De redding van Sint Nicolaas

Elk jaar als de bejaarden naar Benidorm trekken om er te overwinteren, reizen Sint en zijn Pieten tegen de stroom in, de eeuwige regen van de Hollandse november tegemoet. Hoe vreemd het ook mag lijken dat een in Spanje wonende heilige zijn verjaardag in het koude Nederland viert, kinderen aanvaarden het verschijnsel als het fundament van alle logica.

In feite is er in een land waar men tevens gelooft in de kerstman, de Messias, reclameleuzen en de integriteit van politici helemaal niets vreemds aan een oude man in een jurk die met zijn paard over de daken rijdt en zijn knechten via schoorstenen cadeautjes in schoenen laat stoppen. Toch komt voor ieder kind ooit de grote klap: Sinterklaas bestaat niet! En als extra zout in de wonde hoor je later dat hij waarschijnlijk niet uit Spanje kwam, maar uit Turkije. En nog later zie je hem in Italië op fresco's en schilderijen afgebeeld als... Sint Nicolaas van Bari.

Toen ik enkele maanden geleden Bari bezocht, diende één en ander te worden opgehelderd. Na urenlang dwalen door een doolhof van pleintjes, tunneltjes en stegen stond ik eindelijk voor de witte Sint Nicolaas basiliek. Het interieur was van een eenvoudige schoonheid: afgezien van het barokke plafond leek het op een fusie van een Romeinse tempel en een protestantse kerk. Achter het altaar stond de tombe van Sinterklaas. Ik had de echte Sint gevonden, en niet zo'n bedrieger met een baard van watjes en een kartonnen mijter! Maar hoewel ik nu met zekerheid kon zeggen dat hij dood was, wist ik nog steeds niet waarom de Sint in Bari lag.

Toen ik weer buiten kwam, waren de carabinieri bezig alle doorgaande wegen af te zetten. In een bar vertelde een bejaarde Barees dat die avond het feest van Sint Nicolaas zou worden gevierd. ,,Is dat niet op 6 december dan?'', vroeg ik. Het was 7 mei, dat was toch een eind uit de buurt. ,,Jawel'', zei hij, ,,en 6 december vieren we óók, maar deze dag is de verjaardag van zijn postume aankomst in Bari.'' Een tweede Sinterklaasfeest?

Aan het einde van de elfde eeuw, blijkt uit de verhalen van de Barezen, dobberde een Barees handelsschip tussen de Griekse eilanden in de windstille Egeïsche zee. Het was de tijd van de kruistochten. Regelmatig trokken kilometerslange legers naar het Heilige Land om te vechten tegen een Oosters volk en zijn afwijkende interpretatie van de Heiland. Zelfs koningen en keizers streden mee, overtuigd van de Goede Zaak en met onwrikbaar vertrouwen in de overwinning, hoewel ze na de plundertocht naar Jeruzalem meestal met gebogen hoofd naar huis terugkeerden. De situatie was hopeloos en zelfs het ooit zo machtige Byzantijnse Rijk werd langzaam verzwolgen door de Saracenen.

Vanaf het Barese schip kreeg men Myrrha in zicht, de stad van Sint Nicolaas, al eeuwen in handen van de `ongelovige' Byzantijnen. Geïnspireerd door het vooruitzicht op roem, heldendom en de hemel rees het avontuurlijke plan om de resten van de Sint te roven en naar Bari te brengen, waar hij in christelijke grond zou kunnen worden begraven.

Wat met grote woorden was voorgesteld als een heroïsche daad was natuurlijk niet veel meer dan grafschennis en diefstal. De bemanning woonde op de dag van aankomst in de stad de mis bij en bleef na afloop nog even napraten met de priester. Ze sloten de deur, bonden de priester vast met een prop in zijn mond en voerden efficiënt de operatie uit: koevoet tussen de tombe, botten van Sinterklaas eruit, botten van het voor de lunch verorberde everzwijn erin en met de buit via de achterdeur weer naar buiten.

Als helden werden de avonturiers binnengehaald in Bari, vooral dankzij het feit dat het de hoogtijdagen van de relikwieënhandel waren: na duizend jaar doken overal in Europa op miraculeuze wijze splinters op van het Ware Kruis, lijkwades, lendedoeken van de Verlosser, doornenkronen, heilige gralen en bloedmonsters van Christus of sieraden en moedermelk van de Heilige Maagd, de sandalen van Josef, de kettingen van Petrus, ezelsoren, de ossenstaart... Geen kerk telde meer mee als ze niet iets had dat binnen een straal van 500 kilometer van een bijbelse gebeurtenis of heilige was geweest. En nu werd er in Bari het complete lijk van Sint Nicolaas binnengebracht! De David-en-Goliath-achtige strijd wordt tot op de dag van vandaag met veel smaak door de Barezen naverteld: hun piraten hebben de stad op de wereldkaart gezet, want vanaf die dag zou de naam Sint Nicolaas voor eeuwig met Bari verbonden blijven. Voor de stoffelijke resten van de heilige werd een basiliek gebouwd en de zevende mei, de dag van wat de Barezen zijn `terugkomst' noemen, werd samen met de verjaardag van de Sint tot een lokale feestdag uitgeroepen.

Precies 914 jaar later kijk ik uit over de blanke rotsen langs de brede boulevard rond de oude stad. Waar normaal gesproken het chaotische verkeer rijdt, worden kraampjes opgebouwd alsof het kermis is. Aan het begin van de avond komt de Sint aan in de haven van Bari, niet in hoogsteigen persoon, maar in de vorm van een middeleeuws icoon dat door de Barezen in triomf wordt meegevoerd naar de hoofdstraat, waar alles in gereedheid is gebracht voor de grote parade. Het miezert en terwijl de Barezen kleumend wachten op wat komen gaat, klinkt er een stem door de luidsprekers: ,,Welkom, dames en heren, bij het feest van Sint Nicolaas. Het weer zit een beetje tegen, maar zodra het ophoudt met regenen, beginnen we met de grote parade.'' Het houdt vrijwel direct op met regenen en de parade gaat van start. Het portret van de Sint komt als eerste voorbij en de omroeper begint aan zijn preek: ,,Sint Nicolaas! Goedheiligman, welkom terug in de stad waar u geboren bent en uw laatste rustplaats hebt gevonden!''

De stem vertelt over de wonderen die Sint Nicolaas verricht zou hebben, waarbij voorbijtrekkende praalwagens dienen als illustratie van zijn woorden. Als eerste beschrijft hij het mirakel van de `tre ragazzi', over de Sint die eens naar een concilie op weg was en met zijn gezelschap aankwam in een dorp waar hij een louche slager om water, brood en vlees vroeg voor hem en zijn kameraden (op een praalwagen trekt intussen een louche slager voorbij). Er hing een grimmige sfeer in het dorp en nergens waren kinderen te zien. Als het heilige gezelschap een riante hoeveelheid onorthodox smakende vlezen voorgeschoteld krijgt, ruikt Sint onraad (er passeren drie wagens met kinderen aan het spit) en vraagt hij aan de slager waar de slachtresten waren gebleven. De slager weigert om informatie te verschaffen, maar onder dreiging van hel en verdoemenis komt toch de waarheid aan het licht. Sint zou echter Nicolaas niet zijn als hij deze onrechtvaardigheid niet recht kon breien: hij haalt zijn toverstokje te voorschijn en verandert de drie sudderende vlezen weer in `tre ragazzi', drie kinderen. En, zo besluit de stem: ,,Vanaf dat moment was Sint Nicolaas de beschermheilige der kinderen.''

Er komen nog meer wonderen van de Sint voorbij, met als grande finale het schip dat Sint Nicolaas naar Bari voerde: op welhaast ware grootte vaart het voorbij met volle zeilen en de bemanning aan dek. Gejuich! Bengaals vuur! De stem vervalt bijna in extase als hij de matrozen bij name noemt en lyrisch vertelt over hun rol in de lijkenroof. Het volk sluit aan achter het schip en loopt mee naar het grote plein in de oude stad. Met knipperende ogen sta ik in een zee van licht: op het hele plein staan tienduizenden lampjes en aan het einde staat een complete kerkfaçade met ontelbare lichtjes. De hele oude stad is versierd als een kerstboom in Disneyland. Overal klinkt muziek en lopen groepjes mensen die elkaar feliciteren en gelukwensen. Het is alsof kerstmis en nieuwjaar in Bari samenvallen op Sinterklaas.

Dan begint de knallende slotakte van het Sint Nicolaasfeest: het vuurwerk. Zeker een half uur gaan de sterrenregens door, die steeds kleurrijker en extremer worden. Terwijl de gebouwen van de stad, de zee en de gezichten van de mensen eindeloos in de rode, blauwe, groene en gouden gloed het hemelvuur weerkaatsen, moet ik denken aan het Sinterklaasfeest in Nederland: de chocoladeletters, de surprises, de gedichten en de gehandschoende hand die om de hoek van de deur pepernoten de kamer in strooit. Een mooie Hollandse traditie, maar het échte Sinterklaasfeest lijkt toch meer op Carnaval in Rio.