Wat na Osama?

Herinneren we ons met welk programma voor zijn buitenlandse politiek kandidaat George W. Bush zijn campagne voerde. Amerikaanse troepen in het buitenland zo snel mogelijk naar huis; geen nation building; afstand nemen van de `internationale gemeenschap' en een gepast wantrouwen jegens de Verenigde Naties; geen inmenging in het Palestijns-Israëlisch conflict; en een compromisloze versnelde bouw van het raketschild. Een jaar later wordt onder dekking van de militaire macht een begin gemaakt met de herbouw van Afghanistan. Er is een internationale coalitie gevormd en de VN hebben een belangrijke rol in het Amerikaans beleid. Washington is weer krachtig aanwezig in het Midden-Oosten. Alleen het raketschild blijft, maar president Poetin lijkt voorlopig kundig ingepakt. Het is een draai van bijna 180 graden. Laten we er niet schamper over zijn. Bush jr. heeft binnen negen maanden de rest van de wereld ontdekt, d.w.z. de oorlog heeft deze regering getoond, dat een go it alone niet van deze tijd is. De verrassende aftocht van de Talibaan, met de bevrijding van een volk uit de greep van de fundamentalistische theocratie, heeft de coalitie bijtijds hechter gemaakt. Dat resultaat was broodnodig.

Hoe nu verder. Dat hangt ervan af, wanneer deze oorlog als geeïndigd wordt beschouwd. Met het einde, hoe dan ook, van Osama bin Laden? De man is de afgelopen maanden dusdanig als wereldvijand nummer 1 opgebouwd, zo uitvoerig beschreven als de oorsprong van alle kwaad, dat men de neiging zal hebben bij zijn verscheiden te geloven dat het probleem weer is opgelost. Men heeft andere dingen aan zijn hoofd. Het land wordt bedreigd door een recessie. Dat men de oorlog die volgens de president jaren kon duren, binnen een paar maanden als gewonnen zou kunnen beschouwen, is een resultaat waarvan men op 11 september niet had durven dromen. Over tot de orde van de dag.

Dat is één mogelijke gang van zaken. De tweede is dat deze regering, na de oplossing van dit probleem, erin zal slagen, de kiezers en het Congres ervan te blijven overtuigen dat de strijd tegen het terrorisme niet in Afghanistan is geeïndigd, maar juist daar pas goed begonnen – deze oorlog die `jaren kan duren'. Op de agenda staat een lange lijst. Nu dienen na dit succes de volgende haarden van terrorisme te worden aangepakt: Irak, Libië, Syrië, de broeinesten in de Filippijnen, Soedan, Egypte en Saoedi-Arabië. Heeft de publieke opinie voldoende vertrouwen en vooral het uithoudingsvermogen om de strijd jaren voort te zetten? Want dat is dan noodzakelijk; dat is de consequentie van de algemene oorlogsverklaring aan het internationale terrorisme. Hoe moeten we ons dan zo'n oorlog voorstellen?

Tot dusver zijn alle reacties incidenteel geweest. Na de aanslag in de Berlijnse disco La Belle waarbij Amerikaanse soldaten omkwamen, liet Reagan Tripolis bombarderen. De daders van Lockerbie zijn na jaren gepakt en veroordeeld. De Golfoorlog heeft Saddam wel uit Koeweit maar niet uit Bagdad verjaagd omdat Bush sr. na het bereiken van het eerste doel geen landoorlog in Irak wilde beginnen. Regelmatig vallen daar nog bommen, wat Saddam waarschijnlijk niet heeft verhinderd connecties met Al-Qaeda te onderhouden. De netwerkoorlogen zijn al tientallen jaren aan de gang.

Met de aanval van 11 september hebben de terroristen bewezen dat ze hun techniek en strategie voortdurend hebben verbeterd. Het westen heeft daar niet veel meer tegenover kunnen stellen dan betere bewaking van luchthavens en vliegtuigen. In Amerika raakte die door privatisering in de versukkeling, zodat nu de staat de verantwoordelijkheid weer overneemt. De FBI en de CIA hebben zich laten verrassen. Wordt een terrorist gevangen, dan zal die misschien voor een geheim tribunaal terecht moeten staan. Dat zijn allemaal radicale verdedigingsmaatregelen. Daarmee worden de bases van het terrorisme niet bereikt, en de praktijk leert dat ze niet van lange duur zijn. De vrije maatschappij van consumptie en comfort verdraagt een dergelijke disciplinering niet en wordt er moe van.

De belangrijkste, sinds de Golfoorlog tot ontwikkeling gekomen, bestrijding van de aanvaller bestaat uit het gooien van veel bommen. Dat heeft vooral resultaat als er op de grond bevriende troepen opereren. In 1995 waren dat de Kroaten tegen de Serviërs, in 1999 heeft het Albanese Bevrijdingsfront een handje geholpen en nu doet de Noordelijke Alliantie het werk op de grond. Gesteld dat dit goed afloopt, dat Al-Qaeda wordt opgerold en Osama bin Laden verdwijnt: is daarmee dan het terrorisme verdwenen? Misschien voor zekere tijd. Maar alle analyses van de tegenstelling die nu de wereld beheerst, stemmen in één opzicht overeen. De diepste oorzaak ligt in het enorme culturele, economische verschil tussen het westen en de Arabische wereld. Samuel Huntington voegt daar in zijn The Clash of Civilisations (1996) de islam aan toe. Een botsing tussen westerse arrogantie, islamitische onverdraagzaamheid en Chinese assertiviteit acht hij vrijwel onvermijdelijk. Benjamin R.Barber beschrijft in zijn Jihad vs. McWorld (1995) hoe mondialisering, de opmars van de moderniteit en wat hij noemt `tribalisering', het vasthouden aan stamverbanden, zullen botsen. Thomas Friedman houdt het in zijn The Lexus and the Olive Tree (1999) voor mogelijk dat in een gemondialiseerde wereldgemeenschap traditie en moderniteit op den duur naast elkaar zullen bestaan.

Er is al jaren een overvloed aan literatuur over de oorzaken van het conflict waarvan we nu de grootste uitbarsting tot dusver beleven. Geen van de daarin ontwikkelde theorieën is tot nu toe de grondslag geworden voor een consistente politiek van het westen. Van de eerste daden van modern terrorisme tot het vervolg op de elfde september zijn de westelijke reacties incidenteel geweest. De poging van Bush sr. tot het uitroepen van een nieuwe wereldorde zijn geridiculiseerd en vergeten. De `oorlog van jaren' die Bush jr. in het vooruitzicht stelt, lijkt, tot het tegendeel is gebleken, een reeks van grote politionele acties, ondernomen door een bondgenootschap dat zich niet hermetisch genoeg tegen de nieuwe gevaren kan beschermen.

Er zijn wel aanzetten tot een grand design zoals in de toespraak van de president tot de VN, maar de retoriek van het moment overweegt. De `jaren van oorlog' zien er op het ogenblik uit als niet meer dan een reeks van gewelddadige incidenten. Dat is de zwakke kant van de onderneming.

    • H.J.A. Hofland