Bouwfraude

Om aan dubieuze aanbestedingspraktijken een eind te maken, is in oktober 1986 het Uniform Prijsregelend Reglement (UPR) bindend vastgesteld door de Samenwerkende Prijsregelende Organisaties in de bouwnijverheid (SPO). Zodoende werd een en ander in geordende banen geleid, zowel in het algemeen belang als in het belang van aanbesteders en aannemers. De regeling kende afzonderlijke bepalingen voor onderhandse en openbare aanbestedingen, met bijbehorende rekenvergoedingstarieven.

Het UPR vond men zo belangwekkend en karakteristiek voor de Nederlandse situatie dat, in het kader van een zich op de Europese markt oriënterende Franse bouwindustrie, dit reglement in september 1991 op een Nederlandse dag in Parijs werd geïntroduceerd. De toenmalige directeur van het SPO legde de Franse toehoorders uit hoe netjes Nederland de zaken had geregeld.

Maar ter wille van onbeperkte mededinging werd door Brussel een stokje gestoken voor de Nederlandse praktijk, en ging wat later de problematiek van de rekenvergoeding, zoals nu gebleken is, ondergronds.

Nu stelt mr. Van der Horst (NRC Handelsblad, 16 november) voor om via `innovatieve' aanbestedingen een `integrale' aanpak te stimuleren, waarbij ontwerp en uitvoering aan één opdrachtnemer worden gegund, hetgeen het frauderen zou bemoeilijken.

De offertekosten hebben dan echter niet meer alleen betrekking op de uitvoering van een werk, maar ook op het ontwerp daarvan. De offertekosten worden dus hoger en de problematiek van onsuccesvolle inschrijvers nijpender.

Denk bijvoorbeeld aan de aanzienlijke ontwerpkosten van een Erasmusbrug of het stadhuis van een grote stad.

Het is de vraag of de door Van der Horst voorgestelde oplossing een panacee voor de fraudebestrijding kan zijn.

Pikant is dat per 1 september 2001 een nieuw aanbestedingsreglement van kracht is geworden met de mogelijkheid inschrijvingskosten te vergoeden bij aanbestedingen met meer dan drie aannemers, ter vervanging van het oude aanbestedingsreglement waarin een dergelijke vergoeding niet opgenomen was.

    • Ir. O. Sluizer