Veel documentaires over oorlogen op IDFA

In de twee maanden die verstreken sinds 11 september stamp je geen alternatief programma voor een documentairefestival uit de grond. Ally Derks, sinds de oprichting in 1988 directeur van IDFA, het grootste gespecialiseerde documentaire-evenement ter wereld, moet dezer dagen vaak dezelfde vraag beantwoorden: in hoeverre weerspiegelt de 14de editie van het festival de actuele gemoedstoestand in de wereld?

In het voorwoord van de catalogus belooft Derks `goede, reflectieve, creatieve films die, al zijn ze voor de elfde september gemaakt, relevant zijn voor de situatie waarin de wereld zich nu bevindt'. Er zijn dit jaar relatief veel films over de oorzaken en de gevolgen van oorlogen, in Tsjetsjenië, Kosovo of Vietnam, of nog langer geleden. De Zwitser Christian Frei toont in War Photographer, een van de twintig films in de competitie om de Joris Ivens Award, de veelvoudig bekroonde Amerikaanse fotograaf James Nachtwey aan het werk in Kosovo, Indonesië en Palestina. Een op Nachtwey's fototoestel bevestigde micro-videocamera verduidelijkt hoe hij omgaat met de mensen die hij vastlegt, en wanneer hij afdrukt. Op een wat heilige toon pleit de film voor zorgvuldigheid in beeldvorming, en dat is een relevante boodschap.

De Nederlandse competitie-documentaire First Kill van Coco Schrijber zoekt naar de redenen waarom mensen oorlog voeren en richt zich daarbij op Amerikaanse Vietnam-veteranen. Het ongemakkelijk stemmende antwoord op deze vraag luidt: omdat ze het lekker vinden. Nadien hebben meer Vietnam-veteranen zelfmoord gepleegd dan er in de oorlog sneuvelden, en de neurotische wrakken in Schrijbers film moeten toegeven nooit meer te hebben kunnen wennen aan een maatschappij in vredestijd. Ook dit is een schokkende bijdrage aan de discussie.

Zo zijn er veel meer films te vinden in het IDFA-programma over oorlogen en hun nasleep, over de gevolgen van de globalisering, over de afstand tussen New York en Kabul. Het grootste curiosum is Justifiable Homicide, een documentaire over New Yorkse politiemensen die onder bescherming van burgemeester Giuliani twee jonge Puerto-Ricanen doodden. De film werd gemaakt door Jonathan Stack en de in New York wonende Afghaan Jon Osman, en moet onder de huidige omstandigheden in Amerika als onvertoonbaar beschouwd worden.

Wat ontbreekt op het IDFA is systematische aandacht voor beeldvorming over de islam, en voor `Wahrheit und Dichtung' in de media, waar ook documentaires deel van uitmaken. Dat zoiets niet mogelijk bleek wijst op een onderliggend, ernstiger probleem. IDFA, dit jaar uitgedijd van negen naar elf dagen, waaronder twee weekeinden, is een logge mammoettanker geworden. De in veertien jaar nauwelijks gewijzigde festivalstaf tapt steeds uit hetzelfde succesvolle vaatje. Het voor de tweede keer in de marge georganiseerde zogeheten Schaduwfestival (één zaal, hooguit twintig films) kan alerter programmeren en strenger kaf van koren scheiden. Wat omvang en invloed betreft vormt schaduwdirecteur Stefan Majakowski geen enkele bedreiging, ook al groeit de sympathie voor zijn evenement snel. Hij vertoont onder meer Hartmut Bitomsky's B-52 (de recente Amerikaanse geschiedenis geprojecteerd op een bommenwerper), een schitterende korte documentaire van Marc Isaacs die geheel is opgenomen in een Londense lift, en een zeer gewaagde Chinese videodocumentaire, Lin Li's Three-Five People over jeugdige heroïneverslaafden, die verder gaat dan veel films in het IDFA-programma `Made in China'. Al deze films thematiseren expliciet de vraag wat documentaire met de werkelijkheid `doet'. Zo groeit het Shadowfestival al in zijn tweede editie uit tot een nuttige horzel in de pels van kolos IDFA.

14de International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). 22 nov. t/m 2 dec. In Pathé City, De Balie en Filmmuseum, Amsterdam; Lux, Nijmegen. Inl. 0206261939 www.idfa.nl 2de Shadow Festival. 22 t/m 27 nov. In Melkweg Cinema, Amsterdam; De Unie, Rotterdam. Inl. 0206715982 www.shadowfestival.nl

    • Hans Beerekamp