Politieke opmars van Rugova in Kosovo

Ibrahim Rugova won de verkiezingen in Kosovo. Zijn regering zal het streven naar onafhankelijkheid voorlopig moeten intomen.

Een absolute meerderheid heeft Ibrahim Rugova bij de Kosovaarse parlementsverkiezingen niet gehaald. Claimde de Albanese leider eerst 70 procent van de stemmen in zijn zak te hebben, later bleek hij ruim 46 procent vergaard te hebben. Dus moet hij een coalitie aangaan.

De laag uitgevallen winst ten spijt, heeft Rugova wel zijn opmars op het Kosovaarse politieke toneel voortgezet. Eerder leek zijn rol te zijn uitgespeeld. In de jaren negentig had de professor en schrijver bij wereldleiders gepleit voor een vreedzame oplossing voor de Servische overheersing van Kosovo met zijn Albanese meerderheid. Maar zijn pogingen liepen op niets uit. Een bevrijdingsleger, het UÇK, ging de strijd met de Serviërs aan. En die strijd werd uiteindelijk beslecht door ingrijpen van de NAVO, in het voorjaar van 1999.

Rugova's eerste publieke optreden in het `bevrijde' Kosovo was een pijnlijke ervaring. Toen de tengere man met zijn onafscheidelijke rode sjaal op straat verscheen, scandeerden omstanders de naam van zijn tegenstander Hasim Thaçi, de boertige UÇK-commandant met de grote knuisten. Maar Thaçi haalde zaterdag niet meer dan 25 procent van de stemmen.

De oorzaak daarvan ligt in post-oorlogsgeweld. Honderdduizenden Serviërs zijn sinds het einde van de oorlog Kosovo uitgejaagd, vaak door leden van het voormalige bevrijdingsleger. Ook wordt het UÇK ervan verdacht in criminele zaken en zaakjes te zitten – in de hoofdstad Priština vonden vorig jaar op klaarlichte dag criminele afrekeningen plaats.

Rugova wordt bovendien meer bestuurlijke ervaring toegedicht. Bij ondergrondse verkiezingen tijdens de Servische onderdrukking werd hij twee keer tot president gekozen. Deze officieuze president maakt nu goede kans Kosovo's officiële president te worden. Maar zijn bevoegdheden zijn beperkt, evenals die van het parlement en de regering. Over onafhankelijkheid mag niet worden beslist.

In Brussel lieten de EU-ministers van Buitenlandse Zaken begin deze week prompt weten dat onafhankelijkheid voor Kosovo niet aan de orde is. EU-buitenlandcoördinator Javier Solana was een van hen, evenals de Oostenrijkse minister Benito Ferrero-Waldner. ,,Deze verkiezingen gingen zeker niet over een onafhankelijk Kosovo'', zei ze vastberaden.

Rugova zelf heeft daar geen boodschap aan. Ruim twaalf uur na het sluiten van de stembussen verklaarde hij op onafhankelijkheid aan te koersen. ,,Kosovo verdient het om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden.'' Op de vraag wanneer antwoordde hij eerst ,,vandaag of morgen'' gevolgd door een ,,onmiddellijk''. Het lijkt dan ook een kwestie van enkele maanden voor de eerste ruzies uitbreken tussen het Kosovaarse zelfbestuur en het internationale bestuur onder leiding van de Verenigde Naties.

Rugova zal zijn heil vooralsnog niet bij Thaçi zoeken. Waarschijnlijk gaat hij besprekingen voeren met een andere ex-UÇK commandant, Ramush Haradinaj. Zijn Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (AAK) kwam op een schamele 8 procent uit. Wellicht probeert Rugova ook een verbond te sluiten met enkele minderheden, zoals de Bosniërs en de Turken. Dat stelt Thaçi in de gelegenheid een sterke oppositie te voeren tegen de – in zijn ogen – te langzame gang naar een onafhankelijkheid.

De Kosovo-Serviërs namen in onverwachte aantallen deel aan de verkiezingen. Zij krijgen in het parlement tien zetels, bovenop de tien zetels die al voor hen waren gereserveerd. Dat maakt hen tot een belangrijke speler op het politieke toneel. De Servische leider Olivier Ivanovic uit Mitrovica zei ,,blij'' te zijn met de onverwacht hoge opkomst.

Maar zijn stadgenoot Marko Jaksic noemde de verkiezingen ,,een slordig geschreven liefdesverhaal met een verplicht gelukkig einde voor iedereen''. In zijn ogen is de president van Joegoslavië, sinds ruim een jaar Vojislav Koštunica, nog altijd de enige echte president van Kosovo. Daar zal de tengere man met de rode sjaal voorlopig niets aan veranderen.