Blik in boerenziel voor Brinkhorst

Wat wil de boer? Landbouwminister Laurens Jan ,,verkoop die grond toch'' Brinkhorst begrijpt zijn achterban niet, is het verwijt. Dus liet hij uitzoeken waarom boeren boeren.

Het incident speelde zich nu ruim een jaar geleden af. Voor een zaal met klagende boeren stelde minister Laurens Jan Brinkhorst (Landbouw, D66) een op het oog onschuldige vraag: als het je als ondernemer zo slecht gaat, waarom verkoop je dan de grond niet? Als grondbezitters zijn jullie immers allemaal miljonair!

Gekwetst rumoer steeg op van velden en erven: Brinkhorst, de man die ónze minister zou moeten zijn, begrijpt de boer niet! De democraat, al dan niet gespeeld verbaasd, nam de handschoen op. Hij vroeg, ruim vóórdat de mond- en klauwzeercrisis hem nieuwe verwijten van onbegrip zou opleveren, het Sociaal en Cultureel Planbureau een studie te maken van de boerenziel. Brinkhorst wilde weten: waarom blijven boeren boeren? Was will der Bauer?

Vandaag, ruim een jaar later, biedt Paul Schnabel, directeur van SCP, de minister een essay aan van achttien A4-tjes over dit raadsel. Het leidde in landbouwkringen tot smalende reacties dat Brinkhorst nu juist het SCP moest vragen. In Wageningen zijn de landbouwsociologie en -economie ruim ontwikkelde wetenschappen, die volgens Schnabel ook een belangrijke rol hebben gespeeld bij de modernisering van de landbouw. Daarnaast zijn er talrijke getuigenissen van en over de agrarische leefwereld, waaruit Schnabel heeft kunnen putten - Geert Maks bestseller Hoe God verdween uit Jorwerd is het bekendste voorbeeld. Maar het SCP, dat er toch juist voor ís om sociale en culturele trends te bestuderen, waagde zich niet eerder aan de boer. ,,Het onderzoek is altijd een zaak van het `groene front' zelf gebleven,''constateert Schnabel. Hij noemt zichzelf dan ook een ,,buitenstaander'', die met betrekkelijk weinig kennis van zaken aan zijn opdracht begon. Maar de kritische reacties zijn vooral tekenend, vindt Schnabel, voor de ,,gesloten en besloten wereld'' waarin het boerenbedrijf zich afspeelt.

Schnabel maakt er geen geheim van dat hij bij zijn verkenningen in de agrarische wereld heeft getracht zijn buitenstaanders-verbazing vast te houden. Zo heeft hij willen begrijpen wat de boer drijft om méér te zijn dan een zakenman op zoek naar snel gewin. Het antwoord, denkt Schnabel, heeft te maken met de ,,bijna morele connotatie'' dat de boer ,, als schakel in een lange keten van generaties boeren'' niet ,,het recht'' heeft om ,,the great chain of being'' zomaar te doorbreken. Dat brengt de boer volgens Schnabel dicht bij wat vroeger gold voor de priester en de dokter: vrijwillig ophouden wordt gezien als een ,,persoonlijk falen, een bewijs van onvermogen om dit mooie en hoge beroep aan te kunnen.'' De verbondenheid met grond, omgeving en natuur is de identiteit die dat uitdrukt.

De ideologie die zich zo heeft ontwikkeld rond het ,,oudste beschaafde beroep'', verklaart volgens Schnabel ook mede het ontstaan van een groen front. Het gaat hier om ,,would-be-boeren'' die niet de mogelijkheid hebben zelf boer te worden, maar zich als hoogopgeleide professionals wel sterk met hem identificeren. Daar ziet Schnabel weer overeenkomsten met kunstenaar en koningshuis, die voor hun functioneren ook afhankelijk zijn van hun omgeving.

Deze gegroeide situatie verklaart veel van de spanningen tussen Brinkhorst en de agrarische wereld, denkt Schnabel: vroeger was de minister van Landbouw de ,,sluitsteen'' van de `boerenkathedraal'. Door zich niet met de boerenstand te vereenzelvigen, bedreigt hij echter het hele bouwwerk dat de boeren nog in stand houdt. Dat leidt tot reacties die ,,heftig'' en ,,hopeloos'' zijn, volgens Schnabel. Elders vat hij het samen als: ,,Na god is ook de minister uit Jorwerd verdwenen.''

Ondertussen verandert dat niets aan de grote lijn: bij de tienduizenden boeren die de afgelopen decennia zijn gestopt, zullen zich nog velen voegen. Omdat er tegelijk geen nieuwe boeren bijkomen, krijgen de overblijvers, die de rijen sluiten tegen de kritische buitenwacht, volgens Schnabel ,,steeds meer trekken van een kaste.'' Geheel buiten de markteconomie staat deze kaste niet: ,,Als het echt niet meer gaat (...), houdt de boer op met boeren,'' constateert Schnabel. Maar voordat het zover is, zal hij alle mogelijke wegen zoeken om door te gaan: van zorgboerderij voor ouderen tot caravanstalling en ponykamp. Opvallend is daarbij dat de vrouw, die nu meer dan 20 procent van de bedrijven leidt, vaak de nieuwe activiteiten draagt. Gelukkig maar, want die toekomst als miljonair waar Brinkhorst het over had, lijkt toch te rooskleurig: vaak blijkt uit een ,,eenvoudige rekensom'' dat er ,,misschien te weinig geld is om door te gaan, maar zeker niet genoeg geld om te stoppen'' en een ander bestaan op te bouwen, schrijft Schnabel.

    • René Moerland