve en de vrouwen' een onderwerp waarover je snel bent uitgepraat. Toch speelt de liefde voor vrouwen wel degelijk een belangrijke rol in zijn leven, vooral die voor zijn aardse moeder Net Doornbusch zaliger en voor zijn hemelse moeder Maria. Reve, die in de veronderstelling verkeert dat zijn publiek voor het grootste deel uit `internationale huisvrouwen' bestaat, schrijft dat vrouwen superieur zijn aan mannen. Hij is zelfs tien jaar getrouwd geweest met een vrouw.

,,Mijn tegennatuurlijke sexuele geaardheid was toen nog geen mode, verre van dat'', schrijft Reve over zijn jonge jaren, ,,en bovendien maakte ik mezelf wijs dat het niet waar was.'' Daarom zocht hij aanvankelijk de liefde van meisjes. Hij had in zijn tienerjaren een relatie met Tine Fraterman, een dienstmeisje dat goed kon zingen, en hij schonk op zijn zeventiende een schrift met tien gedichten aan Stien Amende, die bij hem in Amsterdam op het Vossius Gymnasium zat. Hij deed haar ook schriftelijk een huwelijksaanzoek, hetgeen haar bevreemdde omdat ze verder nooit iets van verliefdheid bij die `stijvige, statige' jongen had gemerkt.

Dichteres Hanny Michaelis (1922), die ook bij hem op school zat, omschreef hem als: ,,Een jongetje in een loden jas met een gezicht met ontzettend veel pukkels en krullend donkerblond haar, dat met een enigszins stuurse uitdrukking over die binnenplaats liep.'' Nadat Reve haar in 1947 voor het eerst had gezien bij uitgeverij Meulenhoff, omschreef hij haar als `een soort pannespons'. Toch werden ze dat jaar verliefd, op het feest na de uitreiking van de Reina Prinsen Geerligsprijs die Reve kreeg voor De avonden. Na het feest bracht Reve haar naar huis, waarbij hij een uiteenzetting hield over een defect aan zijn pisbuis. De volgende dag bekende hij haar zijn liefde: ,,Ja, ik mag jou wel, je zegt maar heel weinig domme dingen.''

Ze trouwden op 9 december 1948. ,,Een lui luxe vrouwtje, japonnetjes, hoedjes...'' zo omschreef Reve zijn vrouw, terwijl Michaelis in feite de kost verdiende, en hij thuis aan tafel zat te schrijven. Rond het middaguur bakte hij iedere dag een bokking. Als ze bezoek verwachtten, moest Michaelis aan de piano plaatsnemen, zodat de bezoekers ,,niet zouden denken dat ze van de straat waren''. De twee ruzieden veel – Reve werd niet graag tegengesproken en Michaelis sprak graag tegen – maar voelden ook een `diepe verstandhouding'. Bovendien moest Michaelis onbedaarlijk om hem lachen. Hoewel Reves voorkeur voor mannen reeds begin jaren vijftig manifest werd, ontbrak het in zijn huwelijk niet aan seks. Reve zei in die tijd tegen een vriend: ,,Met Hanny gaat altijd.'' En Michaelis zei begin jaren zeventig: ,,De daad werd regelmatig volvoerd.'' Zij concludeerde daaruit dat Reve `duidelijk bisexueel' is. Reve voelde zich schuldig omdat Michaelis `een kat in de zak' had gekocht.

In 1959 werd het huwelijk officieel ontbonden, maar toen waren ze reeds enkele jaren uit elkaar. Reve ging samenwonen met Wim Schuhmacher (`Wimie') aan de Oudezijds Achterburgwal; Michaelis woonde voor, de jongens achter. Schrijver Hans Plomp, die er als jongeling langskwam, schrijft dat de sfeer nogal gespannen was. Reve liep halfnaakt en dronken rond, zichzelf openlijk bevredigend tegen een tafelpoot. Michaelis kwam binnen om een kopje jenever te vragen. Reve joeg haar weg: ,,Ga je weg, klerehoer, dat zuipt maar van mijn goede jenever en smijt maar geld over de balk.''

Na Michaelis zijn de vrouwen in Reves leven en werk op de vingers van één hand te tellen. Midden jaren vijftig, toen hij korte tijd in Londen woonde, had hij een relatie met een blonde actrice die hij in zijn roman Oud en Eenzaam (1978) `Jane Raleigh' noemt. In 1968 had hij een korte relatie met een jonge, blonde weduwe, een affaire die hij later gebruikte in De Vierde Man (1981), waarin de zwarte weduwe Christine, die op ,,een heel mooie jongen'' lijkt, mannen verslindt. Ook in deze relaties voelde Reve zich schuldig. Bij vrouwen in bed voelde hij zich `een kat in een vreemd pakhuis'.

Maar fantaseren over seks met vrouwen kon altijd. In Een Circusjongen (1975) beschrijft hij de brute verkrachting door een vrachtwagenchauffeur van het jonge meisje Zusje (,,Niet doen ... ik ben nog op school.'') Zijn vriend Simon Carmiggelt moest hem daarbij `technische adviezen' geven omdat de chauffeur bijzondere verrichtingen uitvoerde die anatomisch onmogelijk waren. Volgens Carmiggelt had Reve toen reeds lang het contact met de heteroseksuele werkelijkheid verloren.

Bronnen: Interviews met Hanny Michaelis van Ad Fransen (HP/De Tijd 7/6/96), Bibeb (Dialoog 1969), en Nol Gregoor (waarschijnlijk begin jaren zeventig, illegaal gepubliceerd als Hanny Michaelis over Gerard Reve, 1987) Tom Rooduijn over jeugdliefdes in voorwoord van Terugkeer (1999). Hans Plomp in Een kaars voor Gerard Reve (1994).