Scandinavische model staat op de tocht

Scandinaviërs zijn bang dat sociaal-democraten de welvaartsstaat willen afbreken die ze vorige eeuw hebben opgebouwd.

Sociaal-democraten hebben in landen als Denemarken, Zweden en Noorwegen de twintigste eeuw naar hun hand gezet. Terwijl zusterpartijen elders worstelden met de klassenstrijd, wisten zij met een pragmatisch beleid Noord-Europa toe te dekken onder de warme deken van een royale verzorgingsstaat. Het Scandinavische model, een mix van gematigd kapitalisme en staatsbemoeienis met bijna alle aspecten van het dagelijks leven, werd door velen buiten Noord-Europa met jaloezie bekeken.

Maar uitgerekend toen in de jaren negentig op veel plaatsen in Europa de sociaal-democratie opmerkelijke successen boekte, brokkelde in Scandinavië de macht van de sociaal-democraten af. Sinds gisteren zijn de Deense sociaal-democraten de linkse meerderheid kwijt waarop ze steunden in het parlement. De partij van Poul Nyrup Rasmussen is zelfs kleiner dan het rechts-liberale Venstre. Bij de vorige verkiezingen wist Rasmussen de macht alleen nog te behouden met de onverwachte steun van twee van de vier parlementariërs uit Groenland en de Faer⊘er-eilanden.

In september leden de Noorse sociaal-democraten een van de grootste nederlagen uit hun geschiedenis, nadat de verkiezingen vier jaar geleden ook al weinig succesvol verliepen. Ze zijn nog wel de grootste partij, maar beschikken in het parlement niet meer over een linkse meerderheid. Voor Göran Persson, de sociaal-democratische premier van Zweden, ziet het er niet veel rooskleuriger uit. Zijn partij verloor bij de verkiezingen van 1998 dertig zetels – het slechtste resultaat sinds 1920 en leidt een minderheidsregering met gedoogsteun van een kleine linkse partij en de groenen.

De neergang van de sociaal-democraten is des te opmerkelijker tegen de achtergrond van het economische succes van hun recente beleid. In de jaren zeventig en tachtig leefden de Scandinaviërs op te grote voet. De welvaartstaat werd onbetaalbaar, maar politici durfden dat niet openlijk te erkennen. ,,We hebben destijds grote fouten gemaakt'', gaf een Zweedse sociaal-democraat niet zo lang geleden toe. Maar juist in een land dat zo door en door democratisch is als Zweden, zei hij, is de macht van het collectief erg groot. En het collectief is nog steeds trots op het Scandinavische model.

Daarom hebben Scandinavische politici grote moeite om bezuinigingen door te voeren. En vooral om ze aan de kiezers uit te leggen. Rasmussen, van huis uit econoom, wist de groei in de Deense economie te houden, bij een lage werkloosheid en een geringe inflatie. Ook Zweden scoort na decennia van malaise beter dan het economische gemiddelde in de Europese Unie. En Noorwegen kan zonder veel economische pijn jaarlijks miljarden uit zijn olie-inkomsten opzij leggen voor magere jaren.

Die economische successen leiden niet tot een overwinning van de partijen die ze behaalden. In tegendeel. De politici worden afgerekend op het verdwijnen van gunstige, maar onbetaalbare pensioenregelingen, op het groeien van wachtlijsten in de te dure zorg en op toenemende problemen in het onderwijs.

Scandinaviërs willen hun verzorgingsstaat behouden en nemen daarvoor zelfs hoge belastingen op de koop toe. Politici beseffen echter dat dit in een globaliserende wereldeconomie niet langer kan en streven naar een `openheid' waar veel Scandinaviërs niets van moeten hebben (Finland neemt een enigszins andere positie in, omdat het zich pas sinds kort uit de Russische schaduw heeft bevrijd). De Scandinaviërs voelen zich nog altijd behaaglijk in de marge van Europa en koesteren daar hun eigenheid. Niet voor niets is hun verzet – tegen de wens van de meeste politici in – tegen invoering van de euro groot; de Noren hebben hun land tot nu toe zelfs uit de EU weten te houden.

In dit klimaat past ook de vrees voor de komst van asielzoekers en immigranten, een onderwerp dat in bijna alle Scandinavische verkiezingscampagnes tegenwoordig een prominente rol speelt. Populistische partijen, zoals de Deense Volkspartij en de Noorse Vooruitgangspartij spelen daar handig op in. Ze combineren de angst voor vreemdelingen – die ze aanwijzen als `schuldigen' van de huidige misère – met een sociaal-economisch beleid dat de oude waarden van het Scandinavische model handhaaft. Dat ze voor dat laatste geen deugdelijke financiële onderbouwing hebben, zoals de sociaal-democraten zeggen, lijkt de kiezers weinig uit te maken.

    • Paul Luttikhuis