`Wij doen het voor onszelf'

Veelbelovende jonge carrièremakers, hipo's, zijn op zoek naar contacten. De 15.000 leden van InterCompany Association kunnen niet wachten elkaar in de armen te sluiten. ,,Het ICA levert je een netwerk.''

Dus zó praten high potentials met elkaar: ,,Weet je wie ik nog tegenkwam? Paul! Die kerel zie je ook overal. Laatst zelfs nog bij een sollicitatie bij de ABN Amro...''

En zo praten diezelfde hipo's óver elkaar: ,,Het valt me op dat iedereen er hier altijd uitziet alsof ze het gaan maken.'' ,,Onze leden zijn ambitieus, ondernemend en hebben al op jonge leeftijd leidinggevende functies. Ze zijn tussen 25 en 35 jaar, hebben een hoge opleiding en gaan het maken.''

Dat laatste zegt Roos Grasveld, 27 jaar en behalve consultant bij PricewaterhouseCoopers ook voorzitter van InterCompany Association (ICA), hét netwerk voor 15.000 jonge werknemers van grote Nederlandse bedrijven. ,,Door het ICA kom ik op plekken waar ik anders niet zou komen, hoor ik dingen die ik anders niet zou horen, en ontmoet ik mensen die ik anders niet zou ontmoeten.''

Afgelopen vrijdag troffen ze elkaar weer, de leden van het ICA. In het Utrechtse Holland Casino hield het netwerk het jaarlijkse congres, tussen de gouden gordijnen, de spiegels op het plafond en de nu al opgetuigde kerstbomen. Het thema was `work-life-balance', en de deelnemers leken zich er zeer druk om te maken. Hoe een juist evenwicht te zoeken tussen het harde werken en een vol sociaal leven? Want, zo zegt Grasveld, deze hipo's ,,hebben een drukke baan, doen enthousiast aan sport, en hebben ook nog eens duizend vrienden.''

Congresorganisator Eelko Bos ervaart dat conflict aan den lijve. Hij woont in Maastricht, sport twee keer per week en heeft ,,in steden over heel het land'' vrienden wonen die hij regelmatig opzoekt. ,,Ik doe dit mezelf aan, zo'n druk leven. Ik hóef dit leven niet, maar doe het mezelf aan. Maar ik ben daar zeker niet uniek in. Net als veel anderen hier, worstel ook ik met mijn vrijetijdsbesteding. Ik wil én hard werken, én sporten, én vrijwilligerswerk doen én naar een congres komen.''

De leidster van een van de workshops ziet daarin een gevaar: ,,Het is iets van deze tijd om daarvan behoorlijk uit balans te raken.'' Voor in de zaal probeert een meisje een goed evenwicht te vinden tussen opletten en vechten tegen de slaap, iets verder naar achteren bediscussiëren twee deelneemsters de pro's en contra's van de nieuwe baas.

Maar misschien nog wel belangrijker dan het informatieve deel van het congres, is de mogelijkheid om gelijkgestemden te ontmoeten binnen het ICA. Dat is dan ook een van de twee doelen van de organisatie. Voorzitter Grasveld: ,,Enerzijds is het doel dat onze leden kennis en ervaring kunnen delen, maar ook het opbouwen van een sociaal netwerk is erg belangrijk.''

Bij het ICA zijn 24 verenigingen van jonge werknemers van grote organisaties aangesloten. Van Ahold tot Shell, van het ministerie van Economische Zaken tot KLM. De afgevaardigden van de organisaties binnen het ICA beslissen onderling welk nog niet aangesloten concern zich lid mag noemen. Daarbij speelt sterk mee dat het ICA liefst geen concurrerende bedrijven uit dezelfde bedrijfstak in zijn gelederen heeft. Zo kreeg de jongerenvereniging van adviesorganisatie McKinsey onlangs te horen dat ze niet welkom is; PricewaterhouseCoopers was de consultants voor geweest. Uitgever Wegener en energieleverancier Essent werden recentelijk wel toegelaten. En een bierbrouwer zou ook van harte welkom zijn. Sponsoring haalt het ICA veelal bij de concerns zelf. Dat het ICA worstelt met de vraag wie wel maar vooral: wie niet toegelaten mogen worden, blijkt wel uit de ballotagediscussie die recentelijk binnen de vereniging woedde over de vraag of jonge secretaresses van de aangesloten bedrijven ook lid kunnen worden. ,,Niks ten nadele van secretaresses'', zegt Grasveld, ,,maar uiteindelijk hebben we toch besloten dat ze hier niet passen.''

Driemaal per jaar komen de leden van het ICA bijeen. Naast het congres organiseert het netwerk, met een begroting van 200.000 gulden per jaar, de `Games' met spelletjes als zaklopen en springen op luchtkussens. Eerder dit jaar begeleidden leden van het ICA ouderen tijdens een dagje in De Efteling. Toch is het ICA niet te vergelijken met een organisatie als de Rotary, zegt de voorzitter. ,,De Rotary is vooral voor het goede doel. Wij doen het voor onszelf.''

Ook buiten de drie jaarlijkse evenementen kunnen de jonge werknemers meedoen aan de evenementen die de aangesloten jongerenverenigingen organiseren. Zo houdt bouwconcern Hollandsche Beton Groep jaarlijks een debating-wedstrijd, maken de jongeren van KLM met enige regelmaat vluchtjes en zijn er diverse golf- en hockeytoernooien.

Maar werkt het nou écht, zo'n opgelegd netwerk? Grasveld: ,,Het gaat allemaal wat makkelijker, door het ICA. Zo heb ik er als consultant veel aan mensen uit verschillende bedrijven te kennen. Als ik iets geregeld wil hebben, kan ik het bedrijf zelf wel gaan bellen, maar ik kan ook contact opnemen met die jongen of dat meisje die ik daar ken. Zo was ik bijvoorbeeld bezig met een klus voor ABN Amro, en kreeg ik het idee dat mijn ideeën daar nogal gevoelig lagen. Ik besloot een vriendinnetje bij de ABN te bellen. Zo kon ik even vragen hoe mijn plannetje binnen het concern viel en wie ik zou kunnen bellen. Laat ik het zo zeggen: ik haal niet een klus binnen door het ICA, maar het vergemakkelijkt het wel.''

Grasveld is zich bewust van de toon waarmee zij, en de leden van het ICA, over hun netwerk spreken. ,,Mensen zullen zeggen dat dit alles vrij snobistisch overkomt. Ze zullen zeggen: `wat vinden die jongeren zichzelf geweldig'. Ik wil die indruk wegnemen. Wij zijn daar helemaal niet mee bezig. Zo doe ik gewoon alleen maar dingen omdat ik ze leuk vind, niet om andere redenen. Een groot deel van onze leden doet dat ook. We voelen ons gewoon goed bij wat we doen, zitten op ons plekkie. Dat ervaren wij zelf niet als `poeha'.''

Het heeft juist voordelen, zo denkt de ICA-voorzitter, dat de leden van het netwerk niet een volledige afspiegeling van de maatschappij zijn. ,,Dan hoef je niet telkens zoveel uit te leggen. Zo stond ik opeens te praten met een meisje van DSM. Zij is bezig met emulgatoren. Dat is natuurlijk réééte interessant.'' Op het congres, afgelopen vrijdag, blijkt dat maar twee procent van de 15.000 leden zo'n 275 man is gekomen. Volgens de congresorganisator Eelko Bos is dat juist veel. ,,Sommige bezoekers hebben zelfs een dag vrijgenomen om hier te zijn.''

Toch merkt Bos (27 jaar, werkt twee jaar bij Akzo Nobel in Maastricht) de laatste maanden wel een teruglopende animo voor de evenementen van het netwerk. De belangstelling was vlak na de aanslagen in de Verenigde Staten onmiskenbaar kleiner. Het jaarlijkse sportevenement van het ICA, de Games, werd gehouden in het eerste weekend na 11 september. ,,Al onze leden die bij KLM werkten, trokken zich terug. Dat was heel direct. Maar ook nu nog is het merkbaar: de bij ons aangesloten bedrijven staan onder druk. Bij KPN 8.000 man eruit, 2.000 bij Akzo Nobel, en ook bij ABN Amro en Lucent gaat het minder. Mensen worden onrustig, consultants zitten zonder baan.''

Maar zij die nog wel werk hebben en hard willen werken, proberen deze vrijdagmiddag een juiste balans tussen carrière maken en een sociaal leven te vinden. In een workshop op het congres wordt de vraag gesteld wie geregeld twee keer in de week overwerkt. De helft van de aanwezigen steekt, enigszins trots kijkend, een hand in de lucht.

,,Uitslovertjes'', klinkt het achterin de zaal.

    • Freek Staps