Een boeiend boek voor acht vijftig!

Reve erkende al vroeg dat schrijvers zichzelf moeten verkopen. Dus volgde hij een toneelcursus en ging hij op tv optreden.

In 1954 volgde Gerard Reve een toneelcursus bij de British Drama League in Londen. Het jaar daarop deed hij een vervolgcursus. In totaal een half jaar heeft Reve zich, met aspirant-acteurs, verdiept in de wetten van het drama en van het optreden, in de wijze waarop met gebruik van mimiek, retoriek en motoriek een tekst voor het voetlicht moet worden gebracht.

Reve kan worden beschouwd als een van de eerste Nederlandse schrijvers die beseften dat een schrijver niet alleen literatuur maakt, maar ook zijn werk met overtuiging moet kunnen uitdragen. Hij is de grondlegger van het nu algemeen geldende adagium dat een schrijver zich óók voor zijn publiek moet kunnen presenteren. In vraaggesprekken heeft Reve herhaaldelijk verklaard hoe belangrijk het is bij een publiek optreden op de juiste momenten te pauzeren, de interviewer of zaal aan te kijken, duidelijk te spreken en een tekst goed te doseren en op te bouwen.

En Reve omhelsde als eerste het medium dat bij uitstek geschikt is voor zelfpromotie: de televisie. Hij trad het eerst voor de televisie op in 1961, in het AVRO-programma Bij het scheiden van de markt onder regie van Herman Wigbold. Het zijn opnamen van gesprekken die Reve voerde op het met sluiting bedreigde Amsterdamse Waterlooplein. ,,Deze markt, zoals u haar hier gekoesterd in de zonneschijn van een mooie zomermorgen ziet liggen'', sprak Reve bij aanvang, ,,zijn wij enkele weken geleden onopgemerkt voor u gaan bespieden en beluisteren. Daartoe hebben wij 's morgens voor dag en dauw, toen het marktterrein nog verlaten lag, twee camera's verborgen opgesteld, elke camera in een met dekzeilen afgesloten marktkraam. En bovenin een reeds gedeeltelijk gesloopt huis hebben we een derde camera geplaatst. Door kleine openingen in het zeildoek hebben deze camera's voor u gekeken om u een laatste blik te gunnen op deze oude, overbekende Amsterdamse rommelmarkt, die door de afbraak van de oude jodenbuurt spoedig voor altijd zal verdwijnen.'' Volgden gesprekken met een marktkoopman (,,Zeg, die schoenen, deze hier, dat zijn allemaal enkele. Maar wie koopt er nou een enkele schoen?'') en een jongen die in een doos graait op zoek naar radiolampen (,,Bouwt u zelf radio's?'').

De toneelopleiding kwam Reve ook goed van pas bij zijn deelname aan het satirische VARA-programma Zo is het toevallig ook nog 's een keer... Hierin speelde hij onder meer een verongelijkt Kamerlid dat moet wijken voor VVD-voorman Toxopeus (,,Waarom ik juist, er zijn toch zeker genoeg kneusjes?'') en vertegenwoordigers van de Verenigde Staten en China, die beiden, op de vraag van Jan Blokker hoe het aantal slachtoffers van de Vietnam-oorlog te beperken, identiek antwoordden: ,,Dat is betrekkelijk eenvoudig: een einde maken aan de oorlog.'' Hoe, wil Blokker weten. ,,Vechten tot we gewonnen hebben, met luchtaanvallen, bommen, raketten, napalm, gas, enfin, noem maar op.''

Reve ontdekte ook al heel vroeg dat het de verkoop van een boek kan bevorderen als je het publiek van je persoonlijke leven op de hoogte houdt. In een uitzending in 1963 van Literaire Ontmoetingen, zei hij over `het Betondorp' waar hij opgroeide: ,,Over deze hele buurt, de huizen, tuinen, daken, straten, pleintjes, heeft altijd voor mij een sfeer gehangen van onpeilbaar diepe, onontkoombare weemoed. Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit.'' Bij Koos Postema verkondigde hij in 1971 zijn `huwelijk' met Woelrat en Teigetje. Over zijn thematiek zei hij: ,,Bij de meeste romantisch-decadente schrijvers gaat het over van voren, bij mij gaat het over van achteren. Dat is het enige verschil.''

Het aantal programma's waarin Reve in de afgelopen veertig jaar optrad loopt in de honderden. Veel vroege tv-fragmenten tonen een marktkoopman die zijn waren aanprijst. Zo schroomde hij er niet voor zijn boeken voor de camera op te houden en de prijs te noemen (,,Ingenaaid, acht vijftig, verkrijgbaar bij de erkende boekwinkel''). En bij het uitkomen van Lieve Jongens in 1973 sprak hij, met een hand op de schouder van een Mariabeeld: ,,Mijn boek is niets nieuws, in de zin dat het goed geschreven is, dat het boeiend is, dat je je niet verveelt, dat je niet bekocht bent. En dat je niet een soort van ge-urm en gezeur leest, geen intellectueel, cultureel gezeik, maar een boek op poten dat je leest voor je plezier.''

,,Kunst moet commercieel zijn, en een kunstenaar moet op zijn minst proberen zakenman te wezen'', zei hij ooit. ,,Je hebt een winkel en als je niet behoorlijk schreeuwt, dan blijven je wasmachines op magazijn staan.''

    • Tom Rooduijn