De wereld draait niet om Nederland

Migranten en autochtonen moeten samen een inburgeringscursus volgen en Nederland moet aan zelfonderzoek doen , stelt Mercita Coronel als reactie op Paul Scheffers stuk over het afbladderende vernis van de verdraagzaamheid.

De tolerantie bladdert af en de `bestuurlijke omgang' met migratie is daar debet aan. Aldus publicist Paul Scheffer (NRC Handelsblad, 17 november). Het is volgens hem allemaal na 11 september duidelijk geworden. De oplossingen ziet hij in een volwaardige burgerschap van de migranten, te bereiken via de beheersing van de Nederlandse taal, `verinnerlijking van de rechtscultuur' en historisch besef. Daarnaast moet het multicultureel samenleven onderwerp in de aankomende verkiezingen worden. Scheffer heeft ook reeds programmapunten; de tolerantie jegens religieuze onverdraagzaamheid, de afschaffing van de dubbele nationaliteit, de gezinsvorming, het daadwerkelijk terugsturen van uitgeprocedeerde asielzoekers.

Ik herken mij niet in de eendimensionale, bijna xenofobe en islamfobische vertaling die Scheffer geeft van de feitelijke gebeurtenissen in de Nederlandse samenleving na 11 september. Er is bijvoorbeeld geen enkele moskee of imam geweest die de aanslagen heeft goedgekeurd. Moskeeën en organisaties van allochtonen hebben juist, in de wetenschap hoe gevoelig de islam in Nederland ligt, direct publiekelijk afstand genomen van die aanslagen. Blijkbaar heeft Scheffer die geluiden niet gehoord.

Wat vooral duidelijk is geworden na 11 september is niet de ontluistering van de mythe van de Nederlandse tolerantie want dat sprake is van een mythe was bij veel migranten reeds bekend maar het besef dat minderheden vaak een ander, uitgebreider referentiekader hebben dan de gemiddelde Nederlander. Minderheden nemen hun eigen cultuurhistorische geschiedenis mee en komen tot andere duidingen van gebeurtenissen in de wereld. Scheffer noemt als voorbeeld van deloyaal gedrag een zwarte school die het niet vanzelfsprekend vond om drie minuten stilte in acht te nemen. Hij verklaart dat onder meer uit een gebrek aan historische kennis van Nederland. Ten onrechte: de Tweede Wereldoorlog is standaardonderwerp in geschiedenislessen.

Belangrijker is echter het feit dat historisch besef, `de verinnerlijking van de Nederlandse rechtscultuur' en de Nederlandse nationaliteit, geen voorwaarden zijn voor vereenzelviging met het land van verblijf. Gevoelens zijn niet rationeel te sturen. Neem mij bijvoorbeeld. Ik ben niet-moslim en al 32 jaar in Nederland woonachtig. Door Nederlandse pleegouders opgevoed en lange tijd alleen met Nederlanders omgegaan. Ik spreek accentloos Nederlands, beschik over de Nederlandse nationaliteit en ik heb `de Nederlandse rechtscultuur verinnerlijkt', zoals Scheffer wenst.

Een hoogdravende eis trouwens die misschien ook aan de wekelijkse voetbalvandalen of de opgeschoten jongeren in Salou – die het als grootste uiting van Nederlandse rechtscultuurgoed beschouwen om de camera hun achterste te tonen – voorgelegd zou kunnen worden. Een overbodige eis, omdat ik nog geen enkele migrant heb gehoord die de Nederlandse Grondwet ter discussie wil stellen. En tenslotte een arrogante eis, omdat wordt gesuggereerd dat migranten, zonder deze rechtscultuur, geen innerlijke beschaving zouden kennen; dat zij kwaad niet van goed weten te onderscheiden. Ondanks het feit dat ik ook aan deze eis van Scheffers volwaardige burgerschap voldoe, was het voor mij desalniettemin niet vanzelfsprekend om drie minuten stilte in acht te nemen voor de doden in de Verenigde Staten.

Als Zuid-Amerikaanse migrant is Nederland en het westen niet alleen mijn referentiekader. Ik heb historisch besef, maar niet alleen van de Nederlandse, ook van de Zuid- en Midden-Amerikaanse geschiedenis, waarin westerse landen en met name de Verenigde Staten een ontregelende rol hebben gespeeld. Voor mij is Nederland inderdaad niet de wereld waar alles om draait. Is dat erg? Men prijst dit in deze tijd van globalisering toch als kosmopolitisch burgerschap aan? Ik heb met de doden in de VS net zoveel mededogen als met de doden die in Srebrenica of Rwanda vielen. Maar voor hen is ook geen drie minuten stilte gevraagd.

Ik keur de aanslagen af en zie ze als een morbide actie van gevaarlijke verdwaasden. Maar wanneer deze verdwaasden spreken over het onrecht wat de Palestijnen al decennia door met name de Verenigde Staten als bondgenoot van Israël wordt aangedaan, dan begrijp ik dat. Maar dat houdt geenszins in dat ik niet ook een loyaliteit tegenover Nederland heb.

Emotionele binding met een land dwing je niet af door het afschaffen van het recht op een dubbele nationaliteit of het verbieden van gezinsvorming. En men bereikt dit zeker niet door als een soort Gedänkepolizei op te treden en meningen die Nederland onwelgevallig zijn af te doen als een integratieprobleem. Het is ironisch dat Nederlands meest gewaardeerde gedachtegoed, de vrijheid van meningsuiting, de emotionele binding met Nederland een grote slag toegebracht heeft. Door de afwijzende en veroordelende reactie op afwijkende meningen van met name moslims, lijkt het alsof vrijheid van meningsuiting alleen geldt voor hen die hetzelfde denken als de gemiddelde Nederlander.

Scheffer ziet de recente multiculturele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving vooral als een bestuurlijk en politiek probleem en zoekt de oplossing, als ik goed tussen de regels lees, in een restrictief toelatingsbeleid. Ik zoek de verklaring elders en zie de oplossing wat prozaïscher. Migranten en autochtonen moeten samen een inburgeringscursus volgen. Autochtonen weten inderdaad te weinig van `wat in de moskeeën gebeurt'. En Nederland moet onderzoeken waarom het zoveel moeite heeft met de vrijheid van godsdienst als het de islam betreft, en met de vrijheid van meningsuiting, als het een andere mening betreft dan de zijne. Verder: meer interesse tonen in de andere buurman, allochtoon of autochtoon. Dat heeft vooral met individuele gemeenschapszin te maken en veel minder met `bestuurlijke omgang'.

Mercita Coronel is freelance journalist.

    • Mercita Coronel