Controle snelheid `effectief'

Het controleren van de snelheid van automobilisten over een langer traject in plaats van door flitspalen is ,,uitermate effectief''. Het aantal snelheidsovertredingen neemt bij zogenoemde automatische trajectcontrole ,,drastisch'' af. Dat stellen Rijkswaterstaat, het Openbaar Ministerie en het Korps Landelijke Politiediensten na een proef bij wegwerkzaamheden op rijksweg A2 bij Eindhoven tussen Leende en Maarheeze.

Voorafgaand aan de proef reed overdag ongeveer 10 procent van de weggebruikers harder dan de toegestane 70 kilometer per uur. Tijdens de proef daalde dat aantal tot onder de 1 procent. Buiten de spits reed voorafgaand aan het experiment 25 tot 40 procent van de automobilisten te hard. Dat was tijdens de proef nog 5 procent.

Doel van het experiment was vooral om de veiligheid van de wegwerkers te vergroten. De afgelopen vijf jaar vielen bij wegwerkzaamheden jaarlijks gemiddeld 11 doden en 250 gewonden. Hoewel het meten van de afname van het risico voor wegwerkers ,,lastig'' is, is uit een enquête wel gebleken dat de wegwerkers tevreden waren over met name het ,,rustige verkeersbeeld''.

Automobilisten noemen in een enquête als voordeel dat men niet wordt bekeurd als men een kort moment te hard rijdt, maar op basis van een gemiddelde snelheid.

Bij trajectcontrole zijn over een bepaalde afstand aan het begin en het einde van de weg videocamera's opgesteld die van ieder passerend voertuig een elektronische afbeelding maken. Met deze beelden berekent een computer de gemiddelde snelheid. Ligt deze te hoog, dan krijgt de weggebruiker een bekeuring thuis gestuurd.