Wegbereider op de Balkan

Met Slovenië erbij gaat de Europese Unie er per saldo alleen maar op vooruit. Nu al ligt het gemiddeld inkomen van de twee miljoen Slovenen op 72 procent van het Europese gemiddelde. Als de uitbreiding in 2004 een feit wordt zal het gemiddeld inkomen zeker de 75 procent hebben bereikt, waarmee het Alpenlandje een netto-betaler wordt in plaats van een netto-ontvanger van fel begeerde Europese gelden.

Geen wonder dus dat de Europese Commissie ook dit jaar weer buitengewoon positief was over de prestaties van de voormalige Joegoslavische deelrepubliek. Zorgen maakt de Commissie zich alleen nog over de rol van de overheid in de economie. Inflatie ligt op de loer door de wijdverbreide indexatie binnen de Sloveense economie. Ook monetair en op het gebied van wisselkoersen houdt de overheid een stevige vinger in de pap. De Commissie stelt dan ook dat de Sloveense binnenlandse markt gebaat zou zijn bij minder inmenging van de overheid. Dat zou ook de weg openen voor buitenlandse investeerders die tot nog toe weinig belangstelling toonden. Op dit terrein haalt Slovenië, in percentages uitgedruk, nog niet de helft van landen als Hongarije en Tsjechië.

Het politieke gezicht van Slovenië wordt sinds de onafhankelijkheid in 1991 bepaald door twee mannen: president Milan Kucan en premier Janez Drnovšek. Zij wisten hun land tijdens de bloedige oorlogen op de Balkan in de luwte te houden. Terwijl Kroatië en Bosnië als gevolg van het geweld economisch leeg bloedden, begon Slovenië zich op het westen te richten. Aanvankelijk overigens meer op de NAVO dan op de EU vanwege het feit dat veel Slovenen nog altijd bang zijn op de gemeenschappelijke markt overspoeld te worden door Italiaans en Oostenrijks kapitaal. De NAVO besloot in 1999 echter niet met Slovenië uit te breiden en de Slovenen waren diep teleurgesteld. Nog steeds staat het NAVO-lidmaatschap hoog op de agenda en de Slovenen stellen alles in het werk om er bij de volgende uitbreidingsronde wel bij te zijn. De beslissing daarover valt volgend jaar.

Sinds de omwentelingen in Kroatië en Servië en het vertrek van Tudjman en Miloševic is Slovenië zich weer steeds meer gaan richten op het eigen achterland. Ondanks een grensgeschil met Kroatië zijn de betrekkingen met Zagreb tegenwoordig zeer goed. Sloveense zakenlui zien het gebied van het voormalig Joegoslavië weer als een natuurlijke markt en investeren van Sarajevo tot Belgrado in supermarkten en levensmiddelenindustrie.

Voor de landen van het oude Joegoslavië heeft het aanstaande lidmaatschap van Slovenië een speciale betekenis. Kroatië, Bosnië, Macedonië, Servië en Montenegro zien de voormalige broederrepubliek als de wegbereider naar Europa. In Slovenië zelf schommelt de steun voor de EU rond de 60 procent. Ook de Sloveense politici hebben de kiezer een referendum beloofd over de toetreding.

Zesde deel in een serie over EU-kandidaten die sinds 15 november dagelijks in de krant staat. Vorige afleveringen ook op internet: www.nrc.nl

    • Renée Postma